Nu aan het lezen:

Zwarte filmgeschiedenis in februari

Zwarte filmgeschiedenis in februari

Het is in februari Black History Month in Amerika. De maand waarin wordt stilgestaan bij de bijdragen die zwarte mensen hebben geleverd aan de geschiedenis van Amerika en de wereld. De afgelopen vijf jaar is er veel veranderd op het gebied van zwarte filmcultuur. In Europa hebben festivals als Afropunk en ons eigen Da Bounce Urban Film Festival daar zeker aan bijgedragen, maar het is groter dan dat. Ik schreef ooit in een artikel voor filmtijdschrift Schokkend Nieuws: ‘Mettertijd zal zwarte filmcultuur opgaan in het canon van filmcultuur.’

Dat lijkt nu binnen een tijdsbestek van twee jaar gebeurd te zijn. Barry Jenkins, Ryan Coogler, Ava DuVarnay, Spike Lee en Jordan Peele zijn grote namen. Hun films zijn ontegenzeggelijk zwart, spreken een zwart publiek aan en de hoofdrolspelers zijn zwarte mensen. Ook zijn de films ongekend succesvol in de mainstream, iets wat voorheen niet voor mogelijk werd gehouden. Het succes vertaalt zich naar opbrengsten maar ook naar accolades. Dat zwarte filmcultuur nu aan de voorgrond van de Zeitgeist staat is natuurlijk helemaal nieuw. Hoe was dat ongeveer twintig jaar geleden? Wat waren toen de films die mensen kennis liet maken met de visie van zwarte filmmakers en acteurs?

Ik vroeg in het kader van Black History Month aan de — overwegend witte — redactie van Cine wat hun eerste ervaring was met zwarte film- en filmcultuur, en of ze wellicht een goeie tip hebben die niet zo voor de hand ligt. 

Hoi Elise, wat was de eerste zwarte film die je bewust zag? En welke black movie wil je als tip meegeven?

The Gods Must Be Crazy van Jamie Uys was waarschijnlijk de eerste zwarte film die ik zag. Mijn geschiedenisleraar op de middelbare school vertoonde hem in de klas. In de film wordt een Coca-Cola-flesje uit een vliegtuig gegooid dat belandt in de Kalahariwoestijn te midden van een groep ‘bosjesmannen’. Wanneer die er ruzie over krijgen besluit de jonge N!xau dat het flesje terug moet naar waar het volgens hem vandaan kwam: God. De film is als een pijnlijke lachspiegel. Want hoewel het verhaal gaat over de simpele en naïeve perceptie van deze stam op het Westen, is dat in feite een reflectie van de blik van die witte, westerse wereld op zwarte Afrikanen. Een blik die verstrekkende gevolgen heeft gehad en nog steeds heeft.

Eén tip noemen is bijna niet te doen. Van Within Our Gates uit 1920, de anti-Birth of a Nation van Oscar Micheaux, een van de eerste Afro-Amerikaanse filmregisseurs, via subversieve films als The Spook Who Sat by the Door van Ivan Dixon of het opzwepende Born in Flames van Lizzie Borden, tot het prachtige Daughters of the Dust van Julie Dash, waarover ik al eens schreef voor deze site. Maar ik ga voor de experimentele vampierfilm Ganja & Hess van Bill Gunn. De film ging in 1973 in première op Cannes en won daar de Critics’ Choice Award, maar slechte recensies en bezoekerscijfers in Amerika bewogen de producenten ertoe de film uit de bioscoop te halen, radicaal te laten hermonteren (de film ging van 110 naar 75 minuten) en opnieuw uit te brengen onder de titel Blood Couple. Uiteraard tot woede van Gunn. In zijn versie (pas op dvd uitgebracht in 2015) torpedeerde hij de op dat moment heersende filmtaal. In vertelstructuur, in shotcompositie. Maar dat werd volledig ongedaan gemaakt door de recut die de film weer in het gareel bracht, het gareel van wit Hollywood.

In een van de negatieve recensies in Amerika schreef een criticus dat hij het rassenprobleem niet terugzag in de film, waarop Gunn in een open brief in The New York Times schreef: ‘If he looks closely, he will find it in his own review.’ Heel de film en ook het gedoe rond de distributie is er een illustratie van. Met Ganja & Hess weigerde Gunn zich te conformeren aan een filmtaal die nooit echt de zijne zou zijn. Maar de radicaal andere taal die hij ertegenover trachtte te zetten, werd door de (zonder uitzondering witte) Amerikaanse critici niet verstaan. Of beter gezegd: ze deden niet eens de moeite die te proberen verstaan. En dus had (en heeft) Gunn groot gelijk toen hij in diezelfde open brief schreef: ‘There are times when the white critic must sit down and listen.’

Vincent, kun jij je nog herinneren wat je eerste aanraking met zwarte filmcultuur was?

Ik heb wel een goeie anekdote in plaats van de eerste echt zwarte film die ik ooit zag — dat weet ik namelijk niet meer. Al vermoed ik dat het een blaxploitation was op video. Maar het geval wilde dat ik augustus 1982 voor het eerst in NYC was met m’n moeder en we naar de bios zouden gaan. Ik had m’n oog laten vallen op Superman II, maar die draaide bijna nergens meer, behalve in een klein theatertje in Harlem, als double bill met Enter the Dragon. Nooit van Bruce Lee gehoord, maar m’n moeder verzekerde mijn elfjarige ik dat ik dat ook wel cool zou vinden. Maar ja, Harlem begin jaren 80 was niet de plek waar je als witte moeder en zoon doorheen moest lopen, verzekerde de hotelconciërge ons.

Uiteraard had mijn moeder daar lak aan dus wij op weg. Het werd mijn eerste echte black awareness ervaring, om het concept maar even om te draaien. Harlem was te gek, maar zoals verwacht, wij waren de enige niet-zwarte mensen in de hele buurt. Het was een aparte ervaring, maar niets vergeleken met de bioscoop waar ik in terecht kwam. In een zaal die tot de nok gevuld was met luidruchtige Afromannen en een handvol slapende zwervers begon Enter the Dragon, en wat een filmervaring! De volledige zaal kwam blijkbaar alleen maar om Jim Kelly te zien, want elke keer als de zwarte acteur klappen uitdeelde op het scherm steeg er een oorverdovend gejoel op. ‘You watch that dude, he’s the best!’ wist een enorme kerel naast me te melden. En toen Kelly uiteindelijk het loodje legde vertrok 300 kilo popcorn onder luid boegeroep richting het bioscoopscherm. Om weer te veranderen in gejuich toen Bruce Lee de schurk die Jim doodde om zeep hielp. En toen begon Superman II… en de hele zaal liep leeg op die paar snurkende zwervers na. De grote kerel mompelde: ‘You better go too, kid. It sucks.’ Ja, en daar had hij wel een punt. Beter dan Enter the Dragon werd voorlopig geen enkele film meer.

Als filmtip zeg ik A Soldier’s Story uit 1984. IJzersterk sociaal drama vermomd als spannende thriller/whodunit over een zwarte advocaat/legerofficier die in 1944 een moord moet oplossen op een gesegregeerde legerbasis in de VS waar racisme welig tiert. Met een jonge Denzel in zijn eerste grote filmrol.

Kaj, weet jij jouw eerste film nog? En welke tip jij?

Het eerste wat in me opkomt is of Boyz N The Hood, of Malcolm X, beide films maakten in ieder geval diepe indruk rond dezelfde tijd. Toen ik een jaar of 13-14 was raakte ik gefascineerd door zwarte Amerikaanse cultuur en heb toen in die periode ook veel zwarte films gezien. Het begon denk ik eigenlijk met hiphop, waar ik van mijn veertiende tot zeventiende exclusief naar luisterde (zodra ik een elektrische gitaar hoorde in een nummer vond ik het al snel ‘te blank’), waarna ik niet toevallig juist via Jimi Hendrix pas rockmuziek ging waarderen (en in die tijd blues, jazz en soul enorm ging waarderen). Daarom vermoed ik dat Boyz N The Hood net voor Malcolm X kwam. Hoewel het stukje media waar het allemaal mee begon waarschijnlijk TQ’s Bye Bye Baby en de bijbehorende videoclip was…

Een persoonlijke tip: Losing Ground van Kathleen Collins. Ik heb er vorig jaar op Frameland een stukje over geschreven als onderdeel van een artikel over vrouwelijke zwarte filmmakers. Daaruit zou ik ook sowieso Daughters of the Dust of Another Girl on the I.R.T. tippen.

Bouke?

Toen ik zes was kwam Coming to America uit. De film is gebaseerd op een idee van hoofdrolspeler Eddie Murphy, toen een van de grootste sterren op aarde, en opent met twee contrasterende sequenties. De eerste speelt zich af in het fictieve Afrikaanse land Zamunda, wiens kroonprins Akeem (Murphy) besluit het traditionele gearrangeerde huwelijk af te wijzen. Het land wordt als een geïdealiseerde versie van een hoge Afrikaanse cultuur neergezet. We zien niets van het ‘echte’ Zamunda, buiten de paleismuren, maar erbinnen is alles het toonbeeld van verfijning. Zelfs de olifanten in de paleistuinen groeten hun kroonprins vriendelijk. Het contrast met New York, waar Akeem zijn toekomstige koningin denkt te vinden (in Queens), is enorm. Armoede, criminaliteit en verloedering voeren hier de boventoon, maar dat is nodig als contrast met het vorige, beschermde leven van de Siddhartheske Akeem. Murphy en zijn komische partner Arsenio Hall verwerken in een soort vignetten ook (persiflages van) de zwarte Amerikaanse cultuur in de film. De barbershop en de Afro-Amerikaanse activistische geestelijkheid komen onder andere aan bod.

Zo geeft de film een inkijkje in een cultuur die zelden prominent aanwezig is in grote Amerikaanse bioscoopfilms. Contact met andere culturen was voor mij als witte jongen in een wit dorp in het oosten van Nederland ook bepaald niet vanzelfsprekend. Nu ik deze vraag krijg verrast het me hoeveel details ik me nog kan herinneren, terwijl ik de film voor mijn tiende voor het laatst gezien moet hebben. Blijkbaar had hij indruk gemaakt. Dat Coming to America vijfentwintig jaar later na die eerste sequenties aardig blijkt in te zakken, met name door de chemieloze romance en de hoofdpersoon die nooit ontwaakt uit zijn droomversie van de werkelijkheid, doet daar nauwelijks aan af.

Theodoor, hoe kreeg jij voor het eerst te maken met zwarte filmcultuur?

Ik groeide op in een gereformeerd gezin waar de televisie weinig aan stond, het grootste gedeelte van mijn jeugd, en het media-dieet bestond uit Disneyfilms en EO-programma’s. Daar kwam verandering in toen mijn wereldwijze tante in de buurt kwam wonen en ik regelmatig na school bij haar langsging, mede vanwege de grote satellietschotel op haar balkon en haar uitstekende filmsmaak. Door haar zag ik op twaalfjarige leeftijd voor het eerst gedoodverfde klassiekers als Taxi Driver, Alien en De zeven samoerai. Maar ik zag ook, als zij niet meekeek, de recente meuk die Canal+ als filler op haar kanalen gooide. Vergeten puber-komedies als Scorched, Screwed, Rat Race en Kevin and Perry Go Large.

Zo zag ik mijn eerste film met een overwegend zwarte cast, en het is niet een antwoord waar ik echt over naar huis durf te schrijven: Pootie Tang. Een niemendalletje van een film, vol sleetse stereotypes, infantiele humor en met een superdun plotje (en Chris Rock als een maiskolf, dacht ik?). De voornaamste reden waarom iemand nu nog aandacht zou besteden aan deze komedie maakt hem meteen een nog sterkere afrader: de regisseur is de vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag flink in opspraak geraakte Louis CK.

Filmtip! C.S.A: The Confederate States of America is een bijtende satire uit 2004 van Kevin Wilmott, die later voor Spike Lee de films Chi-Raq en Blackkklansman schreef. De mockumentary schetst een alternatieve geschiedenis voor Amerika, waarin de Confederatie de Amerikaanse burgeroorlog heeft gewonnen, in de stijl van een typische Ken Burns-docu. De satire hakt er diep in, met name tijdens de ‘reclameblokken’ tussen de documentaire door, waarin duidelijk wordt dat de racistische stereotypes in een geconfedereerd Amerika, hoewel tot in het groteske doorgetrokken, niet eens zo ver afstaan van de diepgewortelde racistische stereotypes in onze eigen wereld.

Het enge van C.S.A: The Confederate States of America is dat de film, gemaakt in 2004, niets aan actualiteit in heeft geboet. Dit is een van de weinige alternate history-films die met haar horrorbeeld het statement maakt dat er ook in onze eigen wereld nog genoeg te verbeteren valt. Veel alternate histories lijken vooral bedoeld om de kijker de handen in onschuld te kunnen laten wassen. Dat is niet het geval met C.S.A, een satire die zo scherp is dat hij steekt. Enorme aanrader.

Julius, welke zwarte film zag jij als bewust als eerst?

Als kind was ik enorm fan van Eddie Murphy. Dat kwam vooral door Coming to America. Murphy speelt Akeem, kroonprins van het fictieve Afrikaanse land Zamunda, die zijn luxueuze maar verstikkende leven ontvlucht en naar Amerika gaat, waar hij doet alsof hij uit een arm geitenherdersgezin komt. Interessant vind ik nu, dat het meeste racisme dat Akeem in Amerika ervaart, komt van zwarte Amerikanen die hun eigen Afrikaanse wortels misschien liever onder de grond laten. De voorstelling van Zamunda is weliswaar clichématig en gedateerd (zeker nu we Wakanda kennen), maar de keuze om het land welvarend en redelijk modern te maken was een omslagpunt in de Hollywood-verbeelding van Afrika.

Voor deze observaties was ik natuurlijk te jong toen ik de film voor het eerst zag. Toen moest ik vooral lachen om de diverse typetjes die zowel Murphy als Arsenio Hall neerzetten. Hoewel de sociale satire van hun rollen volledig aan me voorbij ging, voelde ik de energie van een komiek op het hoogtepunt van zijn kunnen.

Als tip noem ik de jazzmusical Stormy Weather uit 1943, waarin een clichématig plotje, los gebaseerd op het leven van tapdanser Bill “Bojangles” Robinson (die ook de hoofdrol speelt), dient als kapstok voor een vrachtlading klassieke nummers. Lena Hornes uitvoering van het titelnummer is prachtig, maar het hoogtepunt is de Jumpin’ Jive door Cab Calloway en zijn band, met een glansrol voor de ongeëvenaarde Nicolas Brothers. Volgens Fred Astaire de beste dansscène die ooit op film is vastgelegd, en wie ben ik om hem tegen te spreken?

Tot slot, Tim. 

Ik kan me niet herinneren wat de eerste zwarte film moet zijn geweest die ik gezien heb. Wel weet ik dat ik in mijn tienerjaren vooral nog veel films zag die ‘voor mij’ gemaakt waren; die overvloed aan witte helden en rolmodellen bleef logisch en onbevraagd. Om dat patroon te doorbreken is kennis nodig. Die kennis maakt de wereld nooit direct tot een betere plaats, en verandert ook niet zomaar iets aan je privileges. Kennis kan je wel de wil geven om een historische en maatschappelijke onbalans te begrijpen. Om je eigen bril om te keren. Maar ook dat, al zou je het misschien willen, betekent niet dat je als witte Hollander begrijpt hoe het daadwerkelijk is om zwart te zijn.

Die woorden zo opschrijven voelt wrang. Wat ik liever zou uitdrukken is mijn ideaalbeeld: we zijn allemaal mensen, dus allemaal gelijk. Maar dat zijn we dus niet. Omdat het verleden conditioneert en verschil creëert. En dat verleden, dat zijn wij. Nog steeds. Zwarte filmcultuur kan twee essentiële dingen bewerkstelligen. Ze kan stemmen en beelden hoorbaar en zichtbaar maken. Maar ze kan ook een spiegel voorhouden. Mijn gevoel is dat The Hate U Give (George Tillman Jr., 2018) die dubbele relevantie belichaamt. Ik voel me niet de aangewezen persoon om iets over dat eerste te zeggen, maar dat tweede doet de film op urgente wijze. De witte klasgenoten van het zwarte hoofdpersonage (Starr Carter, gespeeld door Amandla Stenberg) wagen uiteenlopende pogingen om zich de zwarte cultuur eigen te maken. De rap die klinkt versterkt hun imago. De façade van activisme (‘black lives matter’) scheelt weer een paar uurtjes college. En de witte vriend van Starr kopt tijdens het schoolgala moeiteloos clichés in: ‘Ik zie geen zwart of wit. Ik zie alleen jou, Starr.’ De kracht van The Hate U Give voor een wit publiek zit hem er mede in dat de film de witte brillen van de doelgroep (tieners en jong-volwassenen) vanuit een zwart perspectief om kan keren.

Ik wil daarmee niet impliceren dat een film als deze vooral weer een wit publiek moet aanspreken. Maar ik denk (hoop!) dat hij witte jeugd kan aansturen tot het bevragen van hun eigen blik. Om te begrijpen dat de beste wil van de wereld niets aan jouw bevoorrechte positie kan veranderen. Om in te zien dat het omarmen van zwarte cultuur vaak alleen maar dient om te kunnen ontkennen dat er ook een witte cultuur bestaat, en dat die witte cultuur niet universeel is. ‘Wat kan ik doen?’ vraagt Chris (K.J. Apa) uiteindelijk aan Starr. In een westerse educatieve context is dat geen zielige vraag. ‘Wat kan ik doen?’ is hier geen aanzet voor de witte held om de wereld te redden. Het is een besef van nederigheid, een uitgangspunt om het gesprek aan te gaan en waar nodig te zwijgen. Luisteren is geen dooddoener. PS Ik moet eerlijk zijn: op andere momenten in The Hate U Give had ik moeite met het aangedikte scenario, de onvermijdelijke gevolgen van de geladen boodschap (#thuglife, maar dan letterlijk). Maar wat is er nu belangrijker?

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

De grote eindbaas van Cine. Houdt van Dior, Wes Anderson, Migos, Edward Hopper en Instagram. Favoriete film aller tijden is op dit moment alles waar Michelle Pfeiffer in speelt. Kijkt films het liefst ‘s nachts.

Typ en klik enter om te zoeken