Kom, laat je eens bekijken,’ zei haar minnaar, en nadat hij haar bij het voeteneinde had opgesteld, merkte hij tegen zijn metgezel op dat die gelijk had, bedankte hem en voegde eraan toe dat het niet meer dan billijk was wanneer hij O het eerst nam, als hij daar zin in had. De onbekende, die zij nog altijd niet durfde aan te zien, aaide langs haar borsten en over haar dijen en vroeg haar toen of zij haar benen van elkaar wou doen. ‘Gehoorzamen,’ zei René, die haar ondersteunde; hij stond achter haar en zij leunde met haar rug tegen hem aan. Zijn rechterhand streelde een van haar borsten, de linker hield haar schouder vast.

Dit is een passage uit het boek Het verhaal van O, geschreven onder de schuilnaam Pauline Réage. In 1954, toen het gepubliceerd werd, deed onder andere dit gedeelte menig Parijzenaar blozen. Pola Rapaport maakte in 2005 de documentaire Writer of O over Anne Desclos, de auteur, en de opmerkelijke onstaansgeschiedenis van deze controversiële roman.

Het verhaal van O gaat over de vrouw O, wat een afkorting is voor Odile maar ook gezien kan worden als afkorting van object of opening (orifice). Deze persoon zonder naam, of met zo min mogelijk naam, heeft weinig karakter. Ze is voornamelijk het onderwerp van de male gaze, sadistische spelletjes en groepsverkrachtingen. Het is niet vreemd dat dit boek door feministen verguisd was en er lang gedacht werd dat het door een man geschreven was.

Los van de controverse is het verhaal ook opwindend, niet enkel voor de besnorde man die ’s avonds een pijp rookt en een verzameling achttiende-eeuwse erotische poëzie in zijn kluis heeft liggen. Zeker het eerste hoofdstuk dat ‘als in een droom, als een ademen, in één nacht met potlood geschreven was om geen vlekken in de lakens te maken’ leest als een koortsige, opzwepende woordenstroom. De twee alternatieve aanvangen van het boek wijzen erop dat het fictie is. Dat er keuzes zijn die de schrijver, de protagoniste en ook jij, de lezer, moeten maken en dat het verhaal niet enkel een masturbatieromannetje is.

Dit neemt niet weg dat het op een gegeven moment aanstootgevend wordt. Na elke afstraffing houdt O meer van diegene in wiens genade ze is. In een alternatief einde gaat dat zelfs zo ver dat ze aan haar meester permissie vraagt voor suïcide, als hij haar verlaat. O is voer voor psychologen, zoals wel blijkt uit dit artikel.

Ergens begrijp ik O’s bijna kinderlijke verlangen wel. Het weer willen ervaren van de geborgenheid dat je geen zelfbeschikking hebt. Dat er buiten jezelf een macht is die beslist hoe je eruitziet, hoe je je gedraagt. Dat er in de dwangbuis die een ander op kan leggen een onwaarschijnlijke hoeveelheid vrijheid zit omdat verantwoordelijkheid nemen voor je eigen daden van tijd tot tijd ook een gevangenis is.

Toch komt er een bepaalde ergernis naar boven bij het lezen van dit boek, die te maken heeft met de passieve houding van O. Het slapende gedrag van de protagonist lijkt op dat van een verslaafde met een hevige doodsdrift, op weg naar weinig.  Een schrijver wiens werk inhoudelijk weinig gemeen heeft met dat van Anne Desclos maar wel bekend was met Thanatos, heeft de prachtige regel ‘loving everything that increases me’ geschreven, nadat hij nuchter geworden was en helder kon zien wat rivieren mogelijk kunnen zijn (hier het schitterende gedicht geschreven door Raymond Carver). Ik had de woorden van Carver nodig als serum na het lezen van O, door de verleidelijke werking die het niets op mij heeft.

Maar nu trap ik in dezelfde val als anderen voor me. Het is fictie, waarom neem ik het dan zo serieus dat ik O zie als iemand die zichzelf moet ‘vermannen’ en die de rotzakken een pak slaag moet geven? Of dat ze op moet groeien en zichzelf een volledige naam geeft? Het niet hebben van een naam deed me denken aan de Kleine Keizerin, een figuur uit het kinderboek Het Oneindige Verhaal van Michael Ende. In het kort, de wereld Fantasie wordt opgeslokt door het Niets, samen met de Kleine Keizerin, als de hoofdfiguur Bastiaan haar geen naam geeft. Een naam betekent kleur, leven, Eros. De Kleine Keizerin krijgt de naam Maankind en Bastiaan is de hoofdrolspeler geworden in het Oneindige Verhaal. Ja, dit boek heeft een sterke moraal, en ja het is geschreven voor kinderen, en ja appels en peren. En toch, de koude voorstellingen die Anne Desclos beschrijft, (die doen denken aan de scènes die door Markies de Sade in De 120 dagen van Sodom geschreven zijn) lijken op het fantasieloze niets van één, twee of meerdere naamloze mensen op een oplichtend scherm die zichzelf in verschillende posities wringen tot een orgasme, voor geld, macht of door een niet beter weten.

Wellicht komt het ongenoegen door O’s gebrek aan persoonlijkheid, waardoor ze het perfecte projectieplaatje is. Of misschien wil ik een eenduidige oplossing voor de conflicterende gevoelens en gedachten die ik in het algemeen heb, en in het bijzonder had bij het lezen van dit verhaal.

Dan de documentaire Writer of O. Die geeft een informatieve kijk op hoe er omgegaan werd met censuur in de jaren 50, aan de hand van interviews met onder andere de uitgever Jean-Jacques Pauvert, die ook het werk van De Sade uitgaf. Het interview met Pauline Réage/Anne Desclos geeft een beeld van een intelligente  en charmante vrouw op leeftijd, die een boek geschreven heeft uit noodzaak, niet uit weelde.

Er zijn vrij veel talking heads, versneden met een gefictionaliseerd gesprek dat in de dagen van het uitbrengen van Het verhaal van O zou hebben plaats gevonden. Het boek was in de eerste plaats als brief geschreven in een poging om de begeerte van Desclos’ minnaar, Jean Paulhan, weer op te wekken. Hij bewonderde het werk van De Sade en heeft eens grappend gezegd dat een vrouw iets dergelijks nooit zou kunnen schrijven. Gelukkig dacht Desclos daar anders over. De uitdaging, maar ook de angst voor het verlies van haar grote liefde, zorgde mede voor een boek dat toornde aan de toen heersende moraal. De Franse autoriteiten legden de uitgever van Het verhaal van O obsceniteit ten laste. In een fictief interview in de documentaire verdedigt Anne Desclos zich door te stellen dat ‘accepted morality should be offended by reading the news. The concentration camps offend such morality as does the atom bomb and torture. All of life, I feel, constantly offends accepted morality and not just the various ways of making love.’

Ook zijn er passages uit het boek verfilmd. Deze scènes zijn versneden met beelden van dieren die in stukken worden gehakt, zelfkastijding, een brandend stuk hout in de vorm van een vulva en allerlei rottende dingen. Dit wordt verder niet uitgewerkt en blijft als losse kritiek in de lucht hangen. Of is het bedoeld als weergave van gevoelens die Pola Rapaport had bij het lezen van die passages? Nergens wordt dat helder, waardoor de film een moreel sausje krijgt waarvan ik altijd hoop dat documentairemakers zich er verre van houden. Het geheel is een hybride werk dat barst van de ideeën maar niet tot een bevredigend einde gebracht wordt.

Maar wat moeten we nu nog met het Het verhaal van O, na het zien van de merkwaardige ontstaansgeschiedenis van het boek? Ergens is het jammer dat Rapaport zichzelf zo buiten de film houdt. Ze begint wel met een zeer persoonlijke anekdote over hoe haar zus als tiener aan haar vader vroeg om het omstreden boek voor haar te kopen. Hij deed dat uiteindelijk en Rapaport raakte zelf ook in de ban van Desclos’ roman. Het verhaal van O heeft dus een bepaalde aantrekkingskracht, maar is het boek bevrijdend, opwindend, monotoon of aanstootgevend? Writer of O laat het iets te veel in het midden en illustreert misschien dat pornografie zich als genre zich het meest aan de grenzen van de taal bevindt.

In het essay Night Words van George Steiner wordt er gekeken naar hoe geschreven pornografie mensen berooft van hun subjectieve kijk, omdat er geen ruimte is voor een eigen invulling. De particuliere ervaring, taal en voorstelling wordt ingeruild tegen de eenheidsworst van gecommodificeerde seks. In het essay pleit George Steiner voor het recht op een innerlijk privéleven, waar clichématig vermaak ver van zou moeten blijven. Hij geeft voorbeelden van schrijvers die er wel in slagen een menselijke ervaring neer te zetten als uitnodiging de eigen verbeelding te gebruiken. Interessant is het om dit essay naast Susan Sontags The Pornographic Imagination te lezen. Haar kijk op verschillende erotische werken beslaat weer een andere kant, namelijk dat het streven in bijvoorbeeld Het verhaal van O transcendentie is. Ze stelt dat ge(s)laagde erotische werken niet over seks en samensmelting gaan, maar uiteindelijk over de dood.

En zo zijn we weer terug bij Eros en Thanatos en schippert Desclos’ boek tussen die twee oerdriften. Aan het einde van O, als alles gezegd is en er weinig meer te ontdekken valt, is het enige dat nog rest het verhaal af te ronden, om daarna een lange wandeling te gaan maken.