Nu aan het lezen:

Woman at War

Woman at War

 

Woman at War opent spectaculair. Halla (een briljante Halldóra Geirharðsdóttir), een onopvallende vrouw van middelbare leeftijd, klautert over het adembenemde IJslandse landschap en komt op haar plek van bestemming aan waar ze met pijl en boog een kabel over een hoogspanningslijn schiet. Enkele kilometers verderop komt een aluminiumsmelter tot halt. Kortsluiting. Tevreden vouwt Halla haar boog routineus op en begint aan de afdaling, waarbij ze met veel vernuft de autoriteiten omzeilt om uiteindelijk zonder al te veel omwegen aan het einde van de dag in een schone jurk als dirigent voor het lokale koor te staan. Niemand die door heeft dat deze nette T’ai Chi-beoefenaar in haar frisse huis onder toeziend oog van Gandhi en Mandela de volgende aanslag op de vervuilende aluminiumindustrie voorbereidt.

Halla zou echter geen vrouw zijn als ze niet ergens nog een rammelende eierstok had. Ze wordt plotsklaps door een adoptiebureau gebeld met de mededeling dat haar ingediende aanvraag eindelijk wordt gehonoreerd en er in een weeshuis een meisje uit Oekraïne op haar wacht. Het is ruw ontwaken. Woman at War blijkt halverwege helemaal geen droogkomische thriller te zijn waar Halla zich met al haar kracht voor het behoud van mens en natuur inzet. Meer een doodsimpel moralistisch fabeltje over macro versus micro, over de zin en onzin van het collectieve moederschap als hetzelfde gevoel ook in het klein te halen valt. Opeens krijg ik argwaan. Probeert Benedikt Erlingsson, de regisseur die met het excentrische Of Horses and Men doorbrak, me nu aan te smeren dat Halla uit frustratie ecoactivist is geworden?

Het heeft er alle schijn van. Na het telefoontje laat Halla alles uit handen vallen: moederschap is niet met activisme te combineren. Instrumenteel in deze verhaallijn is haar tweelingzus Asa, ook gespeeld door Geirharðsdóttir. In een verbaal conflict beeldt de actrice beide posities uit. Het is dan ook geen toeval dat Halla kort, en Asa lang haar heeft. Asa staat als zachtaardige yogadocente voor al wat vrouwelijk is, inclusief het verlangen zich in Indiase ashram op te sluiten en de overtuiging dat geweld nooit het antwoord is. Feministen hebben het persoonlijke tot politiek gebombardeerd, maar in Woman at War wordt activisme juist als vernauwing van de persoonlijke sfeer opgevoerd, inclusief zelfopoffering.

Erlingsson is goed in het vlot ensceneren van zijn (visuele) ideeën maar heeft à la Wes Anderson te veel plezier in zijn eigenzinnigheden, die daardoor snel gaan vervelen. Hij vertrouwt er zo op dat de film het hart op de juiste plaats heeft dat hij vergeet te overtuigen. De potentie wordt dusdanig tenietgedaan dat Woman at War uiteindelijk een lollige doch onbevredigende zit is. Met name door de toevoeging van een trio dat op elk moment achter Halla opduikt om met behulp van een contrabas of triangel het geheel van muzikaal momentum te voorzien, komt Woman at War nooit voorbij het zelfgenoegzame toontje en de koddige kunstjes. De film is op zijn best wanneer de drukkende boodschap wat meer achterwege wordt gelaten en Geirharðsdóttir haar ding kan doen. Mijn advies: ga halverwege even koffie drinken en kom terug voor de laatste scène.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken