In 2010 liep regisseur Crystal Moselle zes bijzondere mannen gekleed als de acteurs uit Quintin Tarantino’s Reservoir Dogs tegen het lijf. Dankzij hun gedeelde liefde voor film werd Moselle bij hoge uitzondering bij hen thuis uitgenodigd, in het appartement in Manhattan waarin ze vijftien jaar lang opgesloten hadden gezeten. Er ging een wereld voor Crystal open. Haar bevindingen legde ze vast in de documentaire The Wolfpack (2015), die het uitgangspunt vormde van Charli Chung’s nieuwe theatervoorstelling Wolven huilen niet alleen.

De voorstelling richt zich voornamelijk op de enorme filmkennis waarover de zes broers (gespeeld door vijf acteurs: Teun Donders speelt een tweeling) beschikken. Naar buiten mochten de jongens niet. Hun vader vond dat te gevaarlijk, want iedereen in New York loopt met een pistool rond. Je kan dus beter binnen bij je eigen commune blijven en god Krishna eren. Films kijken mochten zijn zoons wel en dankzij zo’n vijfduizend dvd’s leerden de jongens over al het kwaad en leed dat zich buiten het appartement afspeelde. En over de liefde, waar je eigenlijk maar beter niet aan kan beginnen.

Bij binnenkomst zit een van de broers geboeid naar een groot filmdoek te kijken, waar filmshots voorbij flitsen. In datzelfde tempo spelen de acteurs in een nagebouwd appartement – met witte plastic tuinstoelen – vol overgave hun rol als broer, als lid van de pack, maar vooral als filmgek. Een goeie imitatie van E.T. en een knullige re-enactment laten het publiek lachen. De broers trekken stapels dvd’s uit de kast, ratelen over films en spelen ze na alsof hun leven ervan afhangt.

Scènefoto Wolven huilen niet alleen (© Sanne Peper)

Deze overweldigende stroom aan filminformatie wordt met enthousiasme gebracht, maar komt wel wat droog over. De emotie zit in de stille momenten, waarop de broers elkaar vasthouden en uiten hoe belangrijk hun band is. Deze momenten zijn echter zo vluchtig, dat je er nauwelijks door wordt geraakt. Tussen Nolan en Burton door bevragen de broers de situatie waarin ze hebben geleefd, maar de verbazing die Moselle met haar documentaire wist op te roepen blijft uit.

In grote lijnen verloopt Wolven huilen niet alleen qua vertelling hetzelfde als The Wolfpack. Daarnaast heeft Chung ook enkele scènes uit de documentaire in zijn voorstelling overgenomen. Hierdoor krijg je soms het gevoel dat je naar de theaterversie van Moselle’s  film kijkt, maar dan gegoten in een flashback die wordt ingeleid door een van de broers. Geen verrassende insteek dus. Desalniettemin is Wolven huilen niet alleen een vermakelijke voorstelling. Een die voor een lach zorgt, maar iets minder voor een traan.