Now Reading:

Wilkolak

Wilkolak

Wilkolak kiest geen richting. De film verkwanselt suspense en karakterstudie. De ‘weerwolven’ waar de Poolse titel naar verwijst blijven een externe bedreiging, ondanks het gegeven dat ze symbool staan voor het trauma van de hoofdpersonages.

Deze beesten zijn namelijk de waakhonden van het Gross-Rosen concentratiekamp. Het is februari 1945 en de Russische troepen rukken op richting Berlijn. Na inname van het concentratiekamp brengen ze een groep kinderen onder in een verlaten landhuis onder voogdijschap van een hardvochtige mentrix. Oorlog betekent schaarste, dus buiten een zak aardappelen om is het vooral zoeken naar voedsel. De Russische soldaten blijken ook geen lieverdjes. En na welbekende tekenen van onheil komen de kinderen pas echt in de penarie, als de waakhonden hen dwingen zich in het huis op te sluiten. Zonder hoop dat volwassenen de boel komen redden.

De opzet leent zich in principe voor een onderzoek naar het trauma van de concentratiekampen. De merkwaardige Wladek (Kamil Polnisiak) brengt de onvoorstelbare wreedheid op unheimische wijze, door onder andere de strafoefeningen van kampbeheerders te internaliseren. Dat de Duitse orders tot opdrukken een kans bieden om de waakhonden te temmen heeft daarbij een hartverscheurende kwaliteit, ondanks de letterlijkheid. De shock van de Holocaust krijgt echter een kille behandeling van schrijver-regisseur Adrian Panek. Cynisme viert hoogtij in een grauwe wereld. Misdragende soldaten en schermutselingen om voedsel schetsen een visie van allen tegen allen, alsof de mens niets dan slecht is. En elk individu moederziel alleen, onderstreept door de vale beelden van het landhuis in een grijs Silezië.

Een verlaten plek waar niemand komt is een welbekend horrorthema, dat ook Wilkolak met doorzichtige opbouw uitbuit. Er hangt een zekere, weliswaar onbeholpen mystiek over de film, met een accent op de grootsheid van het Silezisch woud. Maar de nakende dreiging rondom het verlaten landhuis gaat snel overboord zodra de eerste waakhond in beeld komt. In plaats van angst voor het onbekende zijn daar afgezaagde jump scares. Sec geschoten blaffende honden krijgen begeleiding van sinistere arrangementen om aan te geven dat ze toch echt gevaarlijk zijn. En een verborgen SS-officier brengt nog even het cliché van moordenaar op de verlaten plek tot leven. Bij de ontsnappingspogingen vertraagt Panek uit het niets zonder de emotionele lading van traumaverwerking. Zijn duiding gaat voorbij aan de werkelijke spanning, van kinderen die op eigen houtje de verschrikkingen van het kampleven moeten verwerken.

Zulke complexe gevoelens leiden echter bij vlagen tot onduidelijk gedrag. Er is weinig motivatie voor Wladeks lange zwijgen over het temmen van honden of ontdekking van een bunker. Zijn rivaliteit met de Duitse Hanys (Nicolas Przygoda) is te pover ontleed om te bevatten waarom zij gemeen tegen elkaar blijven doen. Daar komt nog bij dat Hanka’s (Sonia Mietielica) doorsnee dromen van een normaal leven met een Schindler’s List-rode jurk te atypisch in het kille geheel verweven zijn. Voordat zij allen noodgedwongen leren samen te werken na bevrijding komt het Duitse kamp in het begin over alsof Wilkolak hier en daar zal afkijken bij de exploitatiefilm. Het horroraspect is op psychologisch gebied summier uitgewerkt. Deze onhandige samenvoeging van elementen maakt Wilkolak een onbestemd geheel.

Input your search keywords and press Enter.