Nu aan het lezen:

Wildlife

Wildlife

 

Er zijn twee momenten in Wildlife waarop de wereld van de zestienjarige Joe Brinson (debutant Ed Oxenbould) voor zijn ogen uiteenvalt. Beide keren fixeert de camera zich op de geschokte blik van de jonge filmkijker: net als in de roman van Richard Ford (1990) is het Joe die beseft, vertelt en ziet. Aan het einde van de film zal hij degene zijn die het verhaal van zijn ouders in een enkel beeld weet te vangen.

Dat verhaal begint nog met een nieuw begin. Great Falls, Montana is het volgende thuis voor Joe en zijn ouders. Jerry (Jake Gyllenhaal) assisteert op de plaatselijke golfbaan en probeert rond te komen van zijn ijverige en klantvriendelijke houding. Vrij direct blijkt al dat zijn nukkige baas daar geen enkele boodschap aan heeft. Als het aan hem ligt blijven zijn werknemers radars in de machine, muntstukken in plaats van mensen. De eerste geschokte blik van Joe kunnen we al op dit moment situeren: DoP Diego García (onder meer Neon Bull, Cemetery of Splendor en de nieuwe film van Carlos Reygadas) omlijst het gezicht van de zoon wanneer hij zich realiseert waarvoor zijn vader wordt weggeroepen. Dit is de eerste gewaarwording. Kapitaal eist ontmenselijking en zelfvernedering.

De tweede gewaarwording is dat kapitaal ook verleidt. De willekeur van het systeem maakt dat Jerry de dag na zijn ontslag alweer gevraagd wordt terug te keren. Alhoewel hij het geld hard nodig heeft, besluit hij dat hij niet langer voor ‘dit soort mensen’ wil werken. Vervolgens sluit hij zich echter wel vrijwillig aan bij de plaatselijke bosbrandbestrijding, een burgerkliek die bij uitstek met de hogere klassen geassocieerd wordt. Jeanette (een geweldige Carey Mulligan) reageert furieus: het liefst ziet ze dat een zondvloed niet alleen de branden wegspoelt, maar ook de mensen die door de selectieve bluspolitiek financieel van het brandgevaar profiteren. Geheel toepasselijk vindt ze zelf werk als zwemlerares – tot blijkt dat ze juist daar de rijkelui ontmoet die de belofte van voorspoed als ruilmiddel gebruiken. Zie hier de introductie van een getypecaste suikeroom (Bill Camp), een vaandeldrager van de maatschappelijke piramide. De tweede blik van Joe is er een van verbijstering. Tijdens een etentje bij de gladjakker thuis ziet hij machteloos toe hoe zijn moeder ter plaatse ingepalmd wordt.

 

Wildlife gaat over breuklijnen, de grotere krachten die een familie geleidelijk uiteen kunnen rijten. Het is niet eens overdreven om te zeggen dat Paul Dano’s regiedebuut rust op een maar al te sterk besef van klasse en klassenstrijd. Het script, dat hij samen met zijn partner Zoe Kazan (The Big Sick) schreef, gedijt grotendeels op een metaforische tegenstelling tussen water en vuur, tussen de sociaalmaatschappelijke branden van Amerika (hier vooral armoede en genderongelijkheid) en de hegemonie van het grote blussen.

Het is geen toeval dat het bedwingen van de plaatselijke bosbranden zo naadloos alludeert op de politieke containment-strategie, kenmerkend voor het Amerikaanse buitenlandbeleid in de Koude Oorlog-periode (en daar voorbij). We schrijven 1960; Wildlife speelt grofweg drie jaar vóór escalatie van de Vietnamoorlog en het indammen van het communisme is aan de orde van de dag. De burgers die de krachten bundelen voor het blussen van de branden, wordt in de film duidelijk, zijn dezelfde burgers die hun positie in de hiërarchie vast willen houden. Het kapitaal zit bij de blussers. Het verklaart andermaal waarom Jeanette nu zo woest is als haar echtgenoot zich vrijwillig aanmeldt: zij ziet de toegift als een knieval, een klasseval. ‘Mijn man zoekt de weg van de minste weerstand,’ zegt ze venijnig.

De tragiek van Wildlife zit hem erin dat ook Jeanette niet ontsnapt aan de houdgreep van het systeem. Warren Miller, symbool van de bovenlaag, biedt geen échte liefde, maar een mogelijke weg naar buiten. Het gaat er niet om een schuldige aan te wijzen: Mulligan maakt de worsteling van haar personage perfect invoelbaar. De dramatische diepgang die de cast aan de dag legt zorgt ervoor dat de film veel meer te bieden heeft dan zijn politieke onderlaag — de paar opzichtige uitschieters in het script (iets met een brandend huis, maar daarvoor moet u de film zien) zijn Dano en Kazan vergeven.

Publiek en privaat gaan onvermijdelijk in elkaar op; ze versmelten in een destructieve dialoog. Wildlife betreurt de teloorgang van een thuis, het ideaal is de speelbal van de ongelijkheid. ‘We moeten dit land weer in beweging krijgen,’ dringt het via een nieuwsbulletin door tot de huiskamer van de Brinsons. Uiteindelijk is er niets nieuws onder de zon.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken