Met films als Secrets & Lies (1996) en Happy-Go-Lucky (2008) kende regisseur Mike Leigh grote successen inclusief aandacht van de Oscars. Maar zijn oeuvre zit vol werken die op zijn minst niet onderdoen voor de bekendere. Zijn films aarden in onzekerheden, waar de personages en hun tegenstellingen uitdagen tot reflectie op hun handelen. Hier zijn vijf van Leighs ondergewaardeerde films waar deze thematiek sterk tot zijn recht komt.

The Kiss of Death (1977)

Vier jonge mensen rommelen wat aan in de liefde. De verlegen Trevor (David Threlfall) werkt voor een begrafenisondernemer en hangt rond met Ronnie en diens vriendin Sandra, tot laatstgenoemde hem in de pub introduceert aan de assertieve Linda. De afspraakjes tussen Trevor en Linda gaan echter niet van een leien dakje.
Threlfalls tronie beweegt zich klunzig door het beeld en kan slechts enigmatisch giechelen. In een virtuoze scène belt hij aan bij Linda en zitten ze weifelend op de bank. Leigh blijf er messcherp op en verhoogt de spanning van ontbrekende motivaties met snedige montage en kadering. Toch valt Trevor niet weg te
zetten als een lanterfant, want hij handelt resoluut tegenover alles wat op zijn pad komt. De lakse houding komt gaandeweg met een intrigerende vriendelijkheid zoals tegenover de zieke buurvrouw van Linda. Zo ontwikkelt Trevor zich juist verder zonder overkoepelend doel in zijn leven.

Home Sweet Home (1982)

Een verontrustende kijk op ongelukkige thuissituaties. Stan werkt als postbode en heeft tijdens zijn dienst voldoende tijd voor verschillende affaires, onder andere met de vrouw van een collega in een slecht huwelijk. Ondertussen probeert jeugdzorg de verhouding tussen Stan en zijn uit huis geplaatste dochter te
herstellen. Waar Leigh ook naartoe hopt met de camera, de personages kunnen niet buiten hun conceptie van de liefde treden. Als in een nachtmerrie zitten ze gevangen in hun eigen maniertjes. Dat leidt onder andere tot een hartverscheurende confrontatie voor de onbenullige Harold, die alleen in dad jokes kan communiceren. Stan heeft zich in tegenstelling tot de rest definitief afgesneden van anderen, wat zijn lot het meest luguber maakt. Als weer een nieuwe sociale werker vervalt in technisch jargon komt de close-up van zijn frons dicht bij psychologische horror.

The Short & Curlies (1987)

Leighs beste korte film schetst door middel van vignetten de ontluikende liefde tussen de jonge vrouw Joy en Clive, die van alles een grapje maakt. Hun romance contrasteert met het reilen en zeilen in de kapsalon van Joys moeder. Een snerpende Alison Steadman als de kapster droomt van romantiek, maar Leigh houdt de beginnende relatie van Joy en Clive met beide benen op de grond. David Thewlis speelt Clive als een klier die niets serieus lijkt te nemen, wat zijn afspraakjes met Joy tot onbeholpen affaires maakt. Zoals vaker weet Leigh de verschillende facetten van eenzelfde soort gedrag weer te geven zodat de twijfel toeneemt. In The Short & Curlies zit een serieuze lading aan de humor, oprechte pogingen tot het zoeken van toenadering, waardoor liefde en relaties in deze film een voortdurend ontdekken van de ander blijft.

A Sense of History (1992)

In deze mockumentary geschreven en gespeeld door vaste kracht Jim Broadbent vertelt de 23e graaf van Leete zijn levensverhaal, wat samenhangt met de rijke historie van zijn landgoed en familie. Zoals gebruikelijk bij Leigh start de film ongedefinieerd, waardoor de gruwelijke ontboezemingen van de graaf
over zijn broer en vrouw vallen als een donderslag bij heldere hemel. Nonchalant keuvelt Broadbent door alsof zijn gedrag vanzelfsprekend is en blijft de camera het rustieke landschap om hem heen benadrukken. Zulke schertsende tegenstellingen maken dit een van de komischer werken van Leigh. De scherpe satire neemt niet zozeer de aristocratie zelf op de hak, maar eerder de daarmee samenhangende waarden. Van klassiek en hautain transformeert Broadbent ongezien in een
monster dat doet twijfelen aan zaken als trots, eer en afkomst.

Peterloo (2018)

Na een paar eerdere uitstapjes naar historisch drama levert Leighs voorlopig laatste film over de Peterloo Massacre uit 1819 zijn meest expliciet politieke werk af. De aanloop naar het bloedige neerslaan van een arbeidersdemonstratie in Manchester komt aan bod via diverse plekken in de gemeenschap, waaronder een familie met getraumatiseerde soldaat. Het organiseren voor meer inspraak brengt zelf al gewichtige discussies op gang, in tegenstelling tot eerder werk schilderachtig gevangen door vaste cameraman Dick Pope. Zo brengt de film de complicaties
van politieke actie tot leven waar verschillende perspectieven in overeenstemming moeten komen en motivaties botsen. Dit vat het zowel egocentrische als idealistische parlementslid Henry Hunt samen, die de arbeiders opzwepend toespreekt maar geen sprekers naast zich duldt. Helaas blijven de aanstichters in
Peterloo te karikaturaal kwaadaardig, wat afleidt van alle intrigerende observaties over de strijd tegen onrecht.