We vroegen popcultuur connaisseur Hedwig van Driel om eens te kijken naar het heden en verleden van de romantische komedie. Want de romantische komedie is toch vaak de genrefilm waar nooit iedereen op hetzelfde moment zin in heeft lijkt het. Hoe komt dat? 

Op weinig genres wordt zo neergekeken als op de romantische komedie of romcom. Als er een man naartoe gaat, gaan we ervan uit dat hij een offer brengt voor z’n relatie. Als mensen al van romcoms houden beschrijven ze die liefde niet zelden als guilty pleasure. Toch was dat niet altijd zo.

In 1934 ging een romcom er bijvoorbeeld vandoor met de “grote vijf” Oscars, iets dat maar twee andere films ook lukte. De Oscars voor beste film, beste regisseur, beste script, beste acteur en beste actrice gingen toen naar It Happened One Night, een romcom met Clark Gable als journalist Peter Warne, en Claudette Colbert als weggerende rijkeluisdochter Ellie Andrews. It Happened One Night volgt allerlei conventies die je nu ook nog ziet bij romcoms. Peter en Ellie hebben bij eerste ontmoeting onmiddellijk een hekel aan elkaar, maar ze hebben elkaar nodig: Ellie om te reizen naar de andere kant van de VS, en Peter voor haar verhaal, waarmee hij zijn carrière weer op de rails wil krijgen. Al kibbelend over de juiste manier om een donut te dunken vallen ze op elkaar. Er is zelfs op de laatste minuut een race tegen de klok.

Nu moet gezegd: It Happened One Night is een uitzonderlijk goede romcom, die ruim 80 jaar later niet aan kracht heeft ingeboet. Scènes zoals de lift-scène en de “Walls of Jericho” zijn met recht iconisch – het schijnt zelfs dat de verkoop van ondershirts na de film kelderde omdat Clark Gable er geen bleek te dragen. Maar romantische komedies waren in die tijd sowieso een genre waar ook de beste regisseurs en acteurs graag aan meewerkten.

Films uit die tijd worden “screwball”-komedies genoemd, en worden gekenmerkt door de vaak snelle dialogen en escalerende situaties. Ook heel typisch: vanwege de protocollen destijds waren de geliefden vaak nog getrouwd of in ieder geval ooit getrouwd geweest.

Niet te missen voorbeelden van screwball-komedies zijn onder andere Bringing up Baby (1938 – baby is een luipaard); The Philadelphia Story (1940, seksistisch maar hilarisch); His Girl Friday (1940, met Rosalind Russell als een echte Hawks-dame); The Lady Eve en Ball of Fire (beide 1941, met in beide Barbara Stanwyck die Henry Fonda het hoofd laat duizelen); My Man Godfrey (1936, met de fantastische en veel te vroeg gestorven Carole Lombart) en Ninotchka (1939 – tagline: “Garbo laughs!”)

Wat de screwball-film aantoont is dat als je een romcom laat regisseren door een goede regisseur, zeg een Ernst Lubitsch, een Frank Capra, een Preston Sturges, een Howard Hawks of een George Cukor, en er acteurs als Clark Gable, Cary Grant, Katherine Hepburn, Claudette Colbert, of Barbara Stanwyck in laat spelen, het genre niet voor een ander hoeft onder te doen. Als je romcoms serieus aanpakt eindig je niet met de slappe films die je tegenwoordig vaak ziet: komisch en met B-acteurs in clichématige hoofdrollen.

Toch is er nog genoeg te genieten in het genre; je moet alleen wat dieper graven. De laatste tijd worden er bijvoorbeeld veel leuke romcoms gemaakt met een bovennatuurlijk element: in Ruby Sparks (2012) komt een personage van een schrijver tot leven; in The One I Love (2014) wordt relatietherapie wel erg vreemd; en in Safety Not Guaranteed (2012) is een man op zoek naar een tijdreiscompagnon. Ook “zomromcom” Warm Bodies (2013) is veel leuker dan je op basis van de beschrijving denkt.

Iets verder terug in de tijd hebben we heuse klassiekers in het genre: Clueless (alweer twintig jaar oud), While You Were Sleeping (idem), Overboard (1987), Groundhog Day (1993), Four Weddings and a Funeral (1994), You’ve Got Mail (1998 – overigens een remake van het superschattige The Shop Around the Corner van Lubitsch uit 1940), en 10 Things I Hate About You (1999). In Nederland is de huidige romcom-golf een beetje té, maar laten we niet vergeten dat het begon met de heerlijke Sinterklaasfilm Alles is Liefde (2007), die misschien geïnspireerd was door Love, Actually (2003) maar stiekem veel leuker was.

Nóg verder terug in de tijd en je hebt films als The Apartment (1960), The Graduate (1967) en Annie Hall (1977), films waarvoor geen enkele liefhebber zich hoeft te schamen. De reflexieve minachting voor het genre is dan ook niet op z’n plek: dat er tegenwoordig zoveel ondermaatse romcoms worden gemaakt is een manco van die films, niet van het genre.

Hedwig schrijft over films en meer. Volg haar op twitter of op haar blog