In Tigertail zit de hoofdpersoon verstrikt in zijn verleden – zelfs zijn dochter, die van dat verleden weinig weet, kan zich er niet aan ontworstelen. Ook Tigertail de film leeft meer in de herinnering dan in het heden.

Pin-Jui vertelt ons in voice-over over zijn jeugd in Taiwan. De strenge oma, die hem vertelde dat huilen geen nut had. De moeder die hem leerde hard te werken. Het meisje op wie hij verliefd werd. De LPs waardoor hij ging dromen van een leven in Amerika.

Dat leven in Amerika krijgt hij uiteindelijk – al moet hij daarvoor wel iets opofferen. In deze film werkt de Amerikaanse droom warempel: met hard werken en je best doen kan je opklimmen, een leuk huisje kopen, je twee kinderen – die je natuurlijk Engelse namen geeft, Angela en Bobby – een beter leven bieden, in ieder geval financieel.

Toch is het niet tevredenheid waarmee Pin-Jui, eenzaam aan zijn eettafel, terugkijkt op zijn leven en keuzes. En dochter Angela, die hij heeft opgevoed met dezelfde waardes, en die duidelijk door hard werk nog een trapje hoger is gestegen op de maatschappelijke ladder, zit al even melancholisch naar de camera te staren in haar luxe appartement.

Het punt dat debuterend regisseur Alan Yang wil maken moge duidelijk zijn. Ook thema’s die hij al eerder verkende in Master of None, de serie die hij samen met Aziz Anzari bedacht, zoals het fundamentele onbegrip tussen geïmmigreerde ouders en hun in Amerika geboren en getogen kinderen, komen terug,

Visueel is er een scherp contrast tussen de flashbacks, vooral het gedeelte dat zich in Taiwan afspeelt, en het heden. De flashbacks zitten vol kleur en leven, met een zweem Wong Kar-Wai-se romantiek. Het Amerikaanse heden is daarentegen stijf, met strak symmetrische composities en vrij vlak acteerwerk.

Yang weet subtiel complexiteit toe te voegen. In de ondertiteling wordt aangegeven wanneer er Taiwanees en wanneer er Mandarijn gesproken worden: de overgang van het Taiwanees van de jeugd van Pin-Jui, de taal die hij spreekt met zijn oma en moeder, naar het Mandarijn dat later de hoofdtaal wordt, wordt niet expliciet becommentarieerd maar spreekt boekdelen.

Ook wordt het drama heel bewust klein gehouden. In het heden is niet iedereen ongelukkig. De twee vrouwen in het leven van Pin-Jui blijken uiteindelijk allebei hun weg te hebben gevonden. Zij waren uiteindelijk niet van hem afhankelijk voor hun geluk. Zonder melodrama weet de film je beetje bij beetje toch ook echt te roeren.

Toch voelt het geheel een beetje hermetisch. Elk randje is afgevijld, elk interieur opgepoetst. Het shot waarmee de film eindigt is prachtig – frames in frames in frames – maar ook exemplarisch voor hoe de film ons op afstand houdt. We krijgen de herinneringen van Pin-Jui (en zijn dochter) te zien, maar toch blijven hun motivaties obscuur. Een inkijkje in de andere personages af en toe was ook welkom geweest.

Het is misschien het perfectionisme van de debutant. Het zou mooi zijn als Alan Yang bij een volgend project de teugels iets meer durft te laten vieren. Maar hij bewijst met Tigertail dat Netflix hem terecht een kans gaf om de sprong te maken van serie naar film.

Tigertail is te zien op Netflix