Nu aan het lezen:

Tien vergeten Oscarwinnaars

Tien vergeten Oscarwinnaars

 

Een Oscar winnen lijkt wellicht het hoogst haalbare voor een film. Maar ook veel Oscarwinnaars blijken niet bestand tegen de onbarmhartige vergetelheid. Soms is dat terecht, maar er zijn er ook die nog steeds onze aandacht verdienen. En daarvan zetten wij er tien voor je op een rijtje.

  1. Gentleman’s Agreement (Elia Kazan, 1947)

Slechts twee jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog maakte Kazan dit drama over een schrijver (Gregory Peck) die een serie artikelen schrijft over antisemitisme. Hij besluit zich voor te doen als jood, om zo te ervaren waar joden mee te maken hebben. Kazan is niet zozeer geïnteresseerd in militant antisemitisme, als wel in de meer verkapte en vaak zelfs onbewuste variant. Zoals Green’s verloofde die na elke belediging en vernedering die Green tegenkomt opmerkt dat hij gelukkig niet echt joods is. Gentleman’s Agreement is een zware film die sterk leunt op dialoog, maar ook een film die in z’n intelligente ontleding van de blinde vlek die privilege creëert nog altijd prangend relevant is.

https://www.youtube.com/watch?v=KYDIWrcevkQ

  1. Jeux Interdits (René Clément, 1952)

In de gruwelijke openingsscène van dit Tweede Wereldoorlog-drama verliest de vijfjarige Paulette haar ouders en hondje tijdens een bombardement van de Duitsers. De boerenjongen Michel vindt haar en neemt haar mee naar huis waar ze –met enige tegenzin– wordt opgenomen in het gezin. Buiten het bombardement waarmee de film begint zien we nauwelijks directe oorlogshandelingen, maar we zien wel de sporen die het achterlaat in het landschap en de mensen. Clément toont de soms macabere wijze waarop kinderen omgaan met oorlog en ook de onmogelijkheid om daar zonder littekens uit te komen. Het maakt Jeux Interdits in al z’n kleinheid een van de meest hartverscheurende oorlogsfilms.

  1. Marty (Delbert Mann, 1955)

Marty is een verre van baanbrekende Oscarwinnaar, het is vooral een hele sympathieke film, met fijne hoofdrollen van Betsy Blair en vooral Ernest Borgnine. Borgnine, vooral bekend van zijn bijrollen in onder meer The Wild Bunch en Johnny Guitar, won met zijn innemende vertolking van de titelfiguur een Oscar. Marty is een vrijgezelle dertiger die werkt in een slagerij. Zijn moeder (bij wie hij woont) vindt het tijd dat hij gaat trouwen, maar de vrouwen lijken onbereikbaar voor de goedzakkige Marty. Delbert Mann’s film is een milde aanklacht tegen een samenleving die de brutalen beloont en de zachtaardigen zo vaak overslaat.

https://www.youtube.com/watch?v=xIah4s6ePQo

  1. Obchod na korze (Ján Kadár, Elmar Klos, 1965)

The Shop on Main Street, zoals de internationale titel van deze film luidt, gaat over een gewone man in buitengewone omstandigheden. De gewone man is Tono, een simpele arbeider die een klein winkeltje overneemt van een seniele Joodse weduwe, de omstandigheid is de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk is Tono een door armoede gevormde opportunist, maar wanneer de nazi’s verder oprukken en de oorlog steeds nadrukkelijk de straten overneemt, ziet Tono zich gedwongen een morele beslissing te maken. Levert hij de joodse weduwe uit of tracht hij haar te helpen? De film herinnert in zijn simpele stijl en humanisme aan het Italiaanse neorealisme, gedragen door een ontroerende hoofdrol van Jozef Kroner.

  1. Ostře Sledované Vlaky (Jiří Menzel, 1966)

De Tsjechen waren op dreef, want een jaar later wonnen ze opnieuw met nog zo’n hoogtepunt uit de Tsjechische New Wave. Aan het oppervlak gaat deze humane satire van Jiří Menzel over een jongeman die op het lokale treinstationnetje werkt en wordt geplaagd door erectieproblemen. Maar de impotentie van de jonge en naïeve Miloš (Václav Neckář) fungeert als metafoor voor het Tsjechoslowakije tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat hulpeloos moest toezien hoe zijn wapenarsenaal werd geconfisqueerd tijdens de Duitse bezetting. Miloš moet een manier vinden zijn mannelijkheid terug te winnen tegen de prijs van zijn onschuld en misschien nog wel meer.

  1. Indagine su un cittadino al di sopra di ogni sospetto (Elio Petri, 1970)

“Repressie is ons vaccin, repressie is beschaving”, fulmineert de door Gian Maria Volonté gespeelde politie-inspecteur in de microfoon. Deze Italiaanse Oscarwinnaar is een meesterlijke deconstructie van fascisme, waarin vrijheid de grootste vijand is van de macht en subversief gelijkstaat aan crimineel. De inspecteur pleegt in de eerste scène van de film een moord en doet bewust geen pogingen zichzelf te buiten de verdenking te houden. Waarom hij dat doet wordt gedurende de film steeds minder helder dan in eerste instantie lijkt. Wil hij bewijzen dat hij inderdaad boven verdenking verheven is, zoals de titel aangeeft, of is er een deel van hem dat wil worden gedwongen verantwoording af te leggen? Het onthutsende einde van de film toont echter dat dat nog niet zo makkelijk is.

  1. Ordinary People (Robert Redford, 1980)

Je kunt lang discussiëren over prijzen, maar soms ook niet. In 1980 had Raging Bull de Oscar voor beste film moeten krijgen. Geen twijfel. In plaats daarvan ging hij naar Robert Redford’s Ordinary People, een kalm drama over een gezin dat worstelt met de dood van een van de twee zonen. Broer Conrad is als de film begint net uit het ziekenhuis ontslagen na een zelfmoordpoging, zijn ouders drijven intussen langzaam uit elkaar. De film is niet zozeer compleet vergeten, maar wel besmet met de schandvlek van die onterechte Oscar. Wie die Oscar terzijde schuift ontdekt dat daarachter een traag en trefzeker ontwikkelende en goed geacteerde film schuilt met vooral een prachtrol van Donald Sutherland.

  1. Mephisto (István Szábo, 1981)

Er wordt wel gezegd dat grote acteurs weinig persoonlijkheid hebben en daarom zo goed zijn in het vertolken van een ander. Mephisto van de Hongaarse filmmaker István Szábo gaat over een acteur die lijkt over te lopen van persoonlijkheid, maar naarmate Szábo ons dichter bij deze Hendrik Höfgen (een fantastische rol van Klaus Maria Brandauer) brengt, hoe meer we ontdekken dat die persoonlijkheid slechts oppervlak is en daarachter leegte schuilt. Als hij opmerkt slechts acteur te zijn, moeten we dat letterlijk opvatten. De man Hendrik Höfgen (zelfs die naam is niet echt) bestaat niet, enkel de rollen. En zo kan het dat hij op het toneel schittert als Mefisto en in de realiteit zijn ziel verkoopt als Faust.

  1. Babettes gæstebud (Gabriel Axel, 1987)

Babettes gæstebud gaat over Philippa en Martina, ooit de twee knappe dochters van de pastoor, nu twee oude dames en de matriarchen van wat is overgebleven van de protestantse congregatie in een klein Deens dorpje. Vroomheid heeft hen weerhouden in te gaan op de vele avances die ze ontvingen en dus wonen ze samen met de Franse huishoudster Babette. Een groot deel van de film bestaat uit de bereiding en verorbering van een overdadig Frans diner dat Babette van gewonnen loterijgeld organiseert voor de congregatie; oudere mannen en vrouwen die al jaren volgens de wet van ascese leven en dachten te zijn vergeten wat lust en bevrediging is.

  1. Oetomlyonnye Solntsem (Nikita Mikhalkov, 1994)

Lange tijd gedraagt Oetomlyonnye Solntsem zich als een typisch Russisch familie-epos waarin tragiek en komedie onafscheidelijk zijn. Generaal Sergei Kotov brengt met zijn familie de zomer door in zijn datsja als plots een oude vriend van zijn vrouw opduikt. Er wordt gegeten, piano gespeeld, gedanst en geluierd bij een meer. Maar het zijn de jaren dertig, de jaren van de Grote Zuivering waarmee het Stalin-bewind afrekende met zijn tegenstanders, zowel buiten als vooral ook binnen de partij. Die grimmige buitenwereld sijpelt gestaag en steeds nadrukkelijker de idyllische datsja binnen, waarbij Mikhalkov de willekeur van het regime toont en de gevaarlijke vermenging van politiek en persoonlijke wraakmotieven.

Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken