Sciencefiction is een genre zo breed dat deze lijst met gemak de oneindigheid van het heelal had kunnen benaderen. Om het toch een beetje overzichtelijk te houden, een selectie van tien sciencefictionfilms uit de verste uithoeken van het cinema-universum. Vol robots, dystopieën, vallende aliens en tijdreisexperimenten.

 

Born in Flames (Lizzie Borden, 1983)

Het is tien jaar na een socialistische revolutie, die helaas weinig heeft gebracht. De tijd lijkt te hebben stilgestaan en zelfs teruggezet, vooral als het om de positie van vrouwen gaat. “We are surrounded by the images that our mothers fought to destroy”, zoals iemand opmerkt. Twee vrouwengroeperingen roepen (steeds radicaler) op tot protest. Born in Flames gaat over ras, gender, seksualiteit, politiek en dat alles in amper tachtig minuten. Veel elementen (de documentairestijl, de mediakritiek) herinneren aan het werk van Peter Watkins en vooral diens La Commune (Paris, 1871). Borden’s film is een deconstructie van een maatschappij die weliswaar vooruitgang predikt, maar diep van binnen zijn patriarchale en blanke normen weigert op te geven. Je kunt je afvragen in hoeverre dat eigenlijk sciencefiction is.


Je t’aime, je t’aime (Alain Resnais, 1968)

Alain Resnais is altijd geïnteresseerd geweest in de werking van tijd en herinnering. In Je t’aime, je t’aime ondergaat een man een tijdreisexperiment. Het idee is dat hij een minuut lang teruggaat in de tijd, maar hij komt vast te zitten in zijn verleden en beleeft zo telkens opnieuw episodes uit een pijnlijk misgelopen liefdesrelatie. De film handelt over de relatie tussen herinnering en identiteit, over de noodzaak van narratief om grip te houden op wie we zijn. Resnais structureert zijn vertelling bewust fragmentair, als een stukgeslagen spiegel. En samen met het hoofdpersonage raken we zo steeds verder verdwaald en verstrikt in die oneindige loop van een onverwerkt verleden.


Footprints on the Moon (Luigi Bazzoni, 1975)

Nog een film die draait om herinneren is de ongewone giallo Footprints on the Moon (ook bekend als Le Ombre). Een vrouw (gespeeld door Florinda Bolkan) is drie dagen van de wereld. Na afloop kan ze zich niets herinneren en besluit de paar aanwijzingen die ze heeft (onder meer een gescheurde ansichtkaart) te volgen. Dat leidt haar naar een kustplaatsje waar ze wordt herkend, terwijl ze er nooit eerder is geweest. Intussen wordt ze geplaagd door visioenen en dromen van een maanlanding en een maniakale Klaus Kinski. Geholpen door een spookachtige soundtrack en Vittorio Storaro’s cinematografie evoqueert Luigi Bazzoni het gevoel van eenzaamheid van zijn hoofdpersonage. Footprints on the Moon is bloedmooi zonder bloederig te zijn. Een desoriënterende, vervreemdende en unieke giallo.


Liquid Sky (Slava Tsukerman, 1982)

Deze film over mini-aliens die landen op aarde op zoek naar heroïne, maar ontdekken dat orgasmes veel leuker zijn dan drugs, is in veel opzichten een kind van de jaren tachtig. De film speelt zich af in de New Yorkse punkscene en lijkt achteraf beschouwd een sinistere voorspelling van de aidsuitbraak. “The film is really about dying from sex and then everyone started dropping”, zei hoofdrolspeelster Anne Carlisle daar later over in een interview. “It was really, really eerie.” Ondanks het beperkte budget wist regisseur Slava Tsukerman visueel te imponeren, van de psychedelische POV-shots van de aliens tot de androgyne kostuums en make-up waar David Bowie jaloers op zou zijn.


Golem (Pjotr Szulkin, 1980)

Ze zeggen dat je een boek niet op z’n omslag moet beoordelen, maar het is aan filmposters te danken dat ik Poolse cinema en Pjotr Szulkin ontdekte. Want Poolse filmposters zijn een kunst op zich. Na een verwoestende nucleaire oorlog krijgen wetenschappers in Golem de opdracht ‘verbeterde’ mensen te scheppen (robots, feitelijk). Pernat is zo’n creatie, maar hij gedraagt zich niet naar behoren en ontwikkelt een eigen wil. Zoals veel Sovjet-sciencefiction uit de tijd van de Koude Oorlog is Golem satire en dystopie ineen. De film speelt zich af in een troosteloze wereld, gedrenkt in donkere sepiatinten, waar de lucht net zo afwezig is als de kans op bevrijding en de overheidscontrole zo groot dat een eigen identiteit een niet te veroorloven luxe is.


The American Astronaut (Cory McAbee, 2001)

Een western-musical-sciencefictionkomedie in de ruimte. Dat is waarschijnlijk de beste omschrijving van The American Astronaut. De film ademt old school; de decors bestaan veelal uit geschilderde achtergronddoeken en spullen uit kringloopwinkels en alles is gefilmd in verweerd zwart-wit. Het heelal dat Cory McAbee creëert is gefundeerd op een alomvattende ruilhandel. Een kat wordt verruild voor een kloon van een Real Live Girl die weer wordt geruild voor The Boy Who Actually Saw a Woman’s Breast (“It was soft and round, now get back to work!”). The American Astronaut is een maffe film, gemaakt met liefde voor het genre en een van de vele bewijsstukken dat je ook met amper budget een overtuigende buitenaardsheid kan neerzetten.


The Brother From Another Planet (John Sayles, 1984)

Een buitenaards wezen stort neer op aarde. Op zijn drie tenen na ziet hij eruit als een doodgewone man. Een zwarte man, dat wel, maar gelukkig landde hij in Harlem. De alien, die niet kan spreken, maar wel met handoplegging wonden en kapotte spelmachines kan helen, heeft een ontwapenende naïviteit. Als mensen hem vragen waar hij vandaan komt, steekt hij zijn duim omhoog. Maar dat betekent niet dat alles oké is. Hij wordt opgejaagd door twee blanke mannen, die dreigend rondvragen naar de illegal alien. John Sayles, door Roger Ebert eens “a one-man industry in the world of the American independent film” genoemd, combineert hier intelligente satire met zachtmoedige komedie en creëert zo een spiegel van onze vaak zo absurde manier van samenleven.

https://www.youtube.com/watch?v=cGaueP0Iufo


Hombre Mirando al Sudeste (Eliseo Subiela, 1986)

En de aliens bleven uit de lucht vallen. In deze Argentijnse film is het een man die uit het niets opduikt in een psychiatrische instelling en verklaart dat hij van een andere planeet komt. Subiela’s film kreeg eigenlijk pas internationaal wat bekendheid toen in 2001 K-PAX verscheen, waarin Kevin Spacey een man speelt die uit het niets opduikt in een psychiatrische instelling en verklaart dat hij van een andere planeet komt. Auteur Gene Browler houdt vol de Argentijnse film nooit gezien te hebben. Hoe dan ook, Hombre Mirando al Sudeste is de betere film. Enigmatischer, melancholischer. Geënt op dialoog en met een sterk Bijbelse ondertoon is Hombre een ideeënfilm in de trant van het ook al veel te weinig geziene The Man From Earth.

https://www.youtube.com/watch?v=x4mTmajas-k


Tanin No Kao (Hiroshi Teshigahara, 1966)

Wat gebeurt er met je identiteit als je het gezicht van een ander aanneemt? In hoeverre maakt dat masker je tot een ander en wat blijft er over van wie je was? Het zijn vragen die vaker in films zijn verkend, maar zelden zo intrigerend als in deze Japanse film, waarin een man wiens gezicht is verbrand door een bedrijfsongeval een levensecht masker krijgt aangemeten. Teshigahara is zo’n regisseur die in elk shot alle potentie van cinema benut. Geen decor is zonder betekenis, geen camerabeweging willekeurig. Een gewone dialoogscène in een café wordt bij hem een filmisch kunststukje doordat hij eerst het achtergrondgeluid en vervolgens al het licht rond de twee weg laat vallen. Wie wil weten hoe perfectionisme eruit ziet; zoek niet verder.

https://www.youtube.com/watch?v=wa6BitYbhZU


Cherez Ternii k Zvyozdam
(Richard Viktorov, 1980)

Russische sciencefiction heeft een ongrijpbare aantrekkingskracht op mij. Ik vind het visueel fantastisch en houd van de ultieme vervreemding ervan, nog versterkt door het cultuurverschil. Maar vooral is het de intense melancholie waarvan Russische sciencefiction doordrenkt is, of het nu een satirische komedie als Kin-Dza-Dza is of een filosofisch meesterwerk als Tarkovsky’s Stalker. Zo ook deze film van Richard Viktorov, over een humanoïde robotvrouw van een andere planeet. Op die planeet hangt een giftige bruingele stofgloed, de bewoners dragen gasmaskers en draaien synthesizermuziek op platenspelers. Het is surreëel, tegelijk grappig en beklemmend, absurdistisch en verontrustend. Of, zoals een van de astronauten het samenvat vlak nadat ze zijn geland: “Wat een morbide schoonheid.”