Wie het over high school-films heeft, doelt op Amerikaanse films. Natuurlijk, ook in andere landen worden films gemaakt die zich afspelen op de equivalenten van een high school, maar in Amerika is het een genre op zich, met zijn eigen conventies en tropes. Toch is er nog een plek op aarde waar je de high school film als genre kunt beschouwen, en dat is Oost-Azië en dan voornamelijk Japan en Zuid-Korea. Veel voorkomende elementen daar: schooluniformen, tienerromantiek, muziekbandjes en hier en daar een dosis bizar geweld. In dit lijstje tien uiteenlopende Aziatische high school-films om je op weg te helpen.

 

Swing Girls (Shinobu Yaguchi, 2004)

Nadat een groep schoolmeisjes per ongeluk het schoolorkest het ziekenhuis in heeft gestuurd met een voedselvergiftiging, worden ze gedwongen om het orkest over te nemen. Bij een paar van hen wakkert dat een onvermoede muziekliefde aan en ze besluiten na terugkeer van de orkestleden een eigen jazzorkestje te beginnen. Swing Girls is een ontzettend aanstekelijke film. De voorspelbaarheid van de plot (inclusief een onvermijdelijk optreden tijdens een muziekfestival aan het einde) wordt gecompenseerd met charme, humor en vooral een onweerstaanbare oprechtheid en plezier. Verrassend is ook hoe de verhoudingen tussen de personages – de vriendschappen en voorzichtig opbloeiende verliefdheden – consequent worden geworteld in die ene liefde die ze allemaal delen: die voor de jazz. Leuk detail: de acteurs leerden daadwerkelijk instrumenten te spelen en musiceren dus ook zelf in de film.

Tag (Sion Sono, 2015)

Wie bekend is met het werk van de Japanse filmmaker Sion Sono weet dat de idylle die hij in de  eerste minuten van Tag schetst geen stand zal houden. En inderdaad, nauwelijks zijn de veertjes van de kussenvechtende schoolmeisjes neergedaald, of een wind klieft iedereen in de schoolbus doormidden. Behalve Mitsuko. Die overleeft om vervolgens opgejaagd te worden door schietgrage leraressen en een bruidegom met een varkenskop. Tag is een van de zes (!) films die van Sono verschenen in 2015. Zijn oeuvre is als een doos chocolaatjes, je weet nooit wat je gaat krijgen. Qua genre en toon schiet het alle kanten op, van de knotsgekke gangsterfilm Tokyo Tribe tot het ingetogen scifi-sprookje The Whispering Star. Eén ding is gegarandeerd: bij een film van Sion Sono verveel je je nooit.

You Are the Apple of My Eye (Giddens Ko, 2011)

You Are the Apple of My Eye, in 2011 een enorme hit in Taiwan, is een vrij typische Aziatische high school film. We volgen vier vrienden, met elk hun eigen (tamelijk stereotiepe) karakter, die verliefd zijn op hetzelfde meisje, studiebol Shen Chia-Yi. Behalve Ko Ching-Teng. Giddens Ko baseerde zich op zijn eigen boek The Girl We Chased Together in Those Years, wat dan weer deels gebaseerd was op zijn eigen jeugd. Het perspectief is zeer jongensachtig, wat de film hier en daar wel wat puberaal maakt, maar wie voorbij die trekjes kijkt, ziet een film die oprecht het gevoel weet te vangen van kalverliefde en vooral ook van de onvermijdelijke vergankelijkheid van die eerste liefde. Het is een film die zowel flauw als  melancholisch durft te zijn, inclusief een heerlijk afgezaagde montage.

Han Gong-ju (Lee Su-jin, 2013)

Deze loodzware film begint wanneer tienermeisje Han Gong-ju net is overgeplaatst naar een andere school ver van haar vorige. Waarom is aanvankelijk onduidelijk, maar dat er iets traumatisch is gebeurd, lezen we in haar blik en de afhoudende omgang met leeftijdsgenootjes. In een non-lineaire vertelling wordt langzaam haar verleden uit de doeken gedaan. Door het heftige onderwerp, balanceert de debuutfilm van Lee Su-jin constant op de grenzen van sensatie en sentiment en Lee weet het grootste deel van de film aan de goede kant  van die grenzen te blijven. Vanuit een westers perspectief lijken sommige reacties van politie en omstanders grotesk, maar wie zich ook maar enigszins verdiept in de Miryang-zaak waarop de film is gebaseerd, moet helaas concluderen dat van overdrijving geen sprake is.

Crows Zero (Takashi Miike, 2007)

De binnenkant van een klaslokaal zien we niet in Takashi Miike’s Crows Zero, gebaseerd op de succesvolle mangareeks Crows van Hiroshi Takahashi. Suzuran is een school voor alleen jongens waar een goed paar vuisten belangrijker is dan een stel hersens. “Je vecht, en vecht, en dan studeer je af”, vat iemand het samen. Nieuwkomer Genji, zoon van een Yakuza-leider, heeft zich als doel gesteld af te rekenen met alle bestaande bendes op Suzuran en opperbaas van de school te worden (een soort prom king, maar dan anders). Dat geeft Miike alle ruimte om stilistisch los te gaan in sterk gechoreografeerde vechtsequenties, maar hij vergeet ook niet om personages neer te zetten die elk iets eigens en daardoor gedenkwaardigs hebben. Er volgden nog twee sequels, waarvan Miike de eerste regisseerde.

Kids Return (Takeshi Kitano, 1996)

Ondanks dat hoofdpersonages Masaru en Shinji vroegtijdig schoolverlaters zijn van wie we voornamelijk zien wat er na dat  moment van hen wordt, voelt de high school toch als het magnetische centrum van deze film. Het is waar hun vriendschap ontstond. En hoewel ze al snel een ander pad kiezen (Masaru treedt toe tot de lokale Yakuza en Shinji aspireert een bokscarrière), brengt wat daar begon hen toch telkens weer samen. Kitano stopte veel persoonlijks in de film. Zo zien we een komisch duo dat duidelijk een referentie is aan Two Beat, het succesvolle duo dat Kitano in de jaren zeventig vormde met Nirō Kaneko. En het melancholische besef dat ons leven zo vaak anders loopt dan we ons konden voorstellen, zien we ook terug in films als Sonatine.

Su-ki-da (Hiroshi Ishikawa, 2005)

Dat besef hangt ook over Su-ki-da, een trage en ontzettend melancholische film, verteld in twee delen. In het eerste zien we het verlegen meisje Yu, dat zwijgend gaat zitten naast de al even verlegen Yosuke die vrijwel dagelijks met zijn gitaar bij een sluis hetzelfde deuntje zit te oefenen. Zonder echt veel te praten groeit er iets tussen de twee, maar nadat ze voor het eerst kussen, verliezen ze elkaar plots uit het oog. Vervolgens springt de film zeventien jaar verder. De twee ontmoeten elkaar opnieuw en vrijwel direct zitten ze terug in die bubbel van tijd die er ook was onder die sluis. Met veel gevoel vat deze film hoe intens en betekenisvol dit soort verliefdheden tijdens je tienerjaren kunnen zijn en tegelijk hoe onhoudbaar ze vrijwel altijd blijken.

School in the Crosshairs (Nobuhiko Ôbayashi, 1981)

Nobuhiko Ôbayashi is de man achter House, een van de mafste films in de historie van cinema, waarin een familiebezoek van een groepje klasgenoten een tikje uit de hand loopt. Zijn oeuvre zit vol met bizarre high school-films, zoals tijdreisfilm The Little Girl Who Conquered Time en The Drifting Classroom, waarin een school wordt getransporteerd naar een andere tijdsdimensie. In School in the Crosshairs (ook bekend onder de titel The Aimed School) is de school van Mitamura Yuka doelwit van een mysterieuze figuur die de wereld wil onderwerpen. Gelukkig heeft Yuka bovennatuurlijke krachten die ze gebruikt om de strijd aan te gaan met deze fascistische invasie. Na een wat trage opbouw, pakt Ôbayashi vooral in de laatste twintig minuten uit met zijn kenmerkend psychedelische visuele effecten.

Hana & Alice (Shunji Iwai, 2004)

Het wonderschone All About Lily Chou-Chou zou perfect passen in dit lijstje, maar aangezien ik die film al eens heb besproken, kies ik voor een andere film van Shunji Iwai. Hana & Alice gaat over de vriendschap tussen twee tienermeisjes en hoe die verstoord wordt door kalverliefde. De film zit vol met heerlijk alledaagse scènes die in de handen van Iwai iets poëtisch krijgen. Dat is zeker ook de verdienste van het prachtige camerawerk van Noboru Shinoda, vol zachte kleuren en tegenlicht. Shinoda was de vaste cinematograaf van Iwai tot hij in 2004 op slechts 52-jarige leeftijd overleed. In 2015 maakte Iwai zelf een prequel, tevens zijn eerste animatiefilm, The Case of Hana & Alice, waarin we zien hoe de meisjes elkaar ontmoetten en vriendinnen werden.

Linda Linda Linda (Nobuhiro Yamashita, 2005)

Misschien komt het omdat ik zelf op de middelbare school in een bandje zat met alleen maar meisjes, maar deze film was heerlijke nostalgie voor mij. Vlak voor het jaarlijkse muziekfestival op een Japanse middelbare school, komt een bandje zonder zangeres te zitten. Ze vragen de Koreaanse uitwisselingsstudent Son bij de groep (gespeeld door de immer fantastische Bae Doona). Elkaars taal spreken ze nauwelijks, maar gelukkig verstaan de J-Pop en K-Pop elkaar wel. Toch heeft Linda Linda Linda niet het soort kauwgomballenzoetheid wat je misschien zou verwachten. De nachtelijke repetities, de ongemakkelijke ontmoetingen met jongens, de triviale uitjes naar een supermarkt; het voelt allemaal ontzettend echt, mede dankzij het ingetogen acteren. Kleine waarschuwing: het titelnummer krijg je de eerstvolgende weken niet meer uit je hoofd.