The Third Wife werpt een voyeuristische blik op de onderdrukking van vrouwen in negentiende-eeuws Vietnam. Dat gebeurt met een schone schijn die eerder voos dan sensueel aanvoelt.

De derde vrouw in kwestie is de veertienjarige May. Zij treedt door uithuwelijking toe tot een familie van rijke landbezitters. In de patriarchale nederzetting is de weelde echter voorbehouden aan de mannen. Vrouwen zijn er louter voor het huishouden en het baren van kinderen, waarbij de geslachtsvoorkeur voor nieuwe baby’s duidelijk moge zijn. Zo ook voor May, overtuigend eigengereid gespeeld door de debuterende Nguyen Phuong Tra My, die ogenschijnlijk doet wat haar gevraagd wordt. Maar gaandeweg borrelen er onvoorziene passies op en weerklinkt de zucht om autonomie steeds luider.

De film laat ons als een gluurder door een kijkgat loeren naar alle repressie in de slaapkamers en daarbuiten. Intieme momenten komen weliswaar ingetogen in beeld, maar er hangt een zweem van begeerte omheen, ongeacht of eenieder met alle handelingen heeft ingestemd. De spaarzame dialogen gaan vooral over praktische aangelegenheden, of vertellen hoe de vrouw zich hoort te gedragen. Daardoor resoneert het sluimerende voyeurisme. Dat maakt dit Vietnamese huishouden tot een beklemmend oord, waar nauwelijks ontsnapping uit mogelijk lijkt.

Continu laadt een zinnelijke spanning zich op, die nauwelijks uit te drukken lijkt in dit patriarchaat. Het zinderende ontluiken van Mays gevoelsleven zit in subtiele ogenblikken, totdat haar diepere verlangens verduidelijken als zij zelf een gluurder is. Het vaak stoïcijnse handelen van May en de andere jongedames kloppen die gevoelens des te meer op. Dat staat in schril contrast tot het enige mannelijke slachtoffer van het systeem, een jongeman die tegen zijn wil wordt uitgehuwelijkt en daarmee zijn echte liefde verliest. Het leidt tot een tragisch einde voor zijn nieuwe vrouw, die de benauwende huwelijksmoraal had heeft geïnternaliseerd en het uitblijven van seks als een persoonlijk falen ziet.

Dat onderstreept nog maar eens Mays verborgen kracht om mentaal buiten het systeem trachten te leven. Dat systeem brengt debuterend regisseuse Ash Mayfair (zelf van Vietnamese oorsprong) met perverse fascinatie in beeld. Het huwelijksnachtritueel met een rauw ei valt rauw op het dak, net als Mays zwangerschap of haar seksuele escapade aan het einde daarvan. Mayfair is daarin eerder voos dan sensueel.

De verlangens in The Third Wife zijn net zo broeierig als in Portrait d’une jeune fille en feu, maar dan verstoken van een intens liefdesverhaal. De sensualiteit voelt soms te geënsceneerd aan, omdat de Vietnamese nederzetting een brandschone idylle is. De omgeving komt kil over en brengt daarmee de vulgaire gemoederen tot bedaren. In Le Semeur paste de glossy rustieke wereld bij de liefdesfantasie, hier staat die de fantasie in de weg. Dat maakt The Third Wife de minst geslaagde film van deze drie.