Nu aan het lezen:

The Handmaid’s Tale – eerste helft van seizoen 3

The Handmaid’s Tale – eerste helft van seizoen 3

Gilead ziet er in het derde seizoen van The Handmaid’s Tale weer volmaakt uit. De heldere kleuren van de klederdracht van de handmaids (rood) en de vrouwen die het geluk hebben een handmaid te mogen bezitten (blauw) tegen de grauwe achtergrond van de buitenwereld. De huizen van de commanders zijn nog even donker en even nostalgisch en stijlvol ingericht. De strak gechoreografeerde rituelen worden netjes uitgevoerd en nauwkeurig in beeld gebracht, als altijd. Kortom, Gilead is in het derde seizoen nog even perfect als de wereld die we in het eerste seizoen leerden kennen. Aan de buitenkant tenminste, want van binnen lijken er steeds meer scheurtjes in de fundamentalistisch-christelijke utopie te ontstaan. 

Wat ooit Amerika was, is voor een groot deel een strikte christelijke samenleving waarin de familie weer de hoeksteen van de samenleving is geworden. Vrouwen zorgen voor de kinderen, mannen brengen de centjes binnen en maken de grote beslissingen. Gilead is strak georganiseerd in een soort kastensysteem. Waarbij vrouwen die door hun gedrag in het oude Amerika zondig waren – lesbiënnes, alleenstaande moeders – kinderen moeten baren voor de nieuwe elite. Het is een wereld in de toekomst, maar met een duidelijke nostalgie naar de jaren vijftig en eerder. Toen de wereld nog lekker overzichtelijk was. 

Echter, die toekomst lijkt soms dichterbij dan we zouden willen. De wereld die met Gilead geschapen is, lijkt in eerste instantie vrij absurd. Maar The Handmaid’s Tale laat in de eerste seizoenen vernuftig zien hoe snel zo’n wereld geschapen is wanneer je als politieke en/of religieuze organisatie inspeelt op angst. Maar ook hoe makkelijk mensen dingen accepteren met het idee dat het toch niet zo’n vaart zou lopen. Verzet is een ingewikkeld iets, blijkt keer op keer in deze serie. Eens te meer in het derde seizoen. 

De vraag die zich in deze eerste helft van seizoen drie steeds weer opdringt is wanneer verzet niets meer is dan een overlevingsmechanisme. Een lege en hopeloze huls, die alleen maar meer ellende met zich meebrengt. De serie eindigde het tweede seizoen nog zo hoopvol. Het lukt handmaid June haar pasgeboren baby naar Canada te laten vluchten. Krachtiger dan ooit besluit June zelf achter te blijven om ook haar andere dochter, Hannah uit de klauwen van Gilead te bevrijden. Maar door de vlucht van ‘baby Nicole’ worden de touwtjes in Gilead flink aangetrokken, met nieuwe politieke spelletjes, lijfstraffen en meer ophangingen dan ooit tot gevolg. 

Het verzet in Gilead lijkt dan ook voor June vooral nog een houvast te zijn. Iets wat ze wanhopig blijft proberen om maar niet gek te worden in de vreselijke en onderdrukte omstandigheden waarin ze gedwongen wordt te leven. Want elke poging tot verzet, elk stapje dat June dichter bij Hannah lijkt te komen, elk verbond dat ze met de elite probeert te sluiten, veroorzaakt een orkaan aan ellende. Voor zichzelf, maar vooral ook voor de mensen om haar heen. Hoe krachtig June ook steeds weer opstaat uit die situaties, er staat telkens weer iemand klaar om haar keihard terug te slaan. 

Dat maakt dit derde seizoen tot nu toe soms best een frustrerende kijkervaring. Want willen we niet toch allemaal een beetje hoop houden? Hebben we dat niet ook gewoon nodig? Juist nu we ons ook in de echte wereld moeten verzetten tegen mensen die een Gilead-achtige samenleving wel zien zitten. In een tijd waarin vluchtelingen over de hele wereld in mensonterende omstandigheden leven. Waarin kinderen van hun ouders worden gescheiden en waarin vrouwen gedwongen worden een kind te baren dat ze vooral zal herinneren aan de traumatische manier waarop het kleintje verwekt is. De hoop is dan ook dat, zowel in de echte wereld als in de tweede helft van dit seizoen van The Handmaid’s Tale, ‘resistance’ niet helemaal ‘futile’ zal blijken. 

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken