Nu aan het lezen:

Flashback: The Conversation

Flashback: The Conversation

In de laatste scène van The Conversation beweegt de camera langzaam van rechts naar links en weer terug. Het is de lijzige beweging die ook een beveiligingscamera maakt en de ultieme vernedering voor afluisterexpert Harry Caul. De voyeur wordt nu zelf bekeken. Het is een imposant slotbeeld van een thriller die nergens echt spannend is maar de hele tijd weet te beklijven.

The Conversation heet de lievelingsfilm van zowel hoofdrolspeler Gene Hackman als regisseur Francis Ford Coppola te zijn. Gezien de lange staat van dienst van beide heren wil dat wel wat zeggen. Coppola had in 1972 The Godfather uitgebracht, maar zag het niet zitten om meteen aan een vervolg te beginnen. Hij liep al tien jaar rond met een idee voor een kleine, langzame en persoonlijke film, maar kreeg de financiering niet rond. Paramount Pictures sloot een gouden compromis: als Coppola alsnog The Godfather: Part 2 zou regisseren, mocht hij eerst The Conversation maken.

Beide films leverden hem een Oscarnominatie voor beste film op. De uitreiking werd dus een race waarin Coppola zichzelf moest verslaan om het beeldje te verzilveren. The Godfather: Part II won – uiteraard, zou je zeggen – maar ook The Conversation blijft tot op de dag van vandaag een film die blijft prikkelen en uitdagen. Wat Michelangelo Antonioni’s Blow-Up (1966) is voor het beeld, is The Conversation voor het geluid.

De film opent met een indrukwekkend shot hoog uit de lucht en toont de drukte op Union Square, een plein in het hartje van San Francisco. Honderden mensen krioelen door elkaar. We horen een knappe montage van stemmen en geluiden. De camera pikt één personage op, onopvallend verdwenen in de grote massa: Harry Caul (Gene Hackman), in grijze jas en op een broodje kauwend.

Caul is een gerespecteerd afluisterexpert die in het midden van een belangrijke operatie zit. Samen met zijn collega Stan (John Cazale) moet hij een gesprek zuiver proberen te krijgen tussen een man en een vrouw die cirkels draaien op het plein. Harry krijgt voor die klus 15.000 dollar van een anonieme directeur (Robert Duvall), maar ook een zekere Martin Stett (een jonge Harrison Ford) is op de opnames uit.

Wat het gesprek tussen zijn twee targets inhoudt, interesseert Caul aanvankelijk niet. Zijn devies luidt dat het hem niet kan schelen waar ze over praten, zolang hij maar een loepzuivere opname aan zijn opdrachtgever kan afleveren. Daarvoor beschikt hij over tientallen speciale bandopnemers en andere apparatuur, netjes uitgestald in een afgelegen en afgesloten loods annex audiostudio.

Om te krijgen wat hij wil, beluistert Caul zijn opnames tien, honderd, duizend keer. Hij spoelt de band vooruit en weer terug. Hij noteert en luistert, luistert en noteert. Hij zuivert en puurt uit – tot één enkele boodschap overblijft: ‘He’d kill us if he got the chance.’ Speelt beeld een belangrijke rol in The Conversation, dan is het geluid nog belangrijker. Een huzarenstukje van Walter Murch, die later ook de sound design zou doen van onder meer The Godfather: Part 2 en Apocalypse Now.

Wat volgt is niet zozeer een thriller over het lot van de twee personen die Harry moest observeren, maar een karakterstudie over hoe Harry met zijn kennis om probeert te gaan. Is hij aanvankelijk niet geïnteresseerd in de besognes van zijn studieobjecten, later voelt hij aan dat er een zware verantwoordelijkheid op zijn schouders weegt. Onderneemt hij niets, dan kan hij een moord op zijn geweten hebben – en dat voor een man die sowieso al een last uit het verleden met zich meedraagt. Vage gesprekken van Harry’s collega’s hinten naar een uit de hand gelopen afluisteropdracht in New York, waarbij drie mensen om het leven kwamen.

Het maakt van de sowieso al eenzame Harry een nog zwaarmoediger figuur dan hij al is. Coppola gaf Gene Hackman de opdracht om een droevige snor te laten groeien, zette ‘m een grote ouderwetse bril op de neus en mat ‘m onpersoonlijke, onmodieuze kleding aan. Zo zit hij dan te luisteren op z’n verlaten werkplek of saxofoon te spelen in zijn karig ingerichte flat, met drie sloten op de deur en zonder telefoon, afgeschermd van de buitenwereld.

Het knappe aan The Conversation is dat het verval langzaam maar onverbiddelijk zijn intrede doet. Heeft de streng gelovige Harry aan het begin van de film alles nog (schijnbaar) onder controle – hij is gerespecteerd als afluisterspecialist en geen opdracht is hem te moeilijk; let op de anekdote over de microfoon en de parkiet – dan gaat het daarna langzaam bergaf. Als iemand zijn appartement binnendringt om een verjaardagscadeau af te leveren, dan is hij niet blij met de aandacht, maar achterdochtig omdat iemand nog een sleutel lijkt te hebben.

De achterdocht verschuift al gauw naar pure paranoia. Harry vertrouwt niets of niemand. Coppola brengt die scènes klassiek maar oerdegelijk in beeld. Net zoals Harry zijn targets observeert, zo bespiedt de camera de actie. Coppola beweegt weinig. Er is niets flitsend aan zijn stijl. Coppola is even grijs als regisseur als Harry als personage. Dat is niet als kritiek maar als lof bedoeld. De camera registreert statig en stil. Hooguit beweegt die van links naar rechts en weer terug, zoals automatische camera’s in een parkeergarage.

The Conversation is een film waarin veel getoond wordt, maar toch weinig gebeurt; in elk geval aan de oppervlakte. Het grootste deel van de tijd zien we Harry luisteren, monteren en interpreteren. Spoel. Stop. Klik. Spoel terug. De saaie meneer met de saaie grijze jas wordt nog saaier. Hij dumpt een in zijn ogen te nieuwsgierige vriendin (die toch al op een ander adres woonde) en zijn collega, wiens gepraat zijn concentratie verstoort.

Pas helemaal op het einde van de film – na een bloedstollende scène in het Jack Tarr Hotel in en rond kamer 773 – valt er inderdaad een lijk, maar niet van de persoon die we op basis van Harry’s gegevens zouden verwachten. Het is niet het einde van de film, want eigenlijk is het Coppola enkel te doen om Harry en hoe de paranoia aan hem vreet.

De slotscène van de film is groot en klein tegelijk. In een bui van pure razernij ontmantelt hij zijn hele appartement op zoek naar eventuele afluisterapparatuur, een mooie voorafspiegeling van de nagenoeg identieke scène uit Das Leben der Anderen (2006).

Coppola had naar verluidt twee theorieën over hoe die zoektocht zou aflopen. We laten hier in het midden wat de juiste interpretatie is. Het eindbeeld van de saxofoon spelende Harry spreekt voor zich. Coppola speelt heel de film met geluid en muziek, maar hier ook met beeld. Het is een beeld dat we al kennen van aan het begin van de film. Dat van een eenzame, tragische man op een bankje in het park.

 

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Hans studeerde Taal en Letterkunde. In 1993 publiceerde hij zijn eerste recensie en sindsdien is hij voor diverse media blijven schrijven over film, waaronder sinds 2007 voor Schokkend Nieuws. Verder kijkt hij theater en leest hij boeken.

Typ en klik enter om te zoeken