The Banshees of Inisherin

Het klinkt misschien vreemd om te zeggen over een film waarin vingers sneuvelen en een burgeroorlog op de achtergrond woedt, maar The Banshees of Inisherin is een zachtmoedige film. Een melancholische reflectie op een mannenvriendschap die abrupt tot een einde komt, en de rimpelingen die dat veroorzaakt.

Hoewel The Banshees of Inisherin aan het oppervlak werkt als een zwarte komedie, vol memorabele dialogen, is het de melancholie ervan die onder de huid kruipt en zich daar nestelt. Martin McDonaghs film speelt zich af op het fictieve eiland Inisherin, waar de zon altijd laag aan de hemel lijkt te staan en vanaf het vasteland de doffe knallen van de burgeroorlog weerklinken. Colm (Brendan Gleeson) beëindigt zijn jarenlange vriendschap met Pádraic (Colin Farrell) van het een op andere moment. ‘Ik mag je gewoon niet meer,’ luidt zijn uitleg. De tegenstelling tussen Pádraic en Colm is die tussen de simpele ziel en de creatieve geest. En wat daaronder ligt is een existentieel vraagstuk over zingeving. Is een leven gewijd aan de kunsten waardevoller dan een leven gewijd aan een vriendschap van Guinness en kletspraat?

Colms antwoord daarop is ‘ja’. Nu de dood zich steeds nadrukkelijker in zijn vooruitzicht manifesteert, wil Colm de tijd die hem rest wijden aan muziek componeren op zijn viool en het oeverloze gewauwel van Pádraic over de samenstelling van de stront van zijn ezel kan hij daar niet bij hebben. Hoe overtuigend die ene zin ook klinkt waarmee hij Pádraic afscheept, dat is niet de waarheid. De waarheid is dat hij Pádraic wel degelijk nog mag, wat de film in kleine maar niet te missen gebaren laat doorschemeren, maar ervan overtuigd is dat diens saaiheid en aardigheid hem belemmeren. Daarmee gaat de film ook over dat persistente beeld van de mannelijke kunstenaar die bruut en rigide is voor zijn omgeving maar wel briljante dingen maakt. Het misplaatste idee dat daar een correlatie tussen bestaat. ‘You hear stories about film directors who are total cunts,’ zegt regisseur McDonagh daarover in een interview met The Guardian. ‘And they usually make shit films.’

Nice guy

Hoeveel het nu ook over de zwaarmoedige Colm gaat, The Banshees of Inisherin is eigenlijk vooral de film van Pádraic. Pádraic die genoeg heeft aan de simpele dingen in het leven. Zijn dieren en een glas bier. Rust en regelmaat. Die als zijn zus Siobhán (Kerry Condon) zegt dat het boek dat ze leest treurig is, naïef oppert dat ze iets vrolijkers moet lezen. De term ‘nice guy’ valt nogal eens in de film. Een term waarvan sommige mannen lijken te denken dat daar rechten aan te ontlenen zijn. Dat het zijn van een nice guy de ander verplicht jou te geven wat je wil. En als ze dat niet krijgen, blijken ze plots toch niet zo nice. De film speelt daarmee. Ook Pádraic begint steeds problematischer gedrag te vertonen uit onbegrip over Colms beëindigen van de vriendschap. In plaats van de grenzen te accepteren die Colm stelt, blijft hij hem opzoeken, ondanks diens dreigement dat hij voor elk woord dat Pádraic tot hem richt een van zijn vingers zal afknippen met een heggenschaar.

Dat de film deze vragen en kwesties uitspit aan de hand van twee mannen roept automatisch de vraag op waar de vrouwen zijn in dat verhaal. In een messcherp geschreven confrontatie in de pub stelt Colm dat aardige mannen worden vergeten. De mannen die herinnerd worden zijn zij die zich rucksichtslos wijden aan hun talent. Vrouwen noemt hij niet. De implicatie is dat vrouwen sowieso worden vergeten. Maar McDonagh doet dat niet. Niet alleen geeft hij Siobhán nog even fijntjes het laatste woord in deze scène, mede dankzij het fantastische spel van Kerry Condon is het ook in symbolische zin Shiobhán die het laatste woord heeft in de film.

Alle zwarte humor ten spijt is The Banshees of Inisherin een film doortrokken van een sluimerend gevoel van verlies. Zoals ook McDonagh’s fenomenale In Bruges (2008) dat was, waarin Farrell en Gleeson in zekere zin varianten speelden op Pádraic en Colm. Maar wat is er precies verloren? En is het iets wat er überhaupt ooit was? Misschien is het vooral dat smeulende gevoel van verlies dat we als bewuste wezens nu eenmaal met ons meedragen. Het nooit helemaal weg te drukken, weg te drinken of weg te slaan besef dat, alle pogingen tot zingeving ten spijt, er geen grotere betekenis is.

Vind ons: