Now Reading:

Ter verdediging van Tarantino

Ter verdediging van Tarantino

In zijn essay over S. Craig Zahler trekt collega Sjoerd van Wijk een aantal keer de vergelijking met Quentin Tarantino. Laatstgenoemde komt er slecht vanaf. Sjoerd maakt verwijten die Tarantino al langer ten deel vallen: zijn films zijn ‘onnozel vermaak’, ‘etaleren doelloos cynisme’ en getuigen van ‘exploitatie-fetisjisme’. Maar op zijn best is Tarantino een regisseur die de filmgeschiedenis niet alleen adoreert, maar ook analyseert en bekritiseert.

Sjoerd noemt het personage Kelly Summer in Dragged Across Concrete als voorbeeld van Zahlers superioriteit. Zij is een bankmedewerker die omgebracht wordt bij een overval. Iedere andere regisseur had van dat personage een naamloze edelfigurant gemaakt, maar Zahler laat ons langdurig kennis maken met de jonge moeder, voordat ze bruut vermoord wordt. Haar privéleven heeft geen enkele invloed meer op de verloop van de plot. Het punt? Waarschijnlijk wil Zahler benadrukken dat de mensen die in actiefilms roekeloos neergeknald worden, ménsen zijn.

Maar de plotselinge dood van Summer na een intieme blik in haar leven is ook een lomp schokeffect. Verrassing! Je dacht dat dit personage iets ging betekenen, was misschien geïnteresseerd in haar situatie, maar nee! Dood! Tarantino hoefde nooit zulke cynische trucs toe te passen om empathie te genereren voor zijn kleinere personages. Het gekrijs van de naamloze vrouw die in Pulp Fiction getroffen wordt door een verdwaalde kogel van Marsellus Wallace gaat door merg en been. In Reservoir Dogs willen Mr. Orange en Mr. White na een diamantroof een auto stelen om te vluchten. De bestuurder is gewapend en schiet Orange in zijn buik. Uit reflex schiet hij haar dood. Een daad die nooit meer besproken wordt, maar zijn schaduw werpt over de rest van de film. Misschien is de fatale zelfverdediging de reden dat Mr. Orange uiteindelijk zo weinig om zijn eigen leven geeft, dat hij aan Mr. White opbiecht een undercover-agent te zijn.

Reservoir Dogs

Geweld is bij Tarantino nooit consequentieloos. Zelfs in zijn meest escapistische films, Kill Bill 1 en 2, is de wraak van The Bride niet ‘schoon’. Welke andere regisseur zou in een popcorn-wraakepos een schurk laten sterven… voor de ogen van haar dochtertje? Of neem Django Unchained, waarin de titelfiguur zich medeplichtig maakt aan gruwelijke wandaden om zijn missie te volbrengen. De dood van de ontsnapte slaaf D’Artagnan, die door honden verscheurd wordt, is de meest schokkende scène in de film, niet in de laatste plaats omdat de held het laat gebeuren. Waarom zou Tarantino zo’n scène toevoegen, als hij ons slechts wil onderhouden met een eenvoudige wraakfantasie? Natuurlijk, het viscerale plezier van filmisch geweld is óók deel van Tarantino’s pakket. Maar dat is nooit het enige.

Critici die Tarantino oppervlakkigheid verwijten, bedoelen vaak dat zijn films zelden over ‘echte mensen’ gaan. Maar ook een verhaal over archetypes kan diepgang bevatten. Inglourious Basterds komt tot een climax met Shoshanna als spookachtige projectie op de rook van het vuur dat haar bioscoop verzwelgt; de geest van een joodse vrouw, vermoord door een nazi, tot leven gebracht door film; dat beeld is had niet méér betekenis gehad als we haar beter hadden gekend. The Hateful Eight is Tarantino’s zwakste film, maar terugkijkend een prima voorspelling van Trumps Amerika. Zou de satire van die film scherper zijn als we meer meevoelden met de personages?

Het slot van The Hateful Eight, die akelige parodie op het rechtssysteem, is meest cynische moment in Tarantino’s oeuvre. Toch laat het een minder nare smaak achter dan het vergelijkbare einde van Dragged Across Concrete. Hier leren de racistische witte agent Brett Ridgeman en de zwarte crimineel Henry Johns samen te werken in hun strijd tegen moordlustige bankrovers. Sjoerd prijst de oproep tot wederzijds begrip. Ik zie plat sentiment en denk aan Trumps ‘both sides’-retoriek. Ik ken Ridgeman en Johns misschien beter dan Marquis Warren en Chris Mannix, maar met welk doel?

Death Proof

De beste verdediging tegen de beschuldiging van ‘exploitatie-fetisjisme’ vinden we in de film waar Tarantino het meest direct aan exploitatiecinema refereert: Death Proof. De eerste helft van die film voltrekt zich als een ouderwetse pulpslasher, inclusief beschadigde filmprint. Vier jonge vrouwen worden slachtoffers van stuntman Mike, een symbool van giftige masculiniteit: voyeuristisch, gewelddadig, egocentrisch – en hij komt ermee weg, omdat de autoriteitsfiguren (luie politieagenten) op hem lijken. Voordat Mike zijn slachtoffers vermoordt, bespiedt hij ze langdurig, en wij kijken met hem mee. Als hij op het punt staat zijn slag te slaan, werpt hij een samenzweerderige blik recht in de camera. Tarantino maakt ons medeplichtig.

In de tweede helft valt Mike opnieuw een groep vrouwen aan, maar nu draaien zij de rollen om. Hier verdwijnen ook de krassen op de filmprint. We zijn in een nieuw tijdperk beland. Die geragde print is niet alleen een kwestie van nostalgische esthetiek, maar ook van symboliek. Tarantino gebruikt film, het materiaal, om zijn verhaal te vertellen (zoals zijn voorbeelden van de nouvelle vague dat ook deden), omdat zijn verhaal over film gaat; over de problematische objectificatie van vrouwen in een genre waar Tarantino van houdt. Het maakt Death Proof misschien zijn meest persoonlijke en complexe film.

De vrouwen in zowel de eerste als de tweede helft praten vooral over mannen, en hoe die elk aspect van hun leven domineren. De eerste groep op een luchtige manier, de tweede groep agressiever. Zij pikken het niet langer. Maar wanneer ze de masculiene rol van Mike overnemen, heeft dat ook z’n consequenties. Ze brengen meerdere mensen in gevaar, waaronder een vriendin die alleen gelaten wordt met een potentieel gevaarlijke man, zodat onze heldinnen op wraaktocht kunnen. Het triomfantelijke slot heeft een tragisch randje.

Death Proof is revisionistische exploitatie, even kritisch als verliefd op het genre. Dat is Tarantino op zijn best. De filmende filmcriticus. Daarom was ik lichtelijk teleurgesteld in Once Upon a Time … in Hollywood, waarin hij (wit) machismo meer dan ooit lijkt te omarmen. Waarin hij ook meer lijkt te verwijzen om het verwijzen (hij verspilt tijd met een scène waarin Sharon Tate het boek Tess of the D’urbervilles koopt als cadeau voor Roman Polanski, een lege knipoog naar de kijkers die weten dat Polanski dat boek tien jaar later zou verfilmen). En: Tarantino’s eerste film waarin geweld wél een gewichtsloze oplossing voor je problemen is. Is dit de film waarin hij eindelijk die regisseur wordt die de anti-Tarantino-critici in hem zagen? Ironisch genoeg noemen die critici Once Upon a Time zijn ‘meest volwassen’ film. Ik ga wel nog een keer.

Written by

Redacteur bij Cine, Schokkend Nieuws en The Cult Corner. Schrijft ook voor Hard//hoofd. Daarnaast editor en scenarist. Houdt van lange openingstitels.

Input your search keywords and press Enter.