Nu aan het lezen:

Suspiria (2018)

Suspiria (2018)

Viktor Klemperer was een joodse auteur die de opkomst van de nazi’s en de daaropvolgende veranderingen binnen de Duitse maatschappij nauwgezet bijhield in zijn dagboeken. Als filoloog had hij een sterk taalgevoel en wist hij de oplopende vernederingen, ontberingen en uiteindelijke ontmenselijking krachtig te verwoorden. Ook schreef hij een boek over de taal van het Derde Rijk en hoe die gebruikt werd om te manipuleren en te verhullen.

Josef Klemperer (gespeeld door ene Lutz Ebersdorf, of zou het toch Tilda Swinton zijn…) in Suspiria is net zoals zijn achternaamgenoot ook gefascineerd door taal en probeert die zo goed mogelijk te doorgronden. Hij is een psychotherapeut en krijgt aan het begin van de film een verward meisje over de vloer (Chloë Grace Moretz). Zij ijsbeert door zijn praktijk en praat in paranoïde staat over de occulte zaken die zich afspelen op een respectabele dansacademie. De oude man schrijft het aandachtig op, maar wantrouwt haar woorden. Zijn dat niet metaforen en verbeeldingen van dieperliggende psychische problemen en innerlijke conflicten?

Josef is net als Victor joods en heeft de oorlog overleefd. Het lot van zijn vrouw is echter onduidelijk. Kon zij nog op tijd vluchten of werd zij opgepakt en naar de kampen gedeporteerd? Het is een verrassende verhaallijn in Luca Guadagnino’s remake van Dario Argento’s stijlvolle horrorklassier Suspiria. Maar de figuur van Klemperer is op meerdere vlakken interessant als het enige belangrijke mannelijke personage in de film. Zijn verdwenen vrouw wordt namelijk gespeeld door Jessica Harper die in Argento’s origineel schitterde als Suzy Bannion.

Staat Klemperer daarmee ook voor Argento en het mannelijke perspectief van de eerste film? Daar is de vrouwelijke hoofdpersoon het slachtoffer van kwade krachten en ondergaat die in een bijna transachtige staat van angst. Maar de remake gooit de boel overhoop. Klemperer zijn analyses kloppen in eerste instantie niet, de waarschuwingen van vrouwen neemt hij niet serieus of interpreteert hij verkeerd en uiteindelijk wordt hij om de tuin geleid.

De Susie (sic) Bannion (Dakota Johnson) in de remake is een heel ander soort vrouw dan Argento’s Suzy. In wat flashbacks zien we een afgelegen boerderij in Ohio. Het is de streng christelijke mennonietengemeenschap waar Susie vandaan komt, en die contrasteert met de decadente betonnen Koude-Oorlogsfeer van Berlijn in de jaren zeventig. In die verdeelde stad is de dansacademie van Helena Markos gevestigd, waar Susie is toegelaten. Net als in het origineel ontdekt Susie al repeterend en dansend de duistere geheimen van het instituut. Haar rol in de ontknoping is echter anders, en dat vormt de angel in deze bewerking.

Guadagnino’s versie is in ieder geval geen brave remake geworden van het origineel. Maar wat is het dan wel? Ondanks wat interessante ideeën, een opmerkelijke soundtrack van Thom Yorke en het vangen van de juiste look van de periode komt de film niet echt aan.

Een probleem is dat de verschillende elementen niet overtuigend samenkomen. Qua sfeer en stijl doet de film denken aan de verknipte cinema van Nicolas Roeg en Andrzej Żuławski’s Possession, dat zich ook in Berlijn afspeelt. In vergelijking daarmee is Suspiria traag, rommelig en spanningsloos. Een gebrek aan vaart en actie hoeft niet gelijk te betekenen dat een film geen suspense heeft. Hereditary bewees dit jaar dat je angst heel lang uit kunt rekken en daardoor ook intenser maakt. In Suspiria wordt de spanning echter te vaak onderbroken door lange scènes die afleiden of nieuwe elementen proberen te introduceren in het verhaal. De horrormomenten slagen ook niet. Een nachtmerrie die in een snelle montage is gevangen bestaat uit bloederige gruwelclichés en de climax is een feest van slechte CGI, waardoor de boel nog enigszins campy wordt.

Daar staan wel twee goed opgebouwde scènes tegenover die vooral draaien om dans. In de eerste belandt de opstandige danseres Olga in een oefenruimte met spiegels. Door duistere krachten wordt haar lichaam onder controle geplaatst van Susies dansrepetitie, die een verdieping hoger plaatsvindt. Elke beweging van Susie zorgt ervoor dat Olga’s spieren en botten zich in pijnlijke poses wringen. Het is een nare scène die doet denken aan Darren Aronofsky’s Black Swan, waar dans een activiteit is die het lichaam doet breken. De sierlijkheid en gratie van de bewegingen verhullen de onderliggende druk en pijn die gepaard gaan met repeteren en streven naar perfectie.

Het idee van een gruwelijke dans des dood gaat wel al veel verder terug. In Igor Stravinsky’s Le Sacre du Printemps, waar Vaslav Nijinsky de choreografie voor verzorgde, danst een jong meisje zich ook dood als lenteoffer in een ketters ritueel. En dan zijn er nog de duivelse rode schoentjes in het sprookje van Hans Christian Andersen.

Het tweede hoogtepunt is de beklemmende dansvoorstelling Volk die het Markos-gezelschap uitvoert, en die Klemperer bijwoont. Ondertussen zorgt de opzwepende choreografie voor een tweede slachtoffer. De energieke en agressieve spanning bouwt op door de minimale muziek, maar ebt daarna snel weer weg als de voorstelling eindigt.

Dit soort momenten redden de film helaas niet. Een groot manco is de leegheid van Dakota Johnsons vertolking. Zij betrekt je niet en je voelt als kijker niets in haar aanwezigheid. Dat wordt op pijnlijke wijze duidelijk aan het einde van de film waar zij de oude Klemperer vertelt over het lot van zijn verloren vrouw. Het is een emotionele scène die op basis van het scenario goed zou moeten werken, maar Johnsons zielloze acteren komt over als iemand die haar tekst voorleest zonder die echt te begrijpen.

Je vraagt je na het zien van de film ook af wat Guadagnino precies wil met zijn film. Hij is te traag om echt eng te zijn. Hij is op momenten te campy en te trashy om weer helemaal serieus genomen te worden als artfilm. Zo maakt Guadagnino gretig gebruik van de zoomlens in shots die doen denken aan het werk van Jess Franco. Maar dan zijn er ook nog serieuze zaken die weer pretentieus aanvoelen omdat ze helemaal niet uit de verf komen. De link met de holocaust is interessant gevonden, maar wordt teniet gedaan door de eerdergenoemde slotscène. En dan is er die feministische reimagining die op papier ook weer goed zou moeten werken, maar die in de uitvoering stukloopt door zwakke schakels zoals Johnson en een gebrek aan tastbare dreiging.

Misschien had Guadagnino zich wat meer moeten inhouden. Hij heeft er wel zijn eigen film van gemaakt, compleet met zijn eigen fouten. Maar dan komt de vraag op wat de toevoeging is van deze remake. Guadagnino had net zo goed een Neon Demon of een Black Swan kunnen maken. Films die stilistische en thematische links hebben maar zich niet zo letterlijk verbinden aan hun inspiratiebron. Als artsploitation, waar arthouse en genrefilm in een potent en vervaarlijk brouwsel zouden moeten samenkomen, is deze Suspiria een slap kooksel waar enkele pittige momenten opgaan in een overheersend zoutloze nasmaak.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

George is een kunsthistoricus en ongeneeslijke cinefiel en schrijft naast Cine voor Schokkend Nieuws, Frameland, Gonzo (Circus) en de Filmkrant. Daarnaast kun je zijn kunstkritiek lezen in Metropolis M en Tubelight. Film is alles voor hem. Een manier om te ontsnappen aan de harde realiteit maar ook het perfecte medium om diezelfde rauwe werkelijkheid te vangen en begrijpelijk te maken.

Typ en klik enter om te zoeken