In de pub wachten tot alles overwaait blijkt aanzet tot openbaring door ontbering in Shaun of the Dead. Stamkroeg de Winchester is niet zozeer een onveilige haven door hordes zombies, maar doordat men elkaar eens flink de waarheid vertelt.

Deze komedie vermengt op vernuftige wijze een karakterstudie met een rits genreparodieën. Shaun (Pegg) is de antiheld uit de titel, die als een klassieke slacker door het leven stommelt. De manier waarop hij ‘s ochtends uit zijn bed waggelt doet ironisch genoeg tijdens de apocalyps dienst om zombies om de tuin te leiden. Er is een onuitgesproken tegenstelling tussen hem en elk ander personage. Zo heeft boezemvriend Ed (Frost) nog minder arbeidsethos, (al snel ex)-vriendin Liz wil meer zien van de wereld en stiefvader Phillip kijkt hem wat al te streng op de vingers. Het is eenvoudig te negeren dankzij de dagelijkse routine. Tot het moment suprême in de Winchester na het uitbreken van een zombieplaag. Dan blijkt dat vernietiging karakter bouwt.

Tot de uitbraak sluimeren de grappen, zoals Pegg slaapwandelt door het leven. Scherpe oneliners hier blijken achteraf slechts het openingssalvo te zijn geweest. De koddige onderonsjes zijn opzet voor latere grappen en zelfs het meest schijnbaar onbeduidende personage krijgt later een belangrijke rol. De film zit vol dubbelingen, illustratief voor het feit dat Shaun gedwongen wordt in de spiegel te kijken. De dubbeling dringt op zijn meest hilarisch door als Shaun voor de tweede maal zijn wandelingetje naar de winkel maakt. Het is een afdaling naar het inferno, maar de antiheld heeft alleen oog voor zijn dagelijkse boodschappen en niet voor het bloed op de vloer.

In Shaun of the Dead speelt het relevante zich elders af, zoals wanneer de vrienden van Liz schaapachtig de ruzie tussen Liz en Shaun aanhoren en daarbij en passant beledigd worden. Het is exemplarisch voor een sluimerende samenleving waar het dagelijks ritueel de mens in zijn greep houdt. Shaun baant zich geeuwend een weg door het leven als slapend onderdeel, een soort verlengstuk van zijn omgeving. Het klassieke idee van de zombie als metafoor voor de samenleving krijgt daarmee een gewiekste twist. De zombie als slacker gevangen in een dagelijks leven die afleiding zoekt in alles behalve de kern van het leven zelf. Serieus nieuws neemt men achteloos tot zich, gelijk elke andere update. Dat de dagelijkse routine door een mysterieuze ziekte onvoorstelbaar kan veranderen komt vooral omdat men zich überhaupt geen voorstelling tracht te maken van een andere samenleving.

Het is vanaf het begin al duidelijk dat de zombies komen, als een een mysterieus figuur niet de Winchester binnen mag. Wright speelt met dat gegeven van het onvermijdelijke, door ook als er nog niets aan de hand is typische horror-conventies te gebruiken: van een omineus omdraaiende stiefvader tot jumpscares bij toevallige ontmoetingen. Telkens als de lethargie de overhand dreigt te krijgen, krijgt de film zo een zetje in de rug. Een vlug draaiende camera toont wat verborgen bleef en geeft dialogen extra cachet. En dankzij de rappe montage transformeren ochtendrituelen in kinetisch automatisme.

Het slaat dubbel en dwars in wanneer elke opzet zich uitbetaalt in de Winchester, waar Shaun en Ed in hun wijsheid zijn teruggetrokken met alle relevante dierbaren in hun kielzog. Nu ook zij er doordrongen van zijn dat er stront aan de knikker is, zijn deze grappen niet zozeer een escalatie, maar een verdraaiing. Schietinstructies krijgen een volkomen nieuwe betekenis nu het echte in plaats van virtuele monsters in een computerspel betreft. Alsof alle kwaliteiten die Shaun in de stressvolle situatie etaleert altijd al aanwezig waren, en dit pandemonium een innerlijke gewaarwording is, als een therapeutisch geladen hallucinatie.

Op het meest nijpende moment transformeert de Winchester  van veilige haven tot een decor voor confronterend, intiem drama. De kleine irritaties of juist grote conflicten tussen personages, subtiel opgezet met de eerdere grappen , donderen een voor een over de groep overlevers. Het bikkelhard bakkeleien krijgt een intensiteit die doet denken aan John Cassavetes’ Faces. Shaun als spil kijkt voor het eerst om zich heen. En de sociale distantiëring inherent aan dagelijkse routine plaatsmaakt voor sociale toenadering. De apocalyps is met haar therapeutische lading niet louter externaliteit. Shaun ontwaakt.

Shaun of the Dead laat zien hoe in een omgeving vol chaos en vernietiging de eerlijkheid bovendrijft. Zonder het houvast van sluimerend dagelijks leven is daar juist het samenkomen en de noodzaak alle kaarten op tafel te leggen. Bij begrip hoort ruzie. De rauwe discussies tillen de film definitief boven gevatte genreparodie uit en maken hem tot een meeslepende psychologische studie. Uit alle ontberingen volgt de openbaring van karakter, en daarmee het zicht op wat men aan elkaar heeft.

Het beeld van Liz en Shaun thuis voor de buis nadat alles is overgewaaid doet daar niks aan af. Het lijkt een waarschuwing dat het makkelijk te vergeten is wat rampspoed kan brengen.