Het alledaagse is episch in Alfonso Cuaróns nieuwste film Roma. In kraakhelder zwart-wit neemt hij ons ruim twee uur lang mee in de wereld van zijn jeugd. Niet door de ogen van het kind dat hij was, maar met de blik van een man die is gaan zien wat hij destijds waarschijnlijk als vanzelfsprekend ervaarde. En dat is de liefde en zorg van huishoudelijke hulp Liboria Rodriguez, die in zijn leven was vanaf dat hij negen maanden oud was. In de film heet ze Cleo en wordt gespeeld door Yalitza Aparicio, die ondanks dat ze geen acteerervaring had, de film draagt.

Zij is het die de kinderen ’s ochtends wekt, die buiten de hondenpoep van de oprit schrobt, kleren wast en vuile vaat opruimt. Die de kinderen waarschuwt niet te dicht bij de rand van het dak te komen waar de kleding aan lijnen hangt te wapperen, omringd door nog veel meer daken waar kleding hangt te drogen, als stille getuigen van al die andere onvertelde verhalen van vrouwen als Cleo. En zij is het die ’s avonds de lichten uitdoet voordat ze naar bed gaat in het kleine dienstvertrek dat ze deelt met de kok, Adela (Nancy García). Met haar neemt ze in het Mixteeks de roddels van de dag en het nieuws van thuis door en bij tegenslagen herinneren ze elkaar er zonder een spoor van drama aan dat ze het zich in hun wereld niet kunnen veroorloven stil te blijven staan bij tragiek. ‘Schud het van je af, meisje.’

Het is een kleine wereld, in de gesloten wijk Roma van Mexico-Stad. Een wijk waar men tracht met hekken gevaren van buitenaf op afstand te houden zodat alleen de fanfare de straat ‘onveilig’ maakt. De gezinsleden zijn drukker met het binnenhouden van hond Borras, dan Borras met het buitenhouden van vreemden. In een kalm tempo volgen we de dagen van Cleo en via haar van het gezin, bestaande uit vader en moeder, hun drie zoons en dochter en een inwonende oma. Want dat is de eerste sterke zet van Cuarón. Een huishoudelijke hulp als Cleo beweegt altijd in de periferie van een gezin, maar hier zien we juist het gezin veelal in de achtergrond, terwijl Cleo de hele film lang ons centrum is.

Op onnadrukkelijke wijze schetst Cuarón (die tevens het scenario schreef) de verhoudingen binnen het gezin en de plek die Cleo daarin inneemt. Vaak in zinnetjes of blikken die als je even niet oplet alweer zijn weggevallen in de ruis van alledag. Een half binnensmondse opmerking dat het huis vies is, een reprimande als er nog hondendrollen liggen wanneer vader thuiskomt en met nagelbijtende precisie zijn auto parkeert die op de centimeter af in de oprit naast het huis past. Het is niet dat het gezin Cleo actief als minderwaardig benadert, maar er is altijd het besef van haar positie. Wanneer ze ’s avonds televisie kijken en Cleo erbij komt zitten, wordt dat volledig geaccepteerd. Tot oma een kopje thee wil.

Roma verloopt zoals het leven dat doet, als een reeks meer en minder gewichtige gebeurtenissen die geen duidelijk omlijnde weg volgen. Terwijl ergens in de buitenwereld geschiedenis wordt geschreven, leven zij hun eigen historie. Zo nu en dan raken de twee werelden elkaar, zoals wanneer Cleo met de oma des huizes een wiegje uitzoekt in een winkel en er plotseling jongeren binnenrennen en geschoten wordt. Ik kan vertellen dat het om het bloedbad op Corpus Christi gaat, maar nodig is het niet. Wat de scène zo goed maakt is juist de contextloosheid ervan. De willekeur waarmee de wereld het leven binnenvalt.

De film zou gedraaid worden door Emmanuel Lubezki, met wie Cuarón ook Children of Men en Gravity maakte, maar die haakte tijdens de lange preproductie af en dus pakte Cuarón de camera zelf op. Hij weet visueel exact de juiste toon te treffen: diep persoonlijk, maar toch altijd met voldoende afstand om ruimte te scheppen voor de toeschouwer. Cuarón kiest opvallend vaak voor long shots, laat gebeurtenissen zich ontvouwen zonder onze blik altijd nadrukkelijk te sturen. Het zijn schatten van shots, vol kleine miniatuurtjes die het beeld ontzettend rijk maken zonder dat je ergens het gevoel hebt dat ze volgepropt zitten. Het gebruik van zwart-wit helpt daarbij, alsook de camerabewegingen die kalm en stabiel zijn.

Met Roma brengt Cuarón een ode aan de vrouwen uit zijn jeugd. Terwijl de (aanstaande) vaders geruisloos uit beeld verdwijnen onder het mom van een zakenreis of bezoekje aan het toilet, zijn het de vrouwen die blijven. ‘We zijn alleen’, zoals moeder Sofía (Marina de Tavira) opmerkt. ‘Wat ze ook zeggen, wij vrouwen zijn altijd alleen.’ Maar Cuaróns ode is niet van het soort dat doortrokken is van nostalgie en makkelijk sentiment. Slechts één keer geeft hij Cleo iets bovenmenselijks, in een technisch wonder van een shot waarin ze door een woeste zee loopt. Het is een ontroerend en welverdiend moment in een film die de kijker niet wegblaast, maar vrijwel ongemerkt overspoelt, tot je volledig bent ondergedompeld in het bestaan van deze vrouw.