Now Reading:

RE: Antropoceen

Op 29 juli gaf George Vermij een eerste aanzet om de rol van de filmcriticus in het Antropoceen te
herdenken. Hij gaat in op de ecologische impact van filmproducties en streaming diensten en stelt dat film tegenwoordig ook vanuit milieubewust perspectief geanalyseerd zou moeten worden. Met de onvermijdelijkheid van ecologische catastrofe is een herevaluatie van de verbinding tussen mens en aarde aan de orde. Filmkritiek in het Antropoceen dient hieraan bij te dragen met reflectie op de zeggingskracht van cinema.

Ook het filmmaken gaat dikwijls gepaard met de destructie van ecosystemen door de productie op
industriële schaal. Vergeleken met kunstvormen als poëzie of muziek kan film moeilijk kleinschaliger
worden bedreven. Initiatieven zoals Green Film Making bestaan, maar zijn net als elke kortzichtige
oproep tot gedragsverandering een manier van groenwassen die de systemische oorzaken buiten
beschouwing laten. Elke handeling binnen onze technologische samenleving gaat gepaard met exploitatie van ander leven en daar kan het maken of bekijken van films niet aan ontkomen. Zogenaamde duurzame consumptie is meer een kwestie van verschillende gradaties van destructie, in plaats van een werkelijk alternatief.

In dat licht bezien is het bekritiseren van de wantoestanden tijdens producties als Fitzcarraldo of de
verspilling van grondstoffen voor een nieuwe Star Wars onvoldoende. Het leidt indirect wel tot een volgend inzicht. Het tijdperk van materiële overproductie loopt ten einde. Naast de rampspoed van klimaat ontwrichting en het verlies van biodiversiteit raken essentiële grondstoffen uitgeput. De huidige manier van leven is dus niet langer houdbaar. Met dit economische verval komt ook de cinema in gevaar. Zijn filmproducties nog wel mogelijk in een wereld zonder fossiele brandstoffen? Het einde van de filmkunst zoals we die nu kennen zou weleens nabij kunnen zijn.

Een emotie die past bij het Antropoceen is die van rouw. Om verwoeste gebieden of uitgestorven
diersoorten. Zo bouwt IJsland nu een monument ter nagedachtenis aan haar eerste verdwenen gletsjer. En gebruiken de activisten van de Extinction Rebellion de krachtige symboliek van de die-in bij demonstraties. Ook de filmcriticus moet uiting geven aan deze rouw en stilstaan bij het dreigende gevaar voor de filmkunst. De filmkritiek moet echter niet blijven steken in deze rouw, maar hierop voortborduren. Want hoewel het te laat is om een ecologische catastrofe te voorkomen, kan
die altijd nog beperkt worden.

Daarvoor is verbeeldingskracht nodig. Zonder kunst is er geen verbeelding. En zonder kritiek is er geen kunst. Een filmkritiek in het Antropoceen dient daarom ten eerste te reflecteren op de toekomst van de filmkunst in veranderende tijden. Hoe kan film deze tijden overleven? En wat voor rol kan film spelen in de samenleving van de toekomst? Automatisch leidt dit tot de hamvraag van het Antropoceen. Wat is de positie van de mens in het universum? Uit de huidige crisis blijkt het morele bankroet van het antropocentrisme. Filosoof Theodor Adorno zei ooit dat poëzie na Auschwitz barbaars was, om aan te geven hoe de kunsten gefaald hadden die verschrikking te voorkomen. Dit dictum is wederom actueel met de ecologische catastrofe. Is film tijdens de ecologische catastrofe ook barbaars?

Cinema kan bijdragen aan het ontdekken van nieuwe visies te ontdekken en het aanstippen van huidige defecten in technologisch denken. De criticus kan vanuit dit kader werken evalueren. De
techno-propaganda van een Apollo 11 is bijvoorbeeld een apologie voor de verschrikkingen van
technologische ontwikkeling, iets wat een criticus bloot kan leggen. Net zoals de criticus kan wijzen
op de overpeinzingen in El abrazo de la serpiente over de relatie tussen mens en omgeving. Het is tijd om onze rampzalige toekomst met moed te aanvaarden in plaats van met ijdele hoop. Laat filmkritiek in het Antropoceen daar het voortouw in nemen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Input your search keywords and press Enter.