Een plaats met een boom, twee vrachtwagens en een hangaar. Niemand te zien of te horen. Alleen het geluid van geloste kogels zindert na. Het scherm wordt wit, net als ons gezicht. Want op dat moment zijn wij getuige van de genocide in Srebrenica in 1995. Op een zeer ontroerende manier vertelt Jasmila Žbanić in haar film Quo Vadis, Aida? over de dagen die voorafgaan aan dit moment. Een intrieste gebeurtenis nabij het einde van de Bosnische burgeroorlog die drie jaren heeft geduurd.

Žbanić maakte geen oorlogsdrama zoals we gewend zijn. Geen bommen, vechtende mensen of brandende huizen. Nee, zij toont met krachtige beelden en een kwetsbaar verhaal de machteloosheid en onzekerheid van Aida (Jasna Đuričić). Vertaalster voor de Verenigde Naties en lerares, maar vooral moeder en echtgenote. Maar ook een vrouw die opkomt voor haar volk, die vecht voor rechtvaardigheid en haar leven zou geven voor de veiligheid van haar twee zonen. Want wanneer het leger van Mladić (Boris Isakovic) haar stadje binnenvalt op 11 juli 1995, krijgt ze samen met duizenden andere burgers een slaapplek in een fabriek. Daar knelt het voor Aida, want door haar gepriviligieerde situatie zal zij kunnen rekenen op bescherming van de VN, maar zal haar familie aan hun lot overgelaten worden. En dat lot wordt een bittere realiteit zodra Aida haar laatste hoop legt in de handen van de laffe generaal Franken (Raymond Thiry).

De kleur blauw fungeert als rode draad in de film. Blauw als symbool voor veiligheid en zekerheid. Zaken waar de Bosnische burgers naar verlangen, maar vooral Aida. Die hunkert naar veiligheid voor haar jongens en man. Daarnaast speelt Žbanić ook met de kracht van taal. Aida zit in een enorm sterke positie als vertaalster. Want precies door de kennis die zij bezit van beide talen, kan ze kiezen om haar volk tegen de VN op te zetten of netjes te vertalen wat Franken van haar verlangt.

Dat Jasna Đuričić haar rol van Aida op het lijf geschreven is, is voelbaar tot de laatste minuut van de film. Ze gebruikt elke zenuw, elke spier, elke vezel in haar lijf om de strijd aan te gaan tegen de vijand. Tegen generaal Mladić, maar ook tegen de VN, die ze dacht te kunnen vertrouwen. Haar ogen doen doen dienst als woordvoerder van haar innerlijke zelf. Waar die eerst nog vol hoop en vastberadenheid zijn, zwakken ze naar het einde toe af tot glaze, holle kijkers. Aida’s levenslust is weggezogen als de rook uit de oneindige sigaretten die in de film gerookt worden.

Žbanić verdient alleen maar complimenten met haar Quo Vadis, Aida?, en haar talent is ook de Golden Orange International Film Competition Best Film en Independent Spirit Award voor Beste buitenlandse film niet ontgaan.