‘5, 4, 3, 2, 1…’ Samen tellen moeder en dochter af naar het moment dat ze tegelijk de telefoon zullen ophangen. Sarah is in Moskou waar ze de laatste training afwerkt die haar moet klaarstomen voor een reis naar ruimtestation ISS. Proxima is een film die op methodische wijze de laatste stadia voor die reis toont, geleid door de protocollen waarin zelfs het afscheid nemen van je kind is vastgelegd.  

Terwijl Sarah die laatste trainingsweken doorloopt, schrijft ze een brief aan dochter Stella, die slecht is in rekenen en haar telescoop niet gebruikt om de sterren af te speuren, maar om de buurtkinderen te bespioneren. Voor Stella zijn vermenigvuldigingen minstens zo duizelingwekkend als een ruimtewandeling. In een voice-over horen we flarden van Sarah’s brief of haar pogingen daartoe. Ze legt uit hoe de ruimte een lichaam verandert; het uitstrekt, haar cellen veroudert. ‘Ik word een ruimtemens.’

Tegenover de heroïek die vaak gepaard gaat met mannen die de ruimte in worden geschoten, stelt Alice Winocour in Proxima een veel aardsere benadering van ruimtereizen. Het is een film over de praktische zaken die geregeld moeten worden. De anderhalve kilo persoonlijke bezittingen die mee mag, het formulier waarmee Sarah moet aangeven of ze wel of niet op de hoogte gebracht wil worden als Stella iets overkomt.

Ook het seksisme waarmee Sarah te maken krijgt heeft iets terloops. Van het ongemakkelijke grapje waarmee ze wordt gepresenteerd aan de rest van de crew, tot de laconieke wijze waarop haar wordt meegedeeld dat ze misschien beter haar menstruatie kan uitstellen en haar haren afknippen. De film maakt ook subtiel duidelijk hoe anders er wordt aangekeken tegen een man die zijn kinderen achterlaat voor werk, of een vrouw die hetzelfde doet. Dat Sarah toch tampons laat inpakken en haar lange zwarte haar niet knipt voelt niet als een activistisch statement, maar een statement is het wel degelijk. Dat haar vrouw-zijn nu eenmaal onderdeel is van wie ze is, en dat dat ze dat niet zal achterlaten op aarde.

Juist in de alledaagsheid waarmee dat soort zaken wordt weergegeven weet de film op momenten te schuren, maar de consequent ingetogen toon voorkomt dat de emotionele weerslag ervan echt voelbaar wordt. Zoals ook de passie die toch ten grondslag moet liggen van deze ingrijpende stap wat ongrijpbaar blijft onder een deken van professionaliteit. Doordat Winocour nergens kiest voor een specifieke thematiek of spanningsboog, dreigt de film geregeld weg te zakken. Dat dat nooit echt gebeurd, is grotendeels te danken aan Eva Green, die subtiel duidelijk maakt dat die emoties er wel degelijk zijn, maar dat Sarah zich niet kan veroorloven ze de ruimte te geven.

En hoewel je soms verlangt dat de film die ruimte wel geeft, is het juist die sobere benadering waarmee de film het hele concept van in een raket stappen en ‘de aarde verlaten’, zoals er meermaals aan gerefereerd wordt, reëler weet te maken dan veel andere films, die vaak iets bovenmenselijks maken van die onderneming. Proxima heeft niet de overdonderende emotionaliteit van Interstellar of de ontzagwekkende vergezichten van First Man, maar wel een tastbare menselijkheid.