Regisseur Matteo Garrone steekt  het welbekende verhaal over de houten pop die niets liever wil dan een echt jongetje worden in een nieuw en donker jasje. De nieuwste verfilming van Pinocchio blijft dicht bij de verhalen van Carlo Collodi, de geestelijk vader van de marionet. Jammer genoeg levert dat uiteindelijk vooral een fragmentarische film op waarin de rode draad soms net zo afwezig is als de touwtjes aan de marionet.

Pinocchio komt tot leven in een grauw Italiaans dorpje. Gepetto ziet zijn creatie meteen als zoon en wil er alles aan doen om de pop een leven te geven dat niet onderdoet voor de echte jongens uit het dorp. De ondeugende marionet ziet dat toch anders. Nog voordat Gepetto de kans krijgt een vader te zijn, wordt Pinocchio ontvoerd door een reizend marionettentheater. De pop moet na zijn vrijlating zelf de weg naar huis zien te vinden, terwijl de arme houtsnijder alles op alles zet om zijn houten zoon terug te vinden.

Het is Roberto Begnini die, nadat hij in 2002 al eens Pinocchio was, nu diens vader mag vertolken. Maar ondanks de star power van de geliefde Italiaanse acteur volgen we in Garrones vertelling vooral de zoektocht van de houten pop. Terwijl Pinocchio zijn weg naar huis probeert te vinden, komt hij in de ene na de andere absurde situatie terecht. Situaties die stuk voor stuk als opzichzelfstaande sketches aanvoelen.

Dat episodische karakter van Pinocchio past bij de originele vertelling van Collodi. Zijn boek is een reeks verhalen over een ondeugende levende pop die dankzij de verkeerde beslissingen die hij neemt in steeds grotere problemen raakt. Hij wordt ontvoerd door een poppentheater, opgehangen door twee bandieten en hij verandert in een ezel. Allen elementen die ook in deze verfilming terugkeren. Maar waar een episodische vertelling prima geschikt is voor een kinderboek – één hoofdstuk voor het slapengaan – werkt dat in een film vooral afleidend. Er is namelijk weinig ruimte voor echte ontwikkeling en de motieven van personages zijn vaak volstrekt onduidelijk of gewoon totaal afwezig. Een echte connectie met de figuren op het scherm blijft dan ook uit.

Dat is overigens niet te wijten aan acteur Federico Ielapi die Pinocchio zeer geloofwaardig neerzet. Sowieso is de pop prachtig en met veel oog voor detail vormgeven. Hoewel de ontwikkeling van het personage Pinocchio fragmentarisch en bijna willekeurig voelt, wordt het houten gezichtje wel met elk avontuur dat hij beleeft meer en meer gehavend. Dat oog voor detail is terug te zien in veel van magische figuren die het pad van Pinocchio kruisen. Van de antropomorfe kat en vos tot de grote slak die de rechterhand is van de blauwe fee, allen zijn zowel prachtig als een tikkeltje uncanny.

Als Garrone net zoveel aandacht had besteed aan het creëren van een krachtige spanningsboog als aan de visuele vormgeving van zijn interpretatie had het zeker een bijzondere productie kunnen zijn. Nu is Pinocchio niet veel meer dan een aaneenschakeling van mooie plaatjes die als geheel helaas weinig weet te boeien.