Picciridda, gebaseerd op het gelijknamige boek, zet een Sicilië neer om bij te zwijmelen als een toerist. De ad hoc duistere rand van het onuitgesproken familieschandaal doet daar weinig aan af. Het drama blijft steken in prozaïsche observaties.

De picciridda (Siciliaans voor meisje) in kwestie is Lucia, die in het pre-euro tijdperk tegen haar zin achter moet blijven bij haar strenge oma als haar ouders en broertje naar Frankrijk gaan in de hoop daar werk te vinden. Het leven van deze elfjarige kent de horten en stoten zoals gebruikelijk bij een coming-of-age film. Dat vormt de achtergrond voor een familiedrama waar de reden van het conflict lang verzwegen blijft. Oma en Lucia bouwen eerst langzaamaan een band op, terwijl laatstgenoemde zich afvraagt waarom ze niet naar oudtante Pina en de rest van die familietak mag zwaaien. Het waarom hamert de film er uiteindelijk in zodat er geen twijfel over mogelijk is wie er nou uiteindelijk fout zat.

Die onthulling onderstreept hoe gemakzuchtig regisseur Paolo Licata samen met de oorspronkelijke schrijfster Catena Fiorello en Ugo Chiti de wendingen in het scenario opbouwt. De karakterisering verloopt schematisch. Elk personage blijft een schets met hun geheim de andere zijde van het papier. Zo is oma immer hardvochtig en afstandelijk maar, als de aap uit de mouw komt, met een reden. Oudtante Pina is een Disney-vorm van zielig, zoals haar gekochte tomaten over de grond rollen en actrice Ileana Rigano overal met wanhopig gezicht naar kijkt. Lucia ontloopt deze opzichtige enscenering – zij leert als blanco pagina de dubbele kant van elk personage kennen, niet altijd op plezierige wijze.

Dat iedereen eenvoudig in te delen is in dit kustplaatsje past wel bij haar belevingswereld waarin de zon altijd schijnt en mensen pietluttig zijn. Een gevoelig gebrachte vriendschap ontspringt op school, welke de dromerige kwaliteiten van de ogenschijnlijk veilige Siciliaanse haven benadrukt. Als hun voeten in het van de zon gloeiende zand stappen krijgt de plek een romantische teint, zo aanlokkelijk als de stapel zoetwaren waar Lucia iets van mag kopen voor een paar lire. Qua nostalgische gevoelens doet het soms licht aan Federico Fellini omstreeks Amarcord denken, als Lucia spartelt op oma’s benen terwijl die de pollepel hanteert om te straffen. Cameraman Lorenzo Adorisio brengt de idylle treffend in beeld met soms verbluffend perspectieven, ook al schieten deze af en toe door richting showmanship als de camera opzichtig ronddraait.

Opgroeien blijft in Picciridda desalniettemin aan de prozaïsche kant à la Boyhood  (Richard Linklater, 2014) ondanks de onderliggende spanning van het schandaal die alle verhoudingen stilzwijgend bepaalt. De observaties zijn als die van de toeriste die de zeldzame telefoon bezet houdt als Lucia een belletje van haar ouders verwacht. Het is een Sicilië om op een afstand gade te slaan, met schreeuwende marktkooplui die zonovergoten groenten en fruit aanprijzen. Het is zo makkelijk te duiden als de kiekjes op een ansichtkaart. Frappant is de epiloog, waarin Lucia terugkeert nu ze een yup met mobieltje is. Het lijkt een verplicht nummertje om de nasleep van de gebeurtenissen mede te delen. De gekunstelde ‘weet je nog’-momenten als ze rondloopt in het plaatsje komen mondain over, omdat Lucia’s drama afleidt van dat van oma. Picciridda schetst zo een familie met een onbesproken geheim, maar heeft er weinig over te bespreken.