In de nieuwe serie Over the Rainbow bespreekt Theodoor Steen maandelijks een LHBTI+-film. Dit keer: Ben and Arthur (2002), ook bekend als de homoseksuele tegenhanger van The Room (2003).

Directe aanleiding voor deze nieuwe reeks is het nieuwe nummer van filmblad Schokkend Nieuws, waarin ik een aantal artikelen heb geschreven over queer genre-cinema. Daarbij heb ik zoveel darlings moeten killen, dat er nog tientallen genrefilms onbesproken zijn gebleven die eigenlijk evenveel aandacht verdienen. Veel van de artikelen in Over the Rainbow zullen dan ook beschouwingen zijn van genrefilms, maar als de actualiteit erom vraagt zijn er ook uitstapjes naar mainstream cinema, korte films en filmhuisfilms. Alles kan en mag besproken worden: films die de plank volledig misslaan qua representatie; films die vooral op een subtekstueel niveau als queer gelezen kunnen worden, al dan niet onbedoeld; films die baanbrekend waren in hun afbeeldingen van de LHBTI-community, en alles er tussen in.

In het langste artikel van de Schokkend Nieuws-special, Queer Fear, bespreek ik een algehele geschiedenis van queer representatie in genrefilms. Daarbij betoog ik ook dat met name trash cinema, waar smakeloosheid en incompetentie regeert, en de budgetten laag zijn, een lage drempel heeft voor gemarginaliseerde groepen om films te kunnen maken. Daardoor zijn er enorm veel subversieve en interessante filmmakers begonnen in de low-budget en no-budget-hoek. Een van hen is Sam Mraovich, de regisseur van Ben and Arthur. In een rechtvaardige wereld zou Sam Mraovich in een adem genoemd worden met Tommy Wiseau. Ben and Arthur staat dan ook bekend als The Room voor homo’s. Laten we alle ‘kwaliteiten’ van The Room even langs gaan, en kijken hoe Ben and Arthur het er van af brengt in vergelijking.

Is de film technisch incompetent? Ja, en hoe. De geluidsmixage is verschrikkelijk, shots zijn overbelicht of onderbelicht, de camera gaat over de as in praktisch elke scène en acteurs struikelen over hun dialoog. Maar het mooist zijn de setdesigns, of het gebrek daar aan. Een scène in een kerk heeft een letterlijk bordkartonnen decor, met een kartonnen kruis dat goud geverfd is, een glas-in-lood-raam gemaakt van doorschijnend papier, en een schilderij van Jezus dat nog het meest doet denken aan de beruchte restauratie van Ecce Homo in Borja. En ook de sountrack kan niet onvermeld blijven, bestaande uit goedkope synthversies van nummers in het publieke domein, zoals Scott Joplins The Entertainer in de openingstitels. Meteen de vergelijking opzoeken met The Sting? Dan snij je jezelf als filmmaker behoorlijk in de vingers.

Heeft de film dan ook een bizar verhaal? Ja, dat ook. Homostel Ben en Arthur wordt aan alle kanten belaagd door mensen die niet willen dat ze bij elkaar zijn. De nogal ingewikkelde plot gaat diep in op de financiële sores van Ben en Arthur, die daarvoor aankloppen bij Arthurs broer Victor. Victor is een homoseksuele man (gespeeld door ex-porno-acteur Michael Haboush) die diep in de kast zit, en alles op alles zet om Ben en Arthur uit elkaar te drijven. Hij wordt daarbij aangestuurd door kerkelijken, die dreigen Victor te excommuniceren als deze zijn broer niet vermoordt. Eerst probeert Victor het stel nog te onthomoën door ze wijwater te laten drinken, maar dat helpt vreemd genoeg niet.

Ben wordt ondertussen belaagd door zijn vrouw Tammy, iets wat Arthur in het verkeerde keelgat schiet, want laatstgenoemde wist niet dat Ben getrouwd was. Op de een of andere manier is dat nooit ter sprake gekomen in de drie jaar dat ze samen zijn. Tammy probeert Ben ervan te overtuigen dat hun huwelijk niet hoeft te falen: ‘Ben, I’ll be gay too, and then that’ll make it all right for us to get married again, huh?’ zegt ze, alvorens hem te bedreigen met een pistool. De film eindigt met moord en doodslag, levende verbranding, gedwongen doopscènes en implicaties van incest tussen Arthur en Victor. Het is drama waar de gemiddelde soap een puntje aan kan zuigen.

The Room is mede memorabel doordat geen van de personages herkenbaar menselijk gedrag vertoont. Hetzelfde geldt voor Ben and Arthur. Ben is een heilige, maar heeft ook een vrijwel non-existente persoonlijkheid. Hij is meer plotpunt dan personage, een trofee voor Arthur. Dat Ben gespeeld wordt door de fotomodel-achtige schoonheid Jamie Brett Gabel, en Arthur wordt gespeeld door de generiek uitziende regisseur Sam Mroavich zelf zal geen toeval zijn. Mroavich speelt Arthur als een pedante kleuter, vol driftbuien en narcistische trekjes. Wanneer hij zijn zin niet krijgt rent hij met gebalde vuisten de kamer uit of gaat hij verbolgen lopen mokken. Tammy is een hysterische vrouw in de Victoriaanse zin van het woord: een misogyn karikatuur van een vrijgevochten vrouw, die enkel schreeuwt en om zich heen slaat. En Victor is het wandelende cliché van de zichzelf hatende homo, maar zo ver doorgevoerd dat hij meer weg heeft van Bond-schurk Blofeld dan van een echt mens. Misschien toepasselijk dat hij daarom in plaats van een kat een bijbel op schoot heeft in vrijwel elke scène, die hij meerdere malen ook liefkozend streelt.

Is de film ook memorabel qua one-liners en bizarre vertolking? Jazeker. Zie het citaat van Tammy hierboven. Of neem de scène waarin Arthur auditie doet bij een nachtclub door praktisch de vogeltjesdans te doen, waarna de uitbater antwoordt: ‘That was great. Now let’s see your penis.’ De film zit ook vol mondaine gesprekken die er makkelijk uit geknipt hadden kunnen worden, maar die in de setting van dit verhaal volstrekt bizar overkomen, zoals ellenlange gesprekken over het wegvallen van de telefoonverbinding of het ontbreken van suiker in de koffie.

Tot slot, heeft Ben and Arthur net als The Room een megalomane filmmaker aan het roer met een bord voor de kop? Jawel, Sam Mraovich komt twintig keer voor op de optiteling en aftiteling en dat zegt wel wat over de narcistische trekjes van deze filmmaker. Hetzelfde geldt voor de manier waarop hij het personage Arthur vormgeeft. De sympathie van Mraovich ligt duidelijk bij zijn hoofdpersonage, maar dat is een enorm verwend nest en Mraovich geeft nergens de indruk dat hij daarvan op de hoogte is. Dat geldt ook voor de abominabele kwaliteit van de film. Mraovich geeft in interviews aan dat de cultstatus van de film vooral te danken is aan de lage technische kwaliteit, maar lijkt zich totaal niet bewust van het hysterisch slechte script en de bespottelijke dialoog. In een recente video-intro voor een filmfestival lijkt hij vooral blij met het geld dat hij krijgt voor de screenings (iets wat hij net te vaak noemt). Dat Mraovich’ tweede film Steve’s Hollywood Story (2017) gaat over een geweldig goede scriptschrijver (gespeeld door Mraovich) die probeert aan de bak te komen in Hollywood, maar daarbij wordt tegengewerkt door incompente en kwaadaardige mensen, zal geen toeval zijn.

Het is ergens jammer dat Mraovich zich zo laat leiden door zijn ego en zo’n incompetent filmmaker is, want Ben and Arthur had serieuze politieke pretenties. De film toont zich terecht woedend over het niet-bestaan van het homohuwelijk in Amerika, en is een aanklacht tegen homohaat. Maar Mraovich ondergraaft zich door de homohatende conservatieve christenen cartooneske karikaturen te maken, inclusief moordcomplotten van hogerhand ingegeven. Ben and Arthur heeft daardoor als politiek pamflet geen waarde.

Maar toch verdient de film het om op eigen poten te staan als trashklassieker, en gezien te worden als meer dan enkel The Room voor homo’s. Sam Mraovich is namelijk in de eerste plaats een filmmaker die zulke idiosyncratische en onnavolgbare keuzes maakt dat het voor elke trash-liefhebber leuk zal zijn. Ik weet zeker dat de heteroseksuele fan van trashfilms als The Room, Birdemic, After Last Season en Manos: The Hands of Fate enorm veel plezier zal beleven aan Ben and Arthur.