Eind vorig jaar bracht Bart Juttmann zijn boek Op zoek naar Soldaat van Oranje uit. Een boek dat voortkwam uit Juttmanns liefde voor de beroemde Nederlandse film en het verhaal van de totstandkoming van de film vertelt. Het is een boek dat er volgens de schrijver moest komen: ‘Sommige verhalen moeten worden vastgelegd.’

Het begon allemaal in 2017, toen de film Soldaat van Oranje veertig jaar bestond. Juttmann schreef naar aanleiding van dit jubileum een artikel over de film voor Plot, een magazine over scenarioschrijven: ‘Uit de gesprekken en het onderzoek dat ik voor dat artikel deed, kwamen zoveel leuke verhalen die ik niet allemaal kon gebruiken voor het artikel. En ik wilde wel eens iets schrijven dat langer was dan een artikel van een paar duizend woorden’, vertelt hij enthousiast.

Juttmann liet zich daarbij inspireren door boeken die vertellen over de totstandkoming van Hollywoodklassiekers: ‘Er zijn fantastische boeken geschreven over het ontstaan van een film. Dus geen biografie van een acteur of regisseur, maar echt over de film. Bijvoorbeeld over The Third Man en Casablanca. Dat wilde ik heel graag doen over Soldaat van Oranje, simpelweg omdat het volgens mij de beste Nederlandse film allertijden is.’

Volgens Juttmann is het vooral de gelaagdheid die Soldaat van Oranje zo’n bijzondere film maakt. ‘Het is een avonturenfilm, een jongensboek. Maar daaronder zit iets veel geraffineerders’, legt hij uit. ‘Ik denk dat deze film iets bijzonders zegt over Nederland en over de oorlog. Het laat zien hoe verschillende mensen zich in die tijd hebben opgesteld en vooral waarom ze dat deden.’ Want hoewel veel mensen bij Soldaat van Oranje direct denken aan een heldenverhaal over verzet in de Tweede Wereldoorlog, ‘gaat eigenlijk alles wat deze held (Erik Hazelhoff Roelfzema, red.) doet niet goed. Erik wordt toegejuicht, maar wat heeft hij nou eigenlijk gedaan dat zo bijzonder was? Hij heeft alleen zijn hachelijke avonturen overleefd.’

Volgens Juttmann bevraagt de film die heldenstatus dan ook. ‘Zo bezoekt Erik (gespeeld door Rutger Hauer, red.) aan het einde van de film zijn enige vriend die de oorlog ook overleefd heeft. Je zou kunnen zeggen dat hij de lafaard van het verhaal is, iemand die zich afzijdig heeft gehouden van de oorlog. Maar misschien was hij helemaal geen lafaard, maar was hij de realist. De enige die begreep dat je met verzet ook heel veel kwaad kan doen. Want dat is uiteindelijk wat Erik heeft bereikt. Al zijn vrienden zijn gestorven en niet geheel zonder zijn toedoen.’

‘Je moet niet vergeten dat de man waar dit personage op gebaseerd is, Paul Erdman, na de oorlog een zeer vooraanstaand jurist is geworden’, gaat Juttman verder. ‘Hij heeft heel veel betekent voor de Nederlandse samenleving. Terwijl Erik kort na de oorlog Nederland heeft verlaten en nooit meer naar zijn vaderland heeft omgekeken. Dus je kunt je afvragen: wie is de grotere patriot?’ Die grilligheid van de oorlog en het feit dat de rollen net zo goed omgedraaid hadden kunnen zijn, is iets dat de film volgens Juttmann erg goed laat zien: ‘Het is een soort actiefilm met ideeën.’

Voor Juttmann staat Soldaat van Oranje eenzaam aan de top van de Nederlandse film. Dat heeft volgens de schrijver alles te maken met de unieke filmhistorische periode waarin de film ontstond. Want mede dankzij het succes van de Nederlandse film in de jaren zeventig, kon er plotseling heel veel: ‘Het was een moment dat heel kort duurde, en daarna nooit meer is teruggekomen. En precies op dat snijvlak in de filmgeschiedenis komen de paden van een paar heel getalenteerde mensen samen. Zowel mensen voor als achter de camera die op dat moment op het toppen van hun kunnen waren.’ Een schijnbare toevalligheid die paralellen vertoont met het verhaal van Roelfzema zelf. Het lot van de verzetsheld werd immers ook in hoge mate door toevalstreffers bepaald. ‘Maar je kunt het toeval ook een handje helpen’, volgens Juttmann. ‘Ik denk dat Paul Verhoeven, Gerard Soeterman en Rob Houwer —
toch wel de sleutelfiguren voor deze film — echt wel voelden dat ze op dat moment klaar waren voor een film van deze omvang.’

Wel is het toeval geweest dat het grote project van deze drie mannen uiteindelijk Soldaat van Oranje is geworden: ‘Verhoeven wilde eigenlijk De donkere kamer van Damocles verfilmen. Omdat hij de eerdere verfilming geen recht vond doen aan het boek.’ Maar, zo blijkt ook uit het boek van Juttmann, het idee van een remake stond de drie heren toch niet zo aan. En aan een tafeltje in München werd besloten om met het verhaal van Roelfzema aan de slag te gaan. ‘Het had even anders moeten lopen en dan was het een andere film geweest. En ik denk niet dat we ons dan Erik Hazelhoff Roelfzema zo levendig zouden herinneren en er een musical zou zijn.’

Het boek gaat dan ook echt over de film, want Juttmann wil boven alles het bijzondere maakproces naar de voorgrond halen: ‘Ik vind het belangrijk om mensen die van film houden te vertellen hoe zo’n film ontstaat. Wat voor een creativiteit, ambitie en energie daarvoor nodig is. Ik denk dat dit je waardering en liefde voor de film vergroot. Ik hoop ook dat dit boek misschien het draagvlak voor investeren in cinema vergroot.’

Want volgens Juttmann realiseren mensen zich te weinig hoeveel werk er in het maken van een film zit. ‘Hoeveel tijd, moeite en energie erin wordt gestopt. Hoeveel uren er door creatieve mensen aan een film wordt gewerkt en er bijvoorbeeld nachten lang wordt doorgetimmerd aan een scenario.’ Een onwetendheid waar Juttmann zich zichtbaar over opwindt: ‘Filmmakers zijn geen consultants die elke minuut mogen declareren. Het zijn de meest energieke, gedreven mensen die hun werk meestal voor heel weinig geld doen. Ik probeer dat inzichtelijk te maken.’ Dat geldt ook schrijver Juttmann: ‘De tijd die ik in het boek heb gestopt zal nooit opwegen tegen de opbrengst van de verkoop. Maar het is een pleidooi. Sommige boeken moeten gewoon bestaan. Sommige verhalen moeten worden vastgelegd.’

Op zoek naar Soldaat van Oranje is te koop in de (digitale) boekhandels.