The Band: deze muziekgroep heeft een van de minst prestigieuze namen voor een band die je zou kunnen verzinnen, en is daarom des te briljanter. De band achter The Band werd begin jaren zestig langzaam gevormd, toen nog optredend onder de naam The Hawks, bestaande uit de vier Canadezen Richard Manuel, Garth Hudson, Robbie Robertson, Rick Danko en de Amerikaan Levon Helm. De rockabilly Ronnie Hawkins was hun verbindende factor. Hun faam groeide toen ze Bob Dylan begeleiden op een aantal tours. Iedereen had het destijds over ‘de band achter Bob Dylan’.  Dit werd The Band. Maar ondanks de nogal simpele, nietszeggende naam was The Band meer dan slechts een begeleidingsband, en dat wordt duidelijk in deze eervolle documentaire.  Deze groep mannen vormde een op zichzelf staand, ijzersterk broederschap met een rijk scala aan karakters, bronnen van creativiteit en al met al: een grenzeloze liefde voor muziek. Zij creëerden muziek waarin folk, soul, country en blues fuseerden tot een nieuw, ongekend genre. 

Regisseur Daniel Roher — die eerder korte documentaires maakte — komt met een nieuwe documentaire over de Amerikaans-Canadese rockband. Once Were Brothers: Robbie Robertson and The Band vertelt het verhaal over The Band vanuit het perspectief en geheugen van frontman, liedjesschrijver en gitarist Robbie Robertson. De verschillende elementen waaruit de documentaire bestaat en is opgebouwd zijn niet bijster vernieuwend voor een muziekdocumentaire; stilstaand en bewegend archiefmateriaal wordt afgewisseld met talking heads in de studio, vergezeld door wat oppeppende en sfeermakende muziekfragmenten tussendoor. Het archiefmateriaal is naar mijn weten nooit eerder gezien en toont bijzondere beelden van Marilyn Monroe, Bob Dylan, en meer. Deze talking heads zijn ook niet de eerste de beste figuranten: Bruce Springsteen, Eric Clapton en George Harrison passeren de revue met lovende woorden over dit broederschap. 

Het duurt even voordat je doorhebt dat dit niet de zoveelste muziekdocumentaire is. De film geeft een persoonlijk inkijkje in de levens van de vijf bandleden en hun gezinsleden, maar bovenal: van het leven dat zij samen leefden. Zo vormden zij eigenlijk gewoon één groot, hecht gezin. Ze woonden met zijn allen in een roze Pippi Langkous-achtig huis in Woodstock, waar onder andere een van hun meest bekende albums uit voort is gekomen, Music From Big Pink, met als bekendste knaller en persoonlijke favoriet van menig muziekliefhebber The Weight, dat hen tot zwaargewicht in de muziekgeschiedenis maakte. In het grote, roze huis speelden en schreven zij dag en nacht. De vrienden Robbie Robertson en Levon Helm worden ook wel vergeleken met Huckleberry Finn en Tom Sawyer. Het verhaal van The Band is bijna een sprookje, een romantisch liefdesverhaal (de heroïne en whisky uitgezonderd). 

De documentaire is een waar cadeau voor trouwe fans van The Band. Voor minder grote kenners ontbreekt het wellicht aan wat achtergrondinformatie, zoals het plaatsen van hun muziek in de geschiedenis. Voor liefhebbers is de bijdrage van The Band aan de muziekgeschiedenis van onschatbare waarde, maar dit komt niet volledig tot uiting door slechts de lofzangen van enkele grote spelers uit het muziekveld. Gelukkig maakt het buitengewone levensverhaal van dit broederschap veel goed. Wel komt het verhaal nogal eenzijdig over doordat het door één persoon wordt verteld: Robbie Robertson, die ook nog zelf het maken van deze documentaire initieerde (van de vijf bandleden zijn er drie overleden).

Het moge in ieder geval duidelijk zijn dat The Band niet zomaar een bandje was. Hun afscheidsconcert in 1976 werd vastgelegd door niemand minder dan Martin Scorsese in The Last Waltz, die ook zijn blik heeft geworpen op de scènes van deze documentaire voordat ze gemonteerd zouden gaan worden. Beide films samen vormen een waardig document en een goed plaatje van een band die hun naam eer heeft gedaan, want van The Band is er maar één.