Nu aan het lezen:

Once Upon a Time … in Hollywood

Once Upon a Time … in Hollywood

Quentin Tarantino nam al vaker wraak op de geschiedenis, maar niet eerder voelde het zo persoonlijk als in Once Upon a Time … in Hollywood. In een interview met Esquire noemde hij de film zijn ‘memory piece’: ‘This is me. This is the year that formed me. I was six years old then. This is my world. And this is my love letter to L. A.’ Die liefdesbrief gaat uit naar de sterren die de sterfelijkheid leken te ontstijgen, naar de tastbaarheid van filmrollen en het ratelen van celluloid dat door een projector rolt. En daarmee is het ook een film over vergankelijkheid. Want niets duurt eeuwig. Niet in werkelijkheid, en niet in Hollywood.

Het jaar is 1969. Het jaar waarin Dennis Hopper de grondvesten van Hollywood opschudde met Easy Rider, maar vooral het jaar waarin enkele jongeren in opdracht van Charles Manson in twee opeenvolgende nachten zeven mensen afslachtten. Het bekendste slachtoffer: de hoogzwangere Sharon Tate, actrice en vrouw van Roman Polanski. ‘Many people I know in Los Angeles believed that the Sixties ended abruptly on August 9, 1969, ended at the exact moment when word of the murders on Cielo Drive traveled like brushfire through the community’, schreef Joan Didion in haar beroemde essay The white album, ‘and in a sense this is true. The tension broke that day. The paranoia was fulfilled.’

Maar wanneer Once Upon a Time… aanvangt is dat moment nog ver weg, zes maanden om precies te zijn. Spil van Tarantino’s nieuwste film is de vriendschap tussen acteur Rick Dalton (Leonardo DiCaprio) en diens stuntdubbel Cliff Booth (Brad Pitt). Voor Dalton waren de jaren 50 hoogtijdagen, waarin hij als premiejager Jake Cahill de held uithing. Inmiddels speelt hij voornamelijk nog bijrollen in televisiepilots. ‘I’m a has-been’, verzucht hij. Rick weet niet wie hij is in deze veranderende wereld. Als acteur, als mens. Hij staat constant strakgespannen en als hij niet in tranen uitbarst staat hij wel op het punt dat te doen. In de avonden sust hij zichzelf in slaap met acht whisky sours om de volgende ochtend zijn hoofd in een bak met ijswater te steken in een poging zijn kater weg te schrikken.

Cliff mag dan samen met Rick over the hill gegaan zijn, het lijkt hem een stuk minder te deren. Hoewel hij in professioneel opzicht de schaduw van Rick is, ziet hij het leven zonnig tegemoet. Iets wat nog eens wordt onderstreept wanneer hij de antenne op het dak van Ricks huis repareert. Soepel springt hij van muur naar dak, trekt zijn shirt uit en opent een biertje. Het is een specifiek soort mannelijkheid dat hier bijna net zo fetisjistisch in beeld wordt gebracht als de parade aan blote vrouwenvoeten.

Terwijl Rick Dalton een reliek dreigt te worden, is naast hem de toekomst komen wonen in de vorm van Roman Polanski. Wanneer Rick zijn illustere buurman voor het eerst ziet, woont die er al maanden. ‘I could be one pool party away from starring in a Roman Polanski movie’, roept Rick enthousiast, maar terwijl hij met een afhaalpizza op de bank zijn eigen serie op televisie zit te kijken, danst Polanski met zijn vrouw op een feestje in de Playboy Mansion of is in het buitenland om films te maken. Films die ertoe doen. Zo bewegen in Once Upon a Time … in Hollywood werelden langs elkaar heen, waarbij juist de puur fictieve wereld van Rick iets veel tastbaarders heeft dan de op realiteit geënte wereld van de Polanski’s. Zie vooral hoe Sharon Tate als een fata morgana door de film zweeft.

Toekomst en verleden, realiteit en fictie, ze wonen in deze film letterlijk en figuurlijk naast elkaar. Want op de achtergrond van Cliff en Ricks fictieve verhaal creepy crawlt een huiveringwekkende werkelijkheid naderbij. Het is mooi hoe Tarantino die werelden elkaar laat schampen en soms ook aan elkaar spiegelt. Zoals wanneer Cliff verzeild raakt op de in onbruik geraakte filmlocatie Spahn Ranch, waar de Manson-familie op dat moment woonde, en Rick op hetzelfde moment opnames heeft op een andere filmranch, elders in Los Angeles. (Interessant detail als het gaat om het treffen van feit en fictie: ook in het echt was er een stuntman die Spahn Ranch bezocht terwijl Manson er resideerde. Deze Gary Kent was weinig onder de indruk van de kleine, ongewassen Manson, die voor hem een dune buggy repareerde, en schatte hem in als ‘as lethal as a pill bug.’)

Realiteit en fictie dansen om elkaar heen, tasten elkaar af en je weet dat ze uiteindelijk tegenover elkaar zullen komen te staan. En dat die confrontatie, het is immers Tarantino, gewelddadig zal zijn. Wie Tarantino’s uitlatingen over het geweld in zijn films naleest (hier handig op een rijtje gezet door The Atlantic) kan concluderen dat voor hem de scheiding tussen filmgeweld en geweld in de realiteit glashelder is. ‘Real life violence is real life violence. Movies are movies.’ Maar als de Manson-moorden iets deden was het wel het verpulveren van precies die veilige scheiding. Plotseling drong reëel geweld door tot in het hart van Hollywood. In het daaropvolgende decennium was filmgeweld niet langer iets om van te genieten of bij te juichen, maar om bij te huiveren met een binnenstebuiten gekeerde maag.

Een van de dingen die Tarantino deed in films als Pulp Fiction en Reservoir Dogs was het herijken van filmgeweld. Het was grof en bloederig, maar ook: ironie, fantasie. Of zoals Vivian Sobchack in een addendum op haar essay The violent dance die verandering in de betekenis van filmgeweld in de jaren negentig samenvatte: ‘Pain [dropped] out of the picture.’ In recente films als Django Unchained en Inglourious Basterds nam Tarantino een nieuwe afslag. Vaak worden die films getypeerd als een herschrijving van de geschiedenis, maar het zijn fantasieën die Tarantino creëert, mythes. Met geweld als de catharsis die het in realiteit nooit kan zijn. Iets wat die horrornacht in 1969 zo duidelijk maakte.

Het verlangen dat Once Upon a Time … in Hollywood ten diepste drijft is een verlangen om dat besef uit te wissen, de dood terug te drijven naar het rijk van de fictie. Daar waar de all American hero altijd wint. Het is een fantasie die met een aanstekelijke liefde wordt neergezet. Van de neonborden langs Hollywood Boulevard tot de getekende filmposters waarvoor Tarantino Renato Casaro uit zijn pensioen lokte. En hoewel je kunt stellen dat het een fantasie is van de witte, heteroseksuele man, maakt Tarantino vooral onmiskenbaar duidelijk dat het zíjn fantasie is, waarin hij zich meer blootgeeft dan hij ooit eerder deed. En hij beseft zelf ook wel dat die fantasie regressief is en dat de werkelijkheid geen weg terug kent en juist dat besef geeft de film iets ontroerends. Zoals Cliff die een betraande Rick tracht te doen geloven dat de vergetelheid die voor hem gaapt er niet is: ‘You’re Rick fucking Dalton, don’t you forget it.’

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken