Regisseur Stijn Coninx ent zijn films graag op de realiteit. De voorbije jaren leverde hij de vederlichte levensverhalen van de zingende non Jeannine Deckers (Soeur Sourire, 2009) en muzikant Rocco Granata (Marina, 2013). Met Niet schieten duikt hij in een van de donkerste bladzijden uit de recente Belgische geschiedenis. Het is zijn sterkste film sinds Daens (1992).

Begin jaren tachtig werd België opgeschrikt door een reeks extreem gewelddadige en bloederige aanslagen op supermarkten. Gemene deler: weinig buit maar veel slachtoffers – 28 doden in totaal. De overval die in het collectieve geheugen gegrift staat, is die van 9 november 1985 op de Delhaize van Aalst, waarbij acht mensen om het leven kwamen. David Van de Steen verloor tijdens de overval beide ouders en zus en overleefde zelf ternauwernood de aanslag. Zijn been, waarin negen kogels zaten, kon pas na talloze operaties gered worden.

Opmerkelijk aan de aanslagen van De Bende van Nijvel is dat er tot op heden geen enkele dader is opgepakt. Elke speurder die vooruitgang boekte in het onderzoek, werd weggepromoveerd of op een zijspoor gezet. Het voedde de vele complottheorieën rond de aanslagen. Was de rijkswacht betrokken bij de overvallen? De staatveiligheid? Sommige samenzweringstheorieën strekken hun tentakels uit tot in de hoogste politieke kringen.

David Van de Steen (Mo en Kes Bakker als kind, Jonas Van Geel als volwassene) maakte de dramatische overval van dichtbij mee. Stijn Coninx ontrolt die in flarden flashbacks met een gruwel en intensiteit die je niet van de brave man gewend bent. In verklaringen aan de politie weet Van de Steen de overval tot in de kleinste details te beschrijven. De negenjarige jongen stond oog in oog met “De Reus” en herinnert zich blonde krullen, een pukkel naast de mond en priemende, staalblauwe ogen. Van de Steen schreef het drama van zich af in het boek Niet schieten, dat is mijn papa! (Uitgeverij Vrijdag, 2010) samen met Humo-journaliste Annemie Bulté.

De film volgt vrij trouw het boek. Het is er Coninx niet om te doen om veel fictie aan de realiteit toe te voegen. De gebeurtenissen rond de aanslag worden met een documentaire accuratesse weergegeven, maar naast het standpunt van David krijgen we vooral dat van zijn grootvader te zien, Albert Van den Abiel (Jan Decleir), bijgenaamd Petje, die uitgerekend op de avond van zijn pensionering de overval ziet gebeuren vanuit het raam van zijn flat, aan de overkant.

Van de typische Coninx-zeemzoeterigheid is het eerste uur niet veel te merken. Het broze familiegeluk – opa op pensioen, vader neemt bedrijf over – wordt aan diggelen geschoten. Coninx ontpopt zich zowaar tot de Vlaamse Paul Greengrass met scènes die spectaculair genoeg zijn om impact te maken maar terughoudend genoeg om effectbejag te vermijden. De overval zelf smeert hij uit in beklemmende flashbacks die steeds een extra stukje van de dodelijke raid door de supermarkt onthullen.

Naast de blik van David is er dus die van Albert en diens vrouw Metje (Viviane de Muynck), die plotseling de zorg voor David op zich krijgen. De scène waarin Albert de lijken moet gaan identificeren, snijdt door merg en been. Stijn Coninx kan daarbij rekenen op Jan Decleir die op zijn 72ste weer eens alles uit de kast mag halen. Met zijn borstelige wenkbrauwen en stille ingetogen manier van acteren, weet hij telkens weer de juiste snaar te raken. De groeven op zijn gezicht worden dieper; zijn tred wankeler.

Jammer genoeg verliest Niet schieten in het tweede deel wat van zijn dramatische impact. Zo sterk als het eerste uur is opgebouwd, zo fragmentarisch wordt het tweede deel. We zien flarden uit het leven van grootvader en kleinzoon, die elk op hun manier met het trauma moeten zien om te gaan. Vooral de scènes van de puberende David komen niet zo goed over. Grootvader levert intussen, verwoed tikkend op de schrijfmachine, sigaret tussen de lippen, een gevecht met de hogere instanties.

Wie de jaren tachtig bewust heeft meegemaakt, kent de problematiek die Coninx in Niet schieten schetst: de klungelige samenwerking tussen rijkswacht en politie, de onwil van de politiek om ook maar iets te veranderen. Kafka in het kwadraat. Pas na de Witte Mars, in de nasleep van de Dutroux-affaire, leek er iets te kantelen in de achterkamers van de macht, maar helaas leverde dat in het Bende-dossier niets op.

Stijn Coninx ontmoette Van de Steen al in 2010 en werkte dus goed zeven jaar aan de film. De woede van de jongen en de regisseur is voelbaar en tastbaar in de film. Ze willen de kijker, Louis Paul Boon achterna, een geweten schoppen, al hebben ze niet de illusie of pretentie met hun film ook maar een stap dichter bij de waarheid te komen. Namen van verdachten in het onderzoek laten ze bewust achterwege. Als het wiel maar blijft draaien.

Filmisch gezien speelt Coninx op safe. Je kan de film op geen spitsvondigheid betrappen. Misschien is dat nadeel ook wel meteen het voordeel. Het verhaal dat hier verteld wordt, is al dramatisch genoeg. De realiteit is erger dan de fictie. De waarheid over de Bende van Nijvel staat niet op pellicule maar ligt versnipperd in de coulissen van een apenland.