Het Nederlands Film Festival, zo wordt er geadverteerd, komt dit jaar naar je toe. Ze gaan het hele land door met premières en natuurlijk is er een online gedeelte. Ik keek het blokje Corona Cinema en kreeg weliswaar niet te maken met corona, maar wel met veel kinderziektes.

De website van het Nederlands Film Festival laat veel te wensen over: de navigatie is niet duidelijk, informatie is niet makkelijk te vinden en de zoekmachine is knudde. Het opzoeken van het blokje Corona Cinema, om nog eens na te gaan wat ik allemaal precies gezien had, brengt me enkel naar nieuwsberichten én twee films uit het ruimere programma.

Dat is nog daar aan toe, maar het kijken van de films zelf blijkt ook niet vlekkeloos te gaan. Over de eerste lange film in het blok, Groeten van Gerri, die een kleine anderhalf uur duurt, deed ik vanwege bufferproblemen ruim 2,5 uur. Tijdens Lockdown, de tweede lange film in het blok, werd ik uit de film geworpen met een server error. Bij het refreshen stond er opeens dat ‘Iemand anders al aan het kijken was’. Navraag bij de techsupport leerde mij: ‘Dit komt door een ingebouwde beveiliging. Wat dan helpt is om even uit te loggen. En dan vijf tot zes minuten te wachten. Dan log je opnieuw in. Als het goed is, kun je kan weer verder kijken.’ Zoals Cine-collega Thierry opmerkte: ‘Klinkt mij toch alsof je bij een normale bioscoop klaagt dat het beeld onscherp is en je als reactie krijgt dat het best meevalt als je je ogen een beetje dichtknijpt.’

De tech-support is overigens iets té goed bereikbaar: een chatbot onderaan het scherm die de hele tijd pop-ups geeft: ‘Als er vragen zijn horen we het graag’. Vijf keer per film, minstens. Niet bepaald bevorderend voor een fijne, ongestoorde kijkervaring.

Vierde probleem: bij het kopen van tickets krijg je een mail dat je om te kijken op je Mijn NFF-account naar ‘Tickets’ moet om daar te klikken op de film. Pas dan kun je kijken. Mijn gekochte titels verschenen echter niet bij Tickets. Na het mailen van de klantenservice kreeg ik na vier uur een reactie: ‘Helaas hebben we op dit moment te maken met een technische storing waardoor niet al je kaarten verschijnen in Mijn NFF. We werken er hard aan om dit probleem op te lossen.’ Er was een oplossing: ‘Ga naar de pagina van de film waarvoor je een kaartje hebt gekocht, op de plek waar eerst de knop “Tickets” stond vind je nu de knop “Nu kijken’.’ Nu betaal ik als recensent niet per film, maar je zou maar een consument zijn die hier tegenaan loopt. Ik vermoed ook dat een gedeelte van de doelgroep van het NFF quasi-digibeet zal zijn, vooral onder de groep senioren (daarbij denkend aan hoe mijn ouders deze problemen genavigeerd zouden hebben), waardoor ik me afvraag hoeveel van de verkochte tickets nooit gebruikt zullen worden.

Navraag onder collega’s leerde me dat een aantal jaar terug er al problemen waren met de websites en video players van het NFF en dat er beterschap werd beloofd. Dat, nu er een gooi wordt gedaan naar een grotendeels online festival diezelfde video players nog steeds niet werken, de site nog steeds een wirwar is en zelfs het ticket-systeem voor geen meter werkt, is een gotspe. Het festival Imagine had de zaakjes wel op orde, en ook het grote Film By The Sea maakte de juiste keuze door in zee te gaan met de bewezen stevige server Picl. Mijn tip voor het Nederlands Film Festival is dan ook: doe dat volgend jaar ook en ga banden aan met Picl of Pathé Thuis. Of doe gewoon niet moeilijk en maak gebruik van Vimeo.

Nu over de films in het Corona Cinema-blok zelf: het is interessant om films te kijken op je laptop die zich grotendeels afspelen over Zoom of Skype. Maar meer dan die noviteit wordt het ook niet. Lockdown probeert allerlei wijzen te vinden om Skype-gesprekken spannend en sexy te houden, maar je krijgt toch het gevoel naar een niet bijster sterke aflevering van De Vloer Op te kijken, waarbij de enige vernieuwing voortkomt uit het format.

Diezelfde luiheid zien we bij de twee shorts onder de noemer Toen wij de tijd hadden, waarin we allerlei vormen van Skype-conversaties zien, van familiegesprekken tot eerste dates, van vrienden die gefrustreerd praten over hun partners tot twee mensen op leeftijd die praten over hun favoriete schrijvers. De dialogen zijn goed geschreven en het acteerwerk is adequaat, maar de onderwerpen zelf zijn zo banaal dat de zogenaamd interessante vorm (online conversaties), niet genoeg is om de shorts uit de middelmaat te trekken. Het lijkt de makers van bijna alle films in het programma puur te gaan om het feit dat films opgenomen kunnen worden via Skype en Zoom. Het motto lijkt ‘we kunnen dit doen!’, zonder de vraag ‘maar hoe maken we dit dan interessant?’

Diezelfde vraag had Frank Lammers zich mogen stellen met het tergend slechte Groeten van Gerri, die net als alle andere films in het blok leunt op de humor van het ongemak, maar daarin veel te ver doorslaat. Het script, dat van de hak op de tak springt en vele uitgezette lijntjes onbenut laat of afraffelt, had een aantal herschrijfsessies kunnen gebruiken, maar de haast om munt te slaan uit de quarantaine heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat het maakproces erdoorheen is gejast. Dat is aan alles te zien, van de technische incompetentie (een boom mic in beeld, onverstaanbare stukken dialoog, fletse kleurcorrectie, rudimentaire editing), tot het pijnlijk slechte acteerwerk. Lockdown, de andere quarantaine-speelfilm in het blok, heeft tenminste nog acteerwerk dat competent genoemd kan worden, hoewel het allemaal een beetje toneelschoolachtig aanvoelt. Groeten van Gerri, daarentegen, is gevuld met een overdaad aan cameo’s, vermoedelijk vriendendiensten voor regisseur en hoofdrolspeler Lammers, die er allemaal op los schmieren. Enkel Sanne Langelaar als camgirl, in een variatie op het aloude cliché van de prostituee met het hart van goud, is overtuigend en speelt goed.

Wat vooral opvalt aan de coronafilms is hun homogeniteit in vorm: opgenomen over Zoom, leunend op cringe humor, en allemaal doorsneden met beelden van verlaten straten met een voice-over van Mark Rutte. Zelfs de korte films uit de reeks Rotterdam in quarantaine (stuk voor stuk hoogtepunten in het programma) ontkomen niet aan de verlaten straten en ongemakkelijke humor, maar weten hier wel een frisse draai aan te geven, door met werkelijk originele en grappige scenario’s te komen in de drie minuten die ze elk duren.

Behalve de opening waarin Rutte de kijker bemoedigend toespreekt heeft de korte romantische film Op gepaste afstand de meest originele vorm van alle films in het programma: gewoon opgenomen op straat, met acteurs die met elkaar praten, op anderhalve meter afstand natuurlijk. Toch grappig dat een traditionele meet-cute tussen twee mensen (Noortje Herlaar, Tibor Lukács) tussen al die andere films niet clichématig aanvoelt, maar dat alle zogenaamde innovatie van de andere filmmakers met hun ge-Zoom al verworden is tot een belegen cliché. Soms is het enige wat je nodig hebt voor een goede film een goed script, en dat is het geval in Op gepaste afstand. Met enkel vorm redt je het niet. Online is niet altijd het antwoord.