Now Reading:

Mystify: Michael Hutchence

Mystify: Michael Hutchence

Toen op de Cineredactieapp ter sprake kwam dat er een docu over Michael Hutchence zou uitkomen reageerde iemand met de opmerking dat INXS destijds door niemand echt leuk werd gevonden. Had dat misschien iets te maken met het gelikte imago en de mainstream bekendheid van Hutchence’ formatie? De band werd populair net voor de alternatieve muziekexplosie van begin jaren 90 die voorgoed het speelveld zou veranderen. Daarmee viel INXS tussen wal en schip. Het was een grote stadionband à la U2 of Duran Duran die opeens door grunge, britpop en de nieuwe dancecultuur werd ingehaald. Na het succesvolle album Kick bleef de band aanmodderen zonder het niveau en de populariteit van die plaat te evenaren.

Met die achtergrondgeschiedenis is het verrassend dat er nu 30 jaar na Kick en 20 jaar na de dood van Hutchence de documentaire Mystify verschijnt. Regisseur Richard Lowenstein, die eerder met Hutchence samenwerkte in de fictiefilm Dogs in Space (1986), hanteert een stijl die na de films van Asif Kapadia (Senna, Amy, Maradona) steeds meer gemeengoed lijkt te worden. Daarbij worden talkings heads geschuwd en zijn alleen de stemmen van geïnterviewden te horen over een montage van zeldzaam archiefmateriaal en home movies. Het dompelt je onder in een bepaalde tijd en sfeer waarbij de sprekers commentaar en inzichten bieden.

Lowenstein begint zijn verhaal in Australië waar Hutchence een gevoelige knul is met artistieke pretenties. Het is alsof hij de eerste is die Sartre, Rimbaud en Camus heeft ontdekt en wat bekenden praten er liefkozend over terwijl ze twijfelden of hij de boeken van die schrijvers wel echt had gelezen. Van deze bohémiense liefde voor poëzie en literatuur is het een kleine stap naar de popmuziek. INXS was al vanaf 1977 vanuit het punkethos begonnen en was een hardwerkende band, maar het duurde tot eind jaren 80 voordat ze internationaal succes zou krijgen.

Lowenstein richt zich in de beginperiode vooral op Hutchence en de relaties die hij had. Hij was een man die zich liet leiden door sensuele geneugten. Een oude vriendin komt aan het woord en somt zijn aantrekkingskracht het beste op: als hij naar je keek, leek het alsof jij de enige persoon op aarde was. Die blik en zijn charisma zouden de band extra aantrekkelijk maken toen ze door aanstekelijke liedjes zoals Need You Tonight, Never Tear Us Apart en New Sensation de hitparades domineerden. Het was het begin van een betoverend leven in de spotlights en Hutchence had zelfs de ambitie om de rol van Jim Morrison te vertolken in Oliver Stones film over The Doors. De gelijkenis met dat jaren 60-icoon is dan ook niet gek en Hutchence beweegt bijna op een gelijksoortige zelfverzekerde, kwetsbare en krachtige manier op het podium.

De periode die werd ingeluid met Kick geldt wel als de piek van Hutchence’ leven. De film bevat veel live-materiaal waarin de band in topvorm is. Rond die tijd heeft Hutchence ook een korte relatie met Kylie Minogue die erg openhartig over hem spreekt en in heel intieme privé-filmpjes te zien is. Hutchence werd een rockgod die vrienden was met Bono en uitging met topmodellen zoals Helena Christensen. Zij spreken ook over zijn charisma en zijn gevoeligheid.

Het kantelpunt komt met een bizar ongeluk in Kopenhagen. Hutchence werd aangevallen en viel op zijn hoofd. Na een ziekenhuisbezoek werd hij te snel naar huis gestuurd en bleek de val ernstiger te zijn dan ze hadden gediagnosticeerd. Christensen vertelt over hoe Hutchence een ander mens werd na het incident en hoe depressies zijn leven bepalen.

Het is een gebeurtenis die samenvalt met de moeilijke comeback van de band. Hutchence krijgt ondertussen een relatie met televisiepresentatrice en model Paula Yates die in een nare vechtscheiding zit met Bob Geldof. Yates en Hutchence blijken elkaar te versterken in hun hang naar drugs, terwijl de roddelpers gretig op de loer ligt. Een groot dieptepunt is als Hutchence tijdens de ceremonie van de Brit Awards van 1996 een prijs uitreikt aan Oasis en Noel Gallagher brutaal tegen hem zegt dat hij een has-been is. Je ziet de gekwetstheid op het gezicht van Hutchence die op dat moment al erg in de put zat en kort daarna zelfmoord zou plegen.

Mystify is vooral een persoonlijk eerbetoon aan Hutchence als mens. Niet vreemd als je bedenkt dat Lowenstein een band met Hutchence had en hem al lang kende. Dat verklaart de enigszins hagiografische toon van de film die versterkt wordt door home movies die vooral de mooie kanten belichten. De muziek van INXS wordt niet echt in context geplaatst. Dat is ook moeilijk omdat de muzikale erfenis van de band rust op wat slimme maar tandloze stadion-vullers en ballads. Liedjes die nog steeds blijven plakken, maar die de rauwe energie missen van de bands die daarna zouden komen. INXS viel al snel uit de mode en het blijft de vraag of de band zichzelf had kunnen heruitvinden.

Mystify roept ook de vraag op waarom het toch altijd misgaat met popsterren. Toevallig zag ik de film kort na Whitney: Can I Be Me. Als je die documentaires, en ook Kapadia’s Amy, met elkaar vergelijkt, benadrukken ze allemaal het platgetrapte cliché dat roem mensen helemaal kapot kan maken. Van onvoorstelbare adoratie is het een kleine stap naar verachting en spot. Het is een leven dat op de voet wordt gevolgd door de roddelpers die elke fout die je maakt publiekelijk uitvergroot.

Uit een interessant artikel van Merel Eeckelaer en Pauwke Berkers blijkt wel dat er sprake is van een genderkloof als je kijkt naar hoe vrouwelijke en mannelijke popsterren ruimte hebben om onafhankelijk te zijn. In vergelijking met Amy Winehouse en Whitney Houston heeft Hutchence inderdaad meer vrijheid gekregen om zichzelf te zijn. Hij kon de sensuele dichter en bad boy uithangen en hij mocht een solo-project doen. Ook zie je in Mystify dat hij meer genoot van de roem in vergelijking met Winehouse en Houston die een steeds geïsoleerder leven gingen leiden en uitgemolken werden door hun familie en management.

Toch laat het tragische verloop van de film ook zien dat er iets anders meespeelt dat losstaat van geslacht, maar eerder te maken heeft met het kwetsbare en gevoelige karakter van een persoon. In de docu Grace Jones: Bloodlight and Bami zien we Grace Jones die op haar zeventigste nog steeds krachtig en onomstootbaar op het podium staat. Zij heeft al een heel leven als popicoon erop zitten. Je moet bikkelhard zijn om te overleven in de muziekindustrie en om jezelf te blijven, ook al ben je constant iemand anders in het openbaar. De vraag is wat we kunnen leren van de schrijnende maar al te herkenbare verhalen die worden verteld in Mystify, Amy en Whitney: Can I Be Me. Ergens hoop je dat wij na het zien van dit soort films het cliché van de miserabele popster achter ons kunnen laten en dat er iets verandert aan de harde en onvergefelijke wereld van de roem.

Written by

George is een kunsthistoricus en ongeneeslijke cinefiel en schrijft naast Cine voor Schokkend Nieuws, Frameland, Gonzo (Circus) en de Filmkrant. Daarnaast kun je zijn kunstkritiek lezen in Metropolis M en Tubelight. Film is alles voor hem. Een manier om te ontsnappen aan de harde realiteit maar ook het perfecte medium om diezelfde rauwe werkelijkheid te vangen en begrijpelijk te maken.

Input your search keywords and press Enter.