Bijna twintig jaar na Keeping the Faith regisseert Edward Norton opnieuw een film waarin hij zelf in de hoofdrol schittert. Schitteren is aan de acteur Norton wel over te laten, maar als regisseur is hij minder overtuigend. Motherless Brooklyn is een film waarin vooral veel geforceerd wordt.

Nog voor Norton zijn regiedebuut maakte met Keeping the Faith, had hij zijn oog al laten vallen op een roman van Jonathan Lethem. Twintig jaar later is de film over een privédetective met het syndroom van Gilles de la Tourette eindelijk een feit. Opvallend is de keuze om het boek, dat zich in de jaren 90 afspeelt, naar de jaren 50 te verplaatsen. Die tijdsverschuiving is voor Norton een vrijbrief om met Motherless Brooklyn een obligate ode aan de film noir te brengen. Inclusief net iets te prominente voice-over, een voorspelbare femme fatale en te veel jazz.

Die stijlkeuze is niet het enige dat geforceerd voelt aan deze film. Het verhaal draait om Lionel Essrog, die ondanks, of misschien wel dankzij, zijn stoornis vrij verdienstelijk een privédetective assisteert. In de jaren vijftig is Gilles de la Tourette een nog onbekende aandoening. Essrog zelf zegt meermaals dat er iets niet goed zit in zijn hoofd en zijn tics en ongecontroleerde en ongepaste opmerkingen leiden tot diverse bijnamen zoals ‘Freakshow’ en ‘Motherless Brooklyn’. Wanneer zijn baas en mentor (gespeeld door Bruce Willis) wordt vermoord, wil Essrog niets liever dan de dader vinden. Die zoektocht leidt hem naar het hart van de schimmige vastgoedwereld van New York, waar criminelen, vastgoedmagnaten en politici flink profiteren van de armoede en de praktische rechteloosheid van minderheden.

Juist dat thema geeft de film, ondanks het gekozen tijdsbeeld, een soort van actualiteitszin. Het zijn namelijk dergelijke praktijken waar Donald Trump ooit groot mee werd. Maar Norton lijkt nooit écht de complexiteit van de rassenproblematiek en politieke corruptie op te willen zoeken. De casting van Alec Baldwin als ultieme antagonist helpt daarbij niet. Baldwin persifleert Trump zeer verdienstelijk in Saturday Night Live. Maar zijn benadering van de oppermachtige vastgoedondernemer Moses Randolph is in deze film eerder een platte parodie op zijn eigen werk, dan een interessante en gelaagde slechterik.

Norton zelf laat in deze film opnieuw zien dat hij kan acteren. Zijn benadering van Essrog heeft wat weg van zijn Hollywood-debuut in Primal Fear. Voor die film kreeg Norton ook direct zijn eerste Oscarnominatie. Toen speelde hij een schizofrene koorknaap en ook zijn andere twee nominaties ontving hij van de Academy voor de vertolking van op zijn zachtst gezegd verwarde personages. In dat rijtje misstaat Nortons versie van Essrog met al zijn onbeholpenheid zeker niet. Maar als hij de te verwachten nominatie ook verzilvert, zal dat toch een beetje voelen als een excuus-Oscar. Essrogs aandoening ligt er namelijk soms wat te dik bovenop en is daardoor lang niet zo overtuigend als de meeste andere rollen van de acteur.

Alles in Motherless Brooklyn wijst erop dat deze film vooral draait om dat ene beeldje. Als regisseur is Norton duidelijk bezig geweest met één ding: Norton. Als we iets kunnen meenemen is het dat én (film)historisch besef én een sterrencast én een relevant thema én een interessant hoofdpersonage geen garantie zijn voor een goede film. Zowel als creatieve maker als in zijn politieke kritiek lijkt Edward Norton namelijk het belangrijkste ingrediënt te missen: visie.