Nu aan het lezen:

Manta Ray

Manta Ray

Wie behalve de films van Apichatpong Weerasethakul werk van Thaise filmmakers wil zien, is voornamelijk aangewezen op het International Film Festival Rotterdam (IFFR). Zo draaide daar afgelopen editie het speelfilmdebuut Manta Ray. Die film krijgt nu alsnog een beperkte landelijke release en dat is een zegen, want dit visuele juweeltje verdient het in de bioscoop ervaren te worden.

De film van Phuttiphong Aroonpheng kent echo’s van het werk van landgenoot Weerasethakul en dan vooral diens Tropical Malady. Net als die film en net als meer films van makers die zijn opgekomen in het zog van de Thaise New Wave, is Manta Ray als een gedaantewisselaar, zich onderweg transformerend, genre en conventie tartend.

Manta Ray begint als een sobere, realistische vertelling over een vriendschap tussen twee mannen die misschien wel meer is dan dat. Wanneer een visser op zoek gaat naar edelstenen in het bos, ontdekt hij het bijna-dode lichaam van een man. Hij neemt de man in huis en verzorgt hem. De man spreekt niet, kan dat wellicht niet. Wat hij heeft meegemaakt en hoe hij in dat bos is geraakt, wordt nooit duidelijk, al is een duidelijke hint misschien wel dat Aroonpheng zijn film opdraagt aan de Rohingya, de in Myanmar opgejaagde islamitische bevolkingsgroep.

De visser noemt hem Thongchai. Hij leert hem rijden op zijn tweespan en vertelt over zijn vrouw die hem verliet voor een marinier. Hij vertelt dat de gekleurde edelstenen in het bos ’s nachts fonkelen in het licht van de maan. Niet dat hij dat zelf gezien heeft, want ’s nachts waagt niemand zich in het bos. Behalve zij die niets meer te verliezen hebben.

Aaronpheng is in Thailand vooral bekend als cinematograaf, maar voor Manta Ray liet hij het camerawerk aan Nawarophaat Rungphiboonsophit. Vooral de nachtelijke scènes, waar de kleuren van het beeld af fonkelen, zijn visueel prachtig. Maar de film maakt op eigenlijk alle fronten indruk. Aroonpheng neemt de tijd om de band tussen de twee mannen op te bouwen en neemt de kijker trefzeker en gecontroleerd mee in het traag deinende ritme van het vissersdorpje. En dan, wanneer dat ritme zich weldadig in je lichaam heeft genesteld, transformeert de film. Plots is het alsof bouwstenen van de realiteit van plaats beginnen te wisselen. Er is een verdwijning, er is een terugkomst, en personages lijken in elkaars leven te stappen. Elkaars identiteit.

De film laat zich kijken als een vervreemdend sprookje (inclusief sprookjesbos), maar heeft ook onmiskenbaar politieke ondertonen. Dat Thongchai geen stem heeft, of niet in staat is die te gebruiken, refereert aan de staatloosheid en daarmee vogelvrijheid waartoe Myanmar de Rohingya heeft veroordeeld. Een staatloze heeft geen legale identiteit en Thongchai is als een leeg canvas. Wie hij is, en alles wat daarbij hoort, heeft hij achter zich gelaten in dat bos. Het identiteitsvraagstuk in Manta Ray is sterk geworteld in realiteit, ook al krijgt het in de film een surrealistische vorm.

Want de surrealistische elementen waarvan we in de eerste helft af en toe en glimp denken te ontwaren, begeven zich in het laatste deel van Manta Ray steeds meer op de voorgrond, uiteindelijk culminerend in de laatste pakweg twintig minuten waarin de zwijgende man terug het bos ingaat en Aroonpheng zowel visueel als auditief laag op laag begint te stapelen, als golven die over elkaar en de toeschouwer heen spoelen. Het is een hypnotische apotheose die niet naar antwoorden leidt, maar juist naar het hart van de vervreemding.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken