Madre houdt continu de druk op de ketel. De zelfverzekerde aanpak verzacht echter het psychologische gevaar, waardoor de film blijft steken in rechtlijnige spanning.

Regisseur Rodrigo Sorogoyen en zijn vaste scenariste Isabel Peña waren nog niet klaar met het hoofdpersonage uit de korte film Madre (2017) en komen nu met een lange versie. In de korte film raakt een moeders leven overhoop nadat haar zoontje op vakantie opbelt met de simpele vraag waarom zijn vader nog niet terug naar de tent is gekomen.

Dat lijkt een opzet voor een spannende zoektocht, maar de speelfilm springt tien jaar in de toekomst. Moeder Elena (Marta Nieto) werkt nu als manager in een strandterras aan de Franse kust waar haar zoon vermist raakte. Het trauma lijkt nog steeds vers in het geheugen, ondanks de toegewijde hulp van haar vriend Joseba (Alex Brendemühl), die graag samen terug naar Spanje wil. Als ze de zestienjarige jongen Jean (Jules Porier) ontmoet komen er veel gevoelens naar boven. Hij doet Elena wel erg denken aan haar zoon en ondanks iedereens fronsen bouwen de twee een hechte band op.

In El reino (2018) en Que Dios nos perdone (2016) bestudeerde Sorogoyen de mannelijke personages wel binnen het stramien van een klopjacht en leverde daarbij en passant politiek commentaar. In Madre blijft die plottruc achterwege  en zindert de karakterstudie pas echt dankzij de scherpere focus. Als Parijzenaar kan Jean Elena’s zoon niet zijn, waardoor veel van de spanning zit in de vraag wat zij nu precies wil. Porier zet snedig een tienerjongen overspoeld door driften neer. Het gaat van puppy-ogen en in slowmotion wapperende gouden haren tot uitzinnige adoratie. Cameraman Álex de Pablo zit overal doortastend bovenop, met trage scènes en een turende camera als stilte voor de storm. De adrenalinerush van de voorgaande twee films is uitgewerkt, Madre verruilt dat prikkelende jagen voor een verraderlijk moment van bezinning.

De chemie tussen Porier en Nieto houdt ook de druk op de ketel. Hun aftastende passie steekt erg opzichtig af tegen de fletse omstanders. De wisselwerking evenaart de intensiteit van het duo uit L’atelier (2017), waar makers Laurent Cantet en Robin Campillo maatschappelijke tegenstellingen te lijf gaan via een verhouding tussen lerares en leerling. In Madre blijft Sorogoyen op het terrein van de individuele psychologie. Nieto brengt Elena’s trauma op ingetogen wijze. Haar kalme spel laat het onderhuids borrelen. Dat de omgeving Elena wegzet als dorpsgek blijft subtiel rondzingen op de achtergrond. De onzekerheid over die roddel boezemt extra angst in.

Het scenario werkt Nieto’s uitvoering soms tegen met makkelijk exposé, als een tafel verderop Elena’s status van dorpsgek bevestigt of personages haar drijfveer letterlijk trachten te benoemen.

Sorogoyen tast met al die onheilspellende kalmte zelden in het duister, daarvoor blijft de Pablo’s camera te veel op de loer en sturen de muzikale notities van Olivier Arson te opzichtig. Het komt standvastig en overtuigd over, net zoals in El reino en Que Dios nos perdone. De beheersd opgebouwde spanning getuigt van vakmanschap, maar eist een grotere rol op dan Nieto en Porier. Reflectie op liefde en moederschap lijkt weinig debet te zijn aan het zitten op het puntje van de stoel; de vraag is eerder hoe ver beide personages durven te gaan als iedereen tegenwerkt. Daarom stijgt Madre ondanks de krachtige aanpak niet boven het predikaat psychologische thriller uit.