Nu aan het lezen:

Long Day’s Journey Into Night

Long Day’s Journey Into Night

 

‘Film is altijd een leugen’, zegt een personage in Long Day’s Journey Into Night, de tweede speelfilm van de Chinese filmmaker Bi Gan. Maar dan wel een leugen zoals ook herinneringen dat zijn, of dromen. Leugens die een waarheid herbergen of kunnen onthullen. Bi Gans film speelt zich af in schemergebieden. Tussen droom en werkelijkheid, leugen en waarheid, herinnering en verleden.

Long Day’s Journey Into Night is een tweeëneenhalf uur durende tour de force waarvan de laatste vijftig minuten bestaan uit één lange take in 3D. Wat op papier als een gimmick leest, blijkt in de handen van Bi Gan een meesterzet. Het verhaal van de film is, zoals bij elke droom, nauwelijks na te vertellen. Luo Hongwu (een mooie rol van Jue Huang) keert na jaren terug naar zijn geboortestad Kaili voor de begrafenis van zijn vader. Terugkeren naar waar je bent opgegroeid is vaak een vervreemdende ervaring; enerzijds stap je terug in het verleden, tegelijk is er het verwarrende besef dat alles is doorgegaan zonder jou, dat jouw jeugd alweer is overschreven door andere jeugden. Precies die paradox vangt Bi Gan. Verleden en heden vloeien in elkaar over en zijn al snel nauwelijks meer te onderscheiden.

Terug in Kaili stuit Luo op herinneringen die hij dacht te hebben achtergelaten. Zo is er de dood van zijn jeugdvriend Wildcat, een kleine crimineel die verdween en later vermoord werd teruggevonden. Elementen die zijn dood omringden – rottende appels, een mijnschacht, een vuurwapen – dwalen en stuiteren als losgeslagen puzzelstukken door de film. En er is een verloren maar nooit vergeten geliefde, Wan Qiwen (Wei Tang), die in haar groene jurk het beeld en Luo’s leven bijna als een geestverschijning in- en uitstapt. Als een soort noir-detective begint Luo te graven in dat verleden. Maar met elke nieuwe aanwijzing fragmenteert het verhaal. Zowel thematisch als in vorm zijn er overeenkomsten met Bi Gans debuut Kaili Blues. Je zou de films zelfs kunnen beschouwen als een variatie op elkaar, zonder dat het iets afdoet aan de originaliteit van beide films.

Vrijwel continu is er de aanwezigheid van water, druipend langs ondergrondse muren, stromend uit de hemel. Het benadrukt hoe alles in deze film tegelijk vloeibaar en drijvende kracht is. Zoals de tijd, die hier geen rechte lijn vormt, maar een zich naar alle richtingen buigend elastiek. Heden, verleden en toekomst zijn hier geen vaste begrippen, maar wisselen ongrijpbaar van plek of schuiven over elkaar heen. In veel scènes halen mensen herinneringen op, waarbij altijd de vraag is hoeveel van wat ze vertellen is vervormd door de tijd. Maar dat geldt eigenlijk voor elke scène, elk beeld. Soms zien we van personages slechts vage contouren, zoals wanneer je iemand in je herinnering oproept, maar het beeld niet meer scherp krijgt.

En minstens zo onvast in Long Day’s Journey Into Night is identiteit. Hoe langer Luo op zoek is, hoe meer de mensen naar wie hij zoekt in elkaar over lijken te vloeien. Is het toeval dat Wan Qiwen met haar uitgelopen mascara lijkt op de enige foto die hij heeft van zijn moeder? En is het toeval dat Wildcat zich bij sommige van zijn oplichterspraktijken voordeed als Luo? Is zijn zoektocht een zoektocht naar schimmen? Constant laat Bi Gan beelden en personages met elkaar rijmen of elkaar echoën, en met elke keer dat dat gebeurt, lijkt de realiteit wat verder op losse schroeven te komen.

En dan is daar die overgang naar 3D en dat shot van vijftig minuten waar Bi Gan maanden aan werkte met in totaal drie cameramannen. Maar het is niet het technisch vernuft ervan dat de grootste indruk maakt. Wat het zo goed maakt, is dat het een narratieve functie heeft. Het vangt aan op het moment dat Luo definitief zijn grip op de realiteit verliest, of beter gezegd: verdwaald raakt in zijn zoektocht. Vanaf dit moment voelen we dat we niet meer onderweg zijn naar een oplossing of antwoorden. En de 3D, die hier volledig wordt ingezet om diepte te creëren, versterkt dat gevoel. Het zet de dingen visueel verder van ons vandaan, alsof ze buiten ons bereik worden getrokken en de vele trappen en hoogteverschillen in het labyrintische dorp waar Luo verzeild is geraakt krijgen door de 3D iets duizelingwekkends, alsof we steeds op het punt staan in een onpeilbare diepte te vallen. Een aantal keer in de film verwijst Bi Gan visueel naar Andrej Tarkovski’s Stalker, en net als in die film voelt het of elke stap in de verkeerde richting je tot in het oneindige kan doen verdwalen, en is er het besef dat we nooit kunnen terugtreden in onze eigen voetstappen.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken