Voor een film waarin het bijlslagen regent, blijft Lizzie verrassend bloedeloos. Het is 4 augustus 1892 als de vader en stiefmoeder van Lizzie Borden vermoord worden. Hoewel zij niet wordt veroordeeld en de moorden officieel onopgelost blijven, groeit Lizzie Borden uit tot een mythe, vereeuwigd in een kinderlijk rijmpje: ‘Lizzie Borden took an axe, And gave her mother forty whacks; When she saw what she had done, She gave her father forty-one.’

Craig Macneills film over deze geschiedenis begint nochtans veelbelovend. In het statige huis waar Lizzie Borden woont met haar zus, vader en stiefmoeder. Alle vertrekken in een zware duisternis gehuld, want vader ‘gelooft niet in licht’. Het is alsof hij tracht het bestaan van zijn gezin en dan voornamelijk de vrouwen, in de onzichtbaarheid te duwen. Dat laat zijn volwassen dochter Lizzie (Chloë Sevigny) niet zomaar gebeuren. Zij wil zich niet verstoppen. Maar alsof zelfs de goden aan de kant van het patriarchaat staan, dwingt een epileptische aanval haar tijdens een avond in de opera terug naar dat knellende huis.

Zo is de eerste helft van Lizzie een beklemmende weergave van hoe mannen de vrouwen gevangen houden. Hun financiën, gangen en lichamen controleren. De komst van de Ierse huishoudster Bridget (Kristen Stewart) lijkt Lizzie wat verlichting te geven. Er ontstaat een vriendschap tussen de twee, die elkaar vinden in gesprekken die altijd plaatsvinden in fluistertonen, in vertrekken waar ze denken aan het zicht onttrokken te zijn.

Het borrelt onder het zedige oppervlak, dankzij het spel van Sevigny en vooral Stewart, altijd goed in het verbijten van gevoelens. Want alles in dit huis wordt onderdrukt, ingehouden. Ook – vooral – hun gevoelens voor elkaar. Maar net als de film de (steeds minder) verborgen lagen van die relatie begint te verkennen, verschuift de aandacht vrij abrupt naar de moorden, waarbij de bedeesde benadering van regisseur Craig Macneill doorslaat naar een klinische en afstandelijke reconstructie. Een reconstructie waar MacNeill en scenarist Bryce Kass een onbetwist feministisch statement van willen maken. Maar door daarbij alle mystiek en meerduidigheid van tafel te vegen, resoneert het niet.