In een tijd waarin zo’n beetje elke actieheld een uitgebreide bioscoopversie van zijn of haar origins’ story heeft, bleef het rond één actieheld tot nu toe stil. Maar nu vertelt Pixar met Lightyear het verhaal achter de actiepop Buzz Lightyear. Of zoals de film het zelf direct aan het begin uitlegt: in 1995 kreeg Andy een actiepop die gebaseerd was op een film. Dit is die film. Het is een pakkend begin voor een film die, net als Lightyear’s neergestorte ruimteschip, nooit echt lekker van de grond komt.

Ruimteranger Buzz Lightyear (Chris Evans) strandt samen met zijn beste vriendin en dierbare collega Alisha Hawthrone (Uzo Aduba) op een ruige planeet. Voor de fans van Toy Story voelt het begin van de film als een warm bad door de herkenbare karaktertrekken van de ruimteheld. Net als de actiepop is de ‘originele’ Buzz net iets te zelfverzekerd, neemt hij zonder goed na te denken het voortouw en doet hij continu verslag aan het hoofdkwartier via de recorder in de mouw van zijn ruimtepak. Het is dan ook volstrekt geloofwaardig dat de actiepop waar we in de eerste Toy Story-films kennis mee maken gebaseerd is op dit personage. De stemcasting van de protagonist versterkt dat gevoel. Niet Tim Allen, maar Chris Evans spreekt ditmaal de fameuze rol in. En Evans heeft een manier gevonden om Buzz zo te laten klinken dat de stem van de film-Buzz precies genoeg lijkt op de actiepop-Buzz zonder dat de één een parodie wordt van de ander.

Het enthousiasme is echter van korte duur, want na dit warme welkom begint het verhaal scène voor scène steeds meer te rammelen. Het gecrashte ruimteschip – dat door Buzz de Turnip (de knol) genoemd wordt vanwege zijn radijsachtige vorm – blijkt vol te zitten met wetenschappers en wat al dies meer zij. Nooit wordt helemaal duidelijk wat hun initiële missie was, maar nu ze gestrand zijn op een vreemde planeet kunnen ze mooi een tijdelijke beschaving opbouwen. Intussen probeert Buzz samen met deze vrij anonieme types een manier te vinden om de Turnip huiswaarts te krijgen.

Maar bij de eerste testvlucht doet zich direct een volgend obstakel voor: Waar Buzz in zijn eenpersoonsruimtescheepje vier minuten onderweg is, verstrijkt er op de planeet zelf maar liefst 4 jaar. Opnieuw wordt de willing suspension of disbelief van de kijker tot het maximale opgerekt, want het wordt nooit duidelijk waarom dat tijdreizen nu een probleem is, en voor de initiële ruimtereis met de Turnip niet.
Maar goed, Buzz is een goede actieheld en bijt zich, ondanks de risico’s, vast in zijn missie. Testvlucht na testvlucht komt Buzz nog steeds even jong en gedreven terug bij een Alisha die al maar ouder is geworden. In een suikerzoete montage die doet denken aan die van het echtpaar in Up, leeft Alisha een heel leven. Ze trouwt, krijgt kinderen en kleinkinderen… En wanneer Buzz uiteindelijk de juiste formule heeft gevonden om de Turnip te laten opstijgen, leeft zijn goede vriendin niet meer en bestaat de ooit als tijdelijk bedoelde mini-samenleving inmiddels uit een compleet nieuwe generatie. En om de boel nog verder te compliceren is de planeet in de greep van een robotleger.

Inmiddels zijn we slechts op een derde van de ongeveer 100 minuten durende film. De kijker krijgt dus aardig wat informatie en plot holes te verwerken, nog voordat het verhaal goed en wel op gang is. En daar zit ook meteen de crux van Lightyear. Door het rommelige en overvolle narratief krijg je nooit echt een band met de personages. Het helpt daarbij niet dat de film verzuimt te vertellen waar thuis is, of wat daar op de personages wacht. Hierdoor staat er nooit echt iets op het spel. En dus worden ook de nieuwe generatie kornuiten met wie Buzz de rest van de film op pad moet, nooit echte mensen. Zelfs wanneer Zurg als de ultieme antagonist wordt onthuld, blijkt zijn identiteit bijna op een lachwekkende manier te flirten met allerhande ruimteopera-tropes.

Met de eerdergenoemde opening claimt de film direct zijn plek in het Toy Story-universum en dringen zich ook meteen twee vragen op. Ten eerste: Is Lightyear geloofwaardig als jaren 90 sci-fi-bioscoophit? Nee. Behalve dat het geen hele sterke film is, klopt het tijdsbeeld totaal niet met wat je zou verwachten van een blockbuster uit 1995. Het is de tijd van 12 Monkeys, Men in Black en Gattaca, maar de ruimtefilmreferenties in Lightyear verwijzen hoofdzakelijk naar de grote hits uit de jaren ’70. En het lijkt daarbij vooral alsof Buzz stiekem een rolletje naast Anakin en Luke Skywalker ambieert.

Wat ons brengt bij die tweede vraag: is het aannemelijk dat Andy en zijn vriendjes na het zien van deze film niets liever wilden dan Buzz Lightyear actiepoppen, dekbedovertrekken, behang en broodtrommels? Wederom is het antwoord een dikke vette nee. Niet alleen omdat de film waarschijnlijk nooit een succes geweest zou zijn. Het rammelende plot geeft een spelend kind te weinig houvast om op door te fantaseren en je gaat van niemand in deze film echt houden.

Als er al succesvolle merchandise uit deze film was gekomen, dan was het niet Buzz, maar zijn side-kick Sox waarvoor kinderen massaal naar de speelgoedwinkel waren gerend. De robotkat blijkt een soort Zwitsers zakmes – of katachtige R2-D2 – die telkens precies op het juiste moment over de juiste technologie blijkt te beschikken om Buzz en zijn kornuiten uit benarde situaties te redden. Maar uiteindelijk is ook deze sympathieke side-kick niet voldoende om Lightyear boven zichzelf uit te laten stijgen.