Nu de bioscopen voor twee weken sluiten, zal het Leiden International Film Festival zijn veertiende editie volledig online voortzetten. Dat vraagt wel wat van de technologie, lees hier maar eens Theodoors ervaringen tijdens het Nederlands Film Festival. Tot nog toe bij het LIFF gelukkig geen eindeloos bufferende video’s of opdringerige chatbots. Wel een aantal films die ingaan op de relatie tussen mens en technologie.

Lapsis speelt zich af in een alternatief heden. Ray, die met zijn getinte bril en ringbaardje zo uit de jaren 70 lijkt te zijn weggelopen, probeert een bestaan bijeen te hosselen in een maatschappij waarin vaste contracten niet bestaan. Geld heeft hij vooral nodig voor zijn jongere broer, die leidt aan een mysterieuze slaapziekte. Ten einde raad neemt Ray een geheimzinnig baantje aan dat bestaat uit het door afgelegen bossen trekken van kabels. De kabels koppelen grote kubussen aaneen die essentieel zijn voor de alom tegenwoordige kwantumtechnologie.

Lapsis toont een economie waarin werknemers volledig aan hun lot zijn overgelaten en worden opgejaagd door constante onzekerheid over de toekomst. Ray wordt als kabeltrekker uitgerust met een app die hem vertelt waar hij heen moet, wanneer hij mag rusten en of hij is ingehaald door een robot. Dat laatste is funest, want als de robot eerder bij het eindpunt is, kun je fluiten naar je geld. Het is een uitdaging voor Ray, die niet veel op heeft met technologie en ook niet de fitste is. De combinatie van maatschappijkritiek en een retroachtig futurisme roepen associaties op met televisiereeks Black Mirror, maar dan helaas wel met de meer middelmatige afleveringen daarvan. Hoewel de gecreëerde wereld overtuigt, mist Lapsis inhoudelijk scherpte.

Save Yourselves!

De hoofdpersonen in het leuke Save Yourselves! zijn juist totaal verknocht aan technologie. Hipsterkoppel Sue en Jack brengt de avonden door hangend op de bank, scrollend op hun smartphone. Erg bevredigend is dat niet en daarom besluiten ze een week te disconnecten. Ze voelen de behoefte om iets tastbaars te doen, het vuil terug te krijgen onder hun vingernagels, zoals Jack het omschrijft. De eerste helft van Save Yourselves! is sterk opgebouwd. Leunend op de ongedwongen chemie tussen Sunita Mani en John Reynolds sluipen slim uitgekiende vreemde elementen in de film. Schoten in de verte, een poef die ineens in de kamer staat. Of stond die er eerder ook al? En is het wel een poef?

Die poef is dus geen poef, maar een buitenaards wezen. Het is geestig hoe onthand de twee zijn tegenover een reëel gevaar. Opgegroeid met alle kennis van de wereld in de palm van hun hand, maar geen idee hoe te handelen in een noodsituatie. ‘We don’t have any skills!’, roept Sue uit. Tegelijk blijkt vindingrijkheid inherent aan de mens en de twee stuntelen zich richting de bewoonde wereld. Helaas is dat het punt waarop de film een beetje begint te zwalken. De belofte van de sterke aanloop weet Save Yourselves! zo nooit helemaal te verzilveren en de film komt uiteindelijk tot een enigszins abrupt, maar wel wonderlijk mooi einde.

Rent-A-Pal

Dat technologie een rol speelt in relaties is uiteraard niet exclusief van vandaag de dag. In de horrorkomedie Rent-A-Pal tracht de bij zijn dementerende moeder inwonende David anno 1990 liefde te vinden via een VHS-datingservice. Dat wil niet echt vlotten en om zijn eenzaamheid wat te verlichten wendt hij zich tot Rent-A-Pal, een videoband die vriendschap belooft. Wanneer David de tape afspeelt, verschijnt er een vriendelijke man in spencer op zijn beeldscherm die zich voorstelt als Andy. ‘I’m here to be your friend.’ De man vraagt hem naar zijn moeder en zijn meest gênante ervaring, in wat grotendeels een getrouwe re-enactment is van Rent-A-Friend, een veertig minuten durende tape die televisieacteur Ben Hollis uitbracht in 1986.

Jon Stevenson trekt veel tijd uit om de twee aan elkaar te introduceren, steunend op het sterke spel van Brian Landis Folkins als David en Will Wheaton als de zalvende Andy. Door het eindeloos opnieuw afspelen van de videoband leert David zijn woorden zo te timen en in te vullen dat het lijkt of hij een vloeiend gesprek voert met Andy. En die gesprekken worden voor hem zo belangrijk dat wanneer er dan toch een lieve, zorgzame vrouw op zijn pad komt, hij in een loyaliteitsconflict terecht komt dat gevoed lijkt te worden door Andy. Hoewel de film onmiskenbaar in zijn tijd staat, is de resonantie in het heden duidelijk hoorbaar. David is een incel avant la lettre, met alle gevolgen van dien.

Archive

Ook Archive gaat over de relatie tussen een analoog en digitaal ‘bewustzijn’, maar dan in de toekomst. George Almore verloor zijn vrouw Jules in een auto-ongeluk en leeft sindsdien op een afgezonderde locatie waar hij bouwt aan steeds geavanceerdere robots die hij uitrust met kunstmatige intelligentie die gevoed wordt door de herinneringen en andere ‘data’ van zijn overleden vrouw (het archief uit de titel). Dat regisseur Gavin Rothery een geschiedenis heeft als illustrator toont zich in de visuele kant van de film. Het desolate, besneeuwde landschap en de vormgeving van de robots zijn allemaal dik in orde.

Maar de film is te referentieel om echt indruk achter te laten. De nieuwste robot waar George aan werkt lijkt zo weggelopen uit Chris Cunninghams clip voor Björks All is Full of Love en ook echo’s van Alex Garlands Ex Machina en de Black Mirror-aflevering Be Right Back zijn luid en duidelijk aanwezig. Toch is het vooral het script dat de film de das om doet. Rothery introduceert plotelementen en personages die onnodig voelen en warrig zijn uitgewerkt. En die vooral afleiden van het interessantste aspect van de film: de dynamiek tussen George en de drie robots. Met de twee oudere modellen, die ermee worstelen dat ze inferieur zijn aan hun opvolger. En met het nieuwste model, dat zo dicht komt bij de echte Jules komt en er tegelijk zo ver van verwijderd is.