Now Reading:

LIFF 2019: de American Indie Competition

LIFF 2019: de American Indie Competition

Zoals elk jaar vormt de American Indie Competition een belangrijk deel van het programma op het Leiden International Film Festival. Dit programmaonderdeel focust zich op onafhankelijke en veelal jonge en opkomende filmmakers. In het verleden waren onder meer de vroege films van Sean Baker en Alex Ross Perry op het festival te zien. De selectie van dit jaar, voor zover ik die zag, valt duidelijk in te delen in twee gezichten van de VS die elkaar maar zelden in de ogen kijken: het landelijke leven en de grote stad.

Twee films spelen zich af in landelijk, redneck-Amerika. De eerste is The Death of Dick Long van Daniel Scheinert, die samen met Dan Kwon verantwoordelijk was voor een door Daniel Radcliffe gespeeld, schetenlatend lijk in Swiss Army Man. Deze nieuwe film opent met drie jongens die Nickelbacks How you remind me spelen tijdens een bandrepetitie. Van daaruit buitelen ze een nacht in bezaaid met bierblikjes, vuurwerk en een heleboel ‘y’all’s’ die eindigt op de parkeerplaats van een ziekenhuis waar twee van hen het bijna levenloze lichaam van de derde achterlaten.

The Death of Dick Long is een film over mannen die zich onverantwoordelijk gedragen en dat vervolgens onhandig proberen te verdoezelen. Dat wil zeggen: een film zoals we al vaak hebben gezien. Maar Scheinert en scenarioschrijver Billy Chew weten de kijker te verrassen met een aantal compleet verknipte wendingen. Het is het soort WTF-weirdness dat goed werkte in de korte films die Scheinert en Kwon maakten, zoals The Interesting Ball, en ook in het eerder genoemde Swiss Army Man. Maar in die films slaagden ze erin om die weirdness te koppelen aan personages en verhaallijnen die op een vreemde manier ook wisten te ontroeren. Het is daarin dat The Death of Dick Long uiteindelijk tekortschiet.

De tweede film die zich afspeelt in the American South is The Peanut Butter Falcon van Tyler Nilson en Michael Schwartz. De film vertelt een door de verhalen van Mark Twain geïnspireerd verhaal over twee jonge verschoppelingen die op de vlucht zijn. Zak (Zack Gottsagen) is een jongen met het syndroom van Down, die in een bejaardentehuis werd geplaatst, omdat er geen geschikte huisvesting voor hem gevonden kon worden. Tyler (Shia LaBeouf) is een visser die zijn zaakjes niet altijd even netjes afhandelt. Terwijl Tyler van zijn problemen tracht weg te vluchten, vlucht Zak naar een droom toe, een droom die al dan niet illusie zal blijken te zijn.

The Peanut Butter Falcon is een charmante film die goed gedijt in een festivalomgeving. De chemie tussen Gottsagen en LaBeaouf is aandoenlijk, de energie aanstekelijk. Maar de film ontsnapt nooit helemaal aan de clichés van een buddy-roadmovie, en het verloop is vrij voorspelbaar. Net als The Death of Dick Long verbeeldt de film een bepaalde notie van mannelijkheid. In dit geval van avontuurlijk zijn op de rand van zelfvernietiging. Maar dat is niet erg, want het zijn jongens, en dat is wat jongens doen. Dakota Johnson als de lieve, maar ook wat rigide verzorger uit het tehuis, die door deze twee mannen moet worden getoond wat ‘leven’ eigenlijk is, versterkt dit achterhaalde idee van mannelijkheid alleen maar. 

Van de zuidelijke staten naar Los Angeles is alsof je een andere dimensie binnenstapt. Het is in deze stad dat het grootste deel van Seberg zich afspeelt, een biopic over de in Amerika geboren actrice Jean Seberg, die een iconische status bereikte door haar rollen in Franse films, vooral Jean-Luc Godards A bout de souffle. Seberg leidde een interessant leven, was politiek uitgesproken en daardoor een onderwerp van onderzoek van de FBI tijdens het controversiële en verstrekkende COINTELPRO-toezichtsprogramma van J. Edgar Hoover. Met Kristen Stewart heeft Seberg een boeiende hoofdrolspeler, maar de film zelf is helaas nogal misplaatst.

De biopic focust op Sebergs banden met de Black Panther Party in de jaren 60. Kort na haar ontmoeting met de activist Hakim Jamal (Anthony Mackie), bezoekt ze zijn huis, waar de twee na een paar zinnen gewijd aan politieke opvattingen elkaar de kleren van het lijf rukken. Toen de FBI haar als doelwit begon te bestempelen, begreep deze heel goed dat Sebergs affaire met een zwarte activist meer ophef zou veroorzaken dan haar politieke opvattingen. Door de affaire openbaar te maken, legden ze haar zo effectief het zwijgen op. Maar de film doet uiteindelijk precies hetzelfde, door zich vooral bezig te houden met wie het met wie doet en wie jaloers is op wie.

Een film die dieper ingaat op het thema zwart zijn in Amerika, is Luce. De film vertelt het verhaal van een middelbare schooljongen, die op zevenjarige leeftijd werd geadopteerd door een blank, progressief koppel. Amy en Peter  haalden hem uit het door oorlog verscheurde Eritrea, en brachten jaren in therapie met hem door. Met succes, want Luce is een poster boy. Een beleefde, slimme en sportieve jongen die niet alleen zijn verleden tart, maar ook de toekomst die Amerika hem als zwarte man heeft uitgestippeld. Maar er ontstaan barsten in dat perfecte beeld, wanneer hij een paper inlevert dat geschreven is vanuit het perspectief van de radicale denker Frantz Fanon, en er ontstaat een machtsstrijd tussen hem en zijn geschiedenisleraar Harriet Wilson. Luce is een film van ideeën, wat soms ten koste gaat van de geloofwaardigheid van de personages en de plot, maar in ieder geval stelt de film, anders dan Seberg, provocerende en complexe vragen.

In de laatste film van de American Indie Competition die ik zag, To the Stars, ontmoeten het stadsleven en het buitenleven elkaar. De film speelt zich af op het platteland van Oklahoma in de jaren 60, waar eindeloze vlakke gronden zich uitstrekken, slechts af en toe onderbroken door een stofduivel of een steppenroller. Hier woont Iris Deerborne op een boerderij waar haar vader zijn dagen in de koeienstallen doorbrengt terwijl haar moeder wijn drinkt in de keuken. Elke dag loopt Iris naar school, haar boeken tegen zich aangedrukt en verstopt in wijde kleren en achter grote brillenglazen. Maar dan duikt er een nieuw meisje op: Maggie Richmond, helemaal uit Kansas City.

De film, gedraaid in helder zwart-wit, vertelt een verhaal over bij de groep horen of juist erbuiten vallen. Iris weet niet hoe ze dat moet, erbij horen, en het lijkt haar ook niet altijd iets te kunnen schelen. Maggie bluft zich daarentegen direct een weg naar de populaire meisjes, uit angst dat ze anders wordt buitengesloten. Ze liegt over het beroep van haar vader en de reden dat haar familie naar Oklahoma is verhuisd. Maar ze voelt al vroeg aan dat Iris haar doorziet, en misschien wel de enige is die haar kan accepteren zoals ze werkelijk is. De manier waarop het verhaal zich ontwikkelt voelt hier en daar een tikje geforceerd, maar de regie van Martha Stephens en het spel van de twee jonge hoofdrolspelers (Kara Hayward en Liana Liberato) houden het boeiend. To the Stars herinnert een beetje aan Peter Bogdanovich’ The Last Picture Show, met dat melancholische gevoel van jonge mensen op de rand van de volwassenheid. Maar op hun eigen manier tonen deze films ook dat in bepaalde opzichten weinig is veranderd. Luce toont dat het gevecht van de burgerrechtenbeweging nog lang niet gestreden is. En the Peanut Butter Falcon en The Death of Dick Long tonen dat het nog altijd lastig ontsnappen is aan bepaalde noties van genderidentiteit, net als het dat was voor de meisjes in To the Stars.

Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Input your search keywords and press Enter.