Now Reading:

Kom en zie – het zaad van de oorlog

Kom en zie – het zaad van de oorlog

In samenwerking met Lumière geeft Cine 5 dvd’s weg van Kom en zie van Elem Klimov. Lees hieronder het stuk van Rob Comans over waarom deze bijzondere Russische film wordt gerekend tot een van de beste oorlogsfilms aller tijden. Wil je een exemplaar winnen geef dan een antwoord op de onderstaande vraag:

Klimov was getrouwd met regisseuse Larisa Shepitko. Zij maakte ook een indrukwekkende oorlogsfilm over partizanen. Wat is de titel van deze film?

Mail je antwoord naar hallo@cine.nl.


1985 – in het jaar waarin DeLorean-tijdmachines en vampiers de bioscoopdoeken domineerden, ging tevens een Russische film van een geheel andere orde in première. De regisseur was Elem Klimov, de film was Kom en zie (Idi i smotri), een van de indrukwekkendste oorlogsdrama’s aller tijden. Filminstituut Eye bracht dit najaar de film opnieuw uit in een door productiemaatschappij Mosfilm gerestaureerde versie.

Specifiek handelt de film over de barbaarsheid van de Duitsers in Wit-Rusland in 1943, maar Kom en zie gaat eigenlijk over de barbaarsheid van alle oorlogen, overal. Hoofdpersoon is de jonge Forja Gaishun (Aleksej Kravtsjenko), die op een dag samen met de mannen uit zijn dorp door de nazi’s wordt weggevoerd om te worden geëxecuteerd. Op weg naar het executieterrein verbergt Forja zich in het bos en weet zo aan de slachting te ontkomen.

Hij ontmoet het jonge meisje Glasja (Olga Mironova), die zich bij de in het gebied actieve partizanen wil aansluiten. Samen met Glasja gaat Forja terug naar zijn dorp, op zoek naar zijn moeder en zusjes. De scène waarin hij door zijn inmiddels lege ouderlijk huis dwaalt, terwijl restanten van de maaltijd nog als stille getuigen op tafel staan, gaat door merg en been. Wanneer Forja zijn huis uit rent, op weg naar een schuilplaats in het moeras waar zijn familie naar toe vlucht in tijden van nood, toont regisseur Klimov terloops de achterzijde van het houten gebouw, waar de overgebleven burgers van Forja’s dorp zijn doodgeschoten. De beide jongeren zien het niet; maar beseffen al snel de verschrikkelijke waarheid wanneer ze in het moeras niemand aantreffen, behalve een Russische soldaat die hen in contact brengt met de partizanen.

Forja en Glasja sluiten zich bij hen aan, maar vallen uiteindelijk toch weer in Duitse handen, ditmaal één van de beruchte Einsatzgruppen: speciale commando-eenheden van de SS die van hun superieuren carte blanche kregen om etnische zuiveringen in Oost-Europa door te voeren, en met name in Polen en Rusland op beestachtige wijze hebben huisgehouden. Specifieke regio’s in Polen, Tsjecho-Slowakije, Hongarije en de USSR werden door hen gezuiverd van joden, en daarnaast moordden zij vaak ook de lokale bevolking uit die door hen als Untermenschen werden gezien.

In hechtenis genomen door het 15e Einsatzkommando wordt Glasja bruut verkracht, en wordt Forja samen met de bevolking van het dorpje Perekhody in een kerk gedreven, waarna de soldaten van de eenheid zich buiten de kerk verzamelen. De daaropvolgende scène is een tafereel uit de hel: nadat soldaten eerst handgranaten door de open ramen van de kerk hebben gegooid, zetten zij met vlammenwerpers het gebouw in brand en openen het vuur op iedereen die aan de vlammenzee probeert te ontsnappen. De scène is bijna ondraaglijk in zijn gruwelijkheid en lengte, en in de wetenschap dat het getoonde op historische feiten berust, getuige de epiloog aan het einde van de film: 628 dorpen werden in Wit-Rusland door de nazi’s in brand gestoken, samen met hun bewoners.

In Kom en zie presenteert Klimov een beeld van WOII dat laveert tussen de werelden van schilders Pieter Brueghel en Hiëronymus Bosch: de eerste excelleerde in het weergeven van het leven van boeren en eenvoudige burgers vlak na de Middeleeuwen; in Bosch’ verbeeldingsrijke werk speelt de weergave van Hemel en Hel een grote rol. De vaak boertige personages en sfeer van de film, de groteske taferelen en de terloopse wijze waarop mensen getroffen worden door het nietsontziend geweld onderstreept Klimovs punt: oorlog is een hel, die met name gewone mensen treft.

Zowel de titel van de film, als die van de gelijknamige roman van Aleksandr Adamovitsj waarop de film gebaseerd is, kent Bijbelse connotaties: hoofdstuk zes van het boek Openbaringen in het Nieuwe Testament (‘De Openbaring van Johannes’) luidt: ‘En toen Het het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de Dood; en de Hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.’ Zo wordt het beeld van de Apocalyps verbonden aan de gruwelen van de oorlog – dit is een hel op aarde waar de Dood rondwaart, mensen lukraak neermaaiend om zijn krankzinnige bloeddorst te stillen.

Een van de redenen waarom Kom en zie zo’n diepe indruk maakt is de onvergetelijke vertolking van Forja door Aleksej Kravtsjenko die hier als 16-jarige, niet-professioneel acteur zijn filmdebuut maakte. Zijn transformatie van een kind in een gekwelde, oude man is adembenemend en ondraaglijk tegelijk. Niet voor niets zijn de protagonisten in Kom en zie kinderen: zij zijn aanvankelijk emotioneel weerloos tegenover het hen omringende geweld, en het zich noodzakelijkerwijs hiertegen wapenen betekent het onvermijdelijke, en vroegtijdige, verlies van hun onschuld. Geconfronteerd met de verschrikkingen rondom hem, raakt Forja’s gezicht doorploegd met steeds diepere groeven en zijn ogen weerspiegelen zijn neergang tot hetzelfde beestachtige niveau als zijn beulen.

Naar verluidt wilde regisseur Klimov zijn jonge hoofdrolspeler de meest gewelddadige scènes onder hypnose laten spelen, om zo emotionele schade te voorkomen. Helaas bleek Kravtsjenko niet vatbaar voor hypnose en moest dus alle scènes ‘puur’ spelen, een ervaring die zo traumatisch bleek dat zijn haar gedurende de opnamen grijs werd. Daarnaast zal het gebruik van scherpe munitie tijdens de opnamen ook niet bevorderlijk zijn geweest voor de gemoedsrust van de jonge acteur, die naar eigen zeggen kogels soms een paar centimeter langs zijn hoofd voelde vliegen. Er was Klimov dus veel aan gelegen om de angst van zijn acteurs zo realistisch mogelijk te laten zijn.

Naast de regie tekende Elem Klimov, samen met auteur Aleksandr Adamovitsj, tevens voor het scenario. Het resultaat laat op doorwrochte wijze zien dat de dood, wreedheid en verlies aan menselijkheid de oogst is die aan het zaad van de oorlog ontspringt. De cinematografie van Aleksei Rodionov, die de grauwheid van het Russische landschap en de personages vangt in uitgebleekte beelden, brengt deze boodschap op indringende wijze over en benadrukt in surrealistisch aandoende taferelen het waanzinnige, absurde karakter van de oorlog. Zoals wanneer Forja, in zijn verlangen naar het einde van de oorlog en de verschrikkingen rondom hem, met zijn geweer het vuur opent op een portret van Hitler. Als bij toverslag wordt de tijd teruggedraaid, vallen bommen omhoog naar de vliegtuigen die hen uitwierpen, verschrompelen vuurballen van explosies tot ongevaarlijke flikkeringen, ketsen kogels terug de lopen van geweren in, komen doden weer tot leven. Totdat een foto opduikt van Hitler als kind, samen met zijn ouders. Aangekomen bij deze nucleus van het kwaad laat Forja zijn wapen zakken. Een kind, zoals hij zelf ook eens was, kan hij geen kwaad doen.

Wanneer de SS’ers die verantwoordelijk zijn voor de moordpartijen in de film in handen vallen van Forja’s partizanengroep, onderstreept regisseur Klimov nogmaals het mensonterende karakter van de oorlog. Kruiperig smeken de soldaten en hun officieren om hun leven, verschuilen zich achter hen gegeven bevelen of wijzen met beschuldigende vingers naar elkaar. Hun uiteindelijke einde is even barbaars als dat van de mensen die ze de dood in dreven – kogels, messen en bijlen rijten hun lichamen uiteen. De vlucht voor mogelijk gealarmeerde Duitse troepen weerhoudt één van de partizanen ervan de gehavende lichamen in brand te steken. Een lang aangehouden shot van de in de modder geworpen toorts maakt duidelijk dat hier meer dan alleen vuur dooft: hier sterft tevens de laatste verbinding met de menselijkheid in henzelf – en een nieuwe groep beesten van de oorlog is geboren.

William Tecumseh Sherman, generaal in het Noordelijke leger tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) zei: ‘Oorlog is wreed, en het is zinloos om dat feit te veranderen. Hoe wreder een oorlog is, des te eerder zal hij voorbij zijn (…) Oorlog is een hel, waarin je je tegenstander niets anders laat dan zijn ogen om te huilen.’ Kom en zie maakt het tegenovergestelde duidelijk: in de hel van de oorlog weegt het verlies aan menselijkheid even zwaar als het verlies van het leven zelf. Een universele boodschap die door de jaren heen niets aan zeggingskracht heeft ingeboet en nu, in het licht van wereldwijde (dreigende) conflicten, relevanter is dan ooit.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Input your search keywords and press Enter.