Kokon brengt de prikkelende zomer waarin de jonge Nora (Lena Urzendowsky) ontluikt met verve, maar op de weg naar volwassenheid ontbreekt het aan obstakels.

In een vrij opzichtige metafoor van haar jeugdige schuchterheid houdt de veertienjarige Nora rupsen in een glazen pot, beestjes die ooit zullen wegvliegen als vlinders. Tijdens de zomer van 2018 in Berlijn krijgt ze de kans uit haar eigen cocon te breken. Initieel trekt ze op met haar oudere zus Jule en diens beste vriendin Aylin, totdat ze Romy ontmoet. Dankzij deze vrijgevochten jongedame raakt Nora’s ontwikkeling in een stroomversnelling. Niet alleen ontdekt ze haar eigen seksualiteit, maar ze raakt zekerder van zichzelf op elk vlak.

Evenzeer slaat de cocon van de titel op de Berlijnse zomer, die Nora in voice-over sporadisch becommentarieert. Ondanks de niet geringe uitdagingen waar Nora en Jule voor staan met een alcoholistische moeder herinnert de film via Nora aan grotere problemen die ver weg lijken binnen hun tienerwereld. Buiten de stad verdrogen de bomen en vliegen ze overal ter wereld in brand. Maar binnen de stad rennen de meiden door de publieke ruimte, die men in 2018 nog kon betreden zonder ziek te worden. De nostalgie van een zorgeloze zomer borrelt met de opzwepende synthesizers van Maya Postepski op de achtergrond en een Instagram waardige gloed over de beelden die soms vanuit de telefoon lijken te zijn opgenomen.

Nora kijkt veel de kat uit de boom en moet opboksen tegen de stoere jongens in Jule’s vriendengroep die snel vergeten dat ze nog maar veertien jaar oud is. Vaak staat ze er alleen voor en moet ze dingen zelf oplossen, zoals haar onverwachte eerste menstruatie. Om dat te onderstrepen blijf cinematograaf Martin Neumeyer ten allen tijde dicht bij haar, geholpen door de vloeiende montage van Emma Gräf. Urzendowsky kan die aandacht aan met een ingetogen uitstraling waar tegelijkertijd moed en levenswijsheid uit spreekt. Romy blijkt maar een eenvoudig zetje voor Nora om niet meer verlegen te observeren. Nora’s volwassener houding dan haar oudere zus komt naar voren in de schrandere inzichten die ze deelt over bijvoorbeeld hun moeder.

Regisseuse Leonie Krippendorff gooit met haar scenario echter weinig beren op de weg voor Nora. Romy is een waar geworden droom, met onder andere een fraai romantisch moment op de Gay Pride als Nora uit haar dak gaat in haar nieuwe kapsel (een andere overduidelijk symbool voor haar ontluiking). Qua romantiek doet het denken aan het begin van La vie d’Adèle (2013) voordat de rauwe werkelijkheid aan de deur klopt. Nora kan overal ja op zeggen zonder grote consequenties. Van een stigma rondom haar seksuele identiteit is weinig sprake, want naar de weinig begripvolle vertrouwenspersoon op school luistert ze toch niet. En een subtiele aanwijzing daargelaten wanneer bijvoorbeeld Jule en Aylin zoenen om indruk te maken op de joelende jongens ontbreekt dat ook in Jule’s vriendengroep.

Dat laat als tegenslag een voorspelbare wending rondom Romy over, die gekunsteld aanvoelt ondanks diens vrijpostige karakter. Daarmee kan Nora haar gehele film latente zelfstandigheid nogmaals onderstrepen, wat resulteert in nog een laatste opzichtige metafoor met een gigantische vlinder. Kokon roept warme gevoelens op, maar blijft te lieflijk en nadrukkelijk en daarmee ook zoutloos.