Now Reading:

Knives Out

Knives Out

Ha, een ouderwets moordmysterie! Rian Johnson (sinds Brick en Looper een regisseur om in de gaten te houden en sinds Star Wars: Episode VIII – The Last Jedi definitief gevestigd als leverancier van topamusement) maakt een uitgesproken 21e-eeuwse whodunit, zonder de vroeg-20e-eeuwse wortels van het genre te verloochenen.

Verhalen met een moordmysterie als drijvende factor bestaan natuurlijk veel langer (onder de vertellingen van Duizend-en-een-nacht komen we er al een tegen), maar Johnson haalt de mosterd duidelijk bij Agatha Christie. Haar puzzelplots waren veel complexer dan die van 19e-eeuwse voorlopers als Edgar Allan Poe en Arthur Conan Doyle. Knives Out wil in die traditie staan: het detectiveverhaal als Zwitsers horloge.

Harlan Thrombley (Christopher Plummer), succesvol schrijver van whodunits, wordt op de ochtend na zijn 85e verjaardag dood aangetroffen. In eerste instantie gaat de politie uit van zelfmoord. Maar dan verschijnt de gerenommeerde privédetective Benoit Blanc (Daniel Craig). Hij heeft een envelop ontvangen met een nieuwsbericht over Thrombleys dood en een flink pak geld. Iemand die anoniem wil blijven vindt de zaak verdacht, en is bereid Blanc goed te betalen om alles tot op de bodem uit te zoeken. Zo geeft Rian Johnson ons niet één, maar twee whodunit-vragen: wie heeft de moord gepleegd, en wie heeft de detective ingeschakeld?

Verdachten zijn er genoeg, want op zijn verjaardag had Thrombley zijn hele familie uitgenodigd. Een landhuis vol excentriekelingen, zoals Christie ze vaak beschreef, en geheel in de traditie van de prestigieuze whodunit geeft Johnson een indrukwekkende cast de ruimte om lekker vet te spelen. Vooral Jamie Lee Curtis, Toni Collette, Michael Shannon en Chris Evans zijn regelmatig zeer geestig als onuitstaanbare familieleden. Geen van allen overigens zo over de top als Daniel Craig. Met een stroperig zuidelijk accent (want waarom ook niet) maakt hij nét geen karikatuur van de briljante Blanc. Het nuchtere middelpunt is Thrombleys verpleegster Marta (Ana de Armas), die zich ontpopt tot de heldin van het verhaal. Het gegeven dat ze moet overgeven als ze liegt lijkt even een gemakzuchtig verteltrucje, maar compliceert de boel alleen maar naar mate de vernuftige plot zich ontvouwt.

Johnsons superstrakke scenario geeft bij elke onthulling weer een nieuwe vraag, na elke triomf een nieuw probleem. Plottwists stapelen zich op en grappige details uit de eerste akte blijken in de finale opeens van groot belang. Wat betreft de constructie van een detectivepuzzel kent Knives Out nauwelijks gelijken in de 21e eeuw. En dan ziet de film er ook nog eens heerlijk uit: Johnsons vaste cameraman Steve Yeldin kan zijn lol op met dat landhuis. Liefdevol schenkt hij aandacht aan de talloze ornamenten waaronder het decor haast bezwijkt. Elk tierelantijntje verdient een fetisj-momentje van Yeldin.

Tot zover de ouderwetse pret; Johnson wil het moordmysterie de 21e eeuw in trekken. Klasse-verschillen speelden al vaak een rol in dit soort verhalen (van Christie tot Columbo), maar Johnson maakt de politiek explicieter. De familie discussieert over Trump, een van de kleinkinderen (Jaeden Martell) is een alt-rechtse Twittertrol; het had er allemaal wat minder dik bovenop mogen liggen. De hypocrisie van Amerikaanse liberals en de onbevraagde privileges van de rijken waren sterkere thema’s geweest als Johnson ze niet voortdurend benoemd had.

De boodschap is verrassend optimistisch, waardoor Knives Out uiteindelijk best een feelgood-film blijkt. Maar het vrolijkst word ik van het pure vermaak dat Johnson geeft. Als genadeloze entertainer is hij in Knives Out zo goed op dreef als hij ooit geweest is.

Written by

Redacteur bij Cine, Schokkend Nieuws en The Cult Corner. Schrijft ook voor Hard//hoofd. Daarnaast editor en scenarist. Houdt van lange openingstitels.

Input your search keywords and press Enter.