Ronald Reisinger of Inneryne kon zijn eigen naam niet uitspreken tot hij twaalf jaar oud was. Niet vanwege een spraakgebrek of iets dergelijks, maar omdat die bestaat uit een stuk of vijftien namen, die hij inmiddels netjes uit zijn hoofd kent. ‘But mostly I just go by Ronnie.’

In haar documentaire King of the Cruise volgt Sophie Dros deze excentrieke Schotse baron op een van de vele cruisereizen die hij maakt. Hij is iemand die op je zenuwen werkt. Zo iemand die constant met iedereen gesprekken aanknoopt, ook als mensen daar niet op zitten te wachten. En dat vervolgens niet doorheeft. Maar voorbij de ergernis weet Dros langzaam ook compassie op te roepen. Voor een man die vooral ook eenzaam is. Bang is om niet meer gezien te worden, niet meer interessant te worden gevonden.

De gesprekken die de baron aanknoopt volgen steeds hetzelfde stramien. Hij vraagt hoe iemand heet, waar zij of hij vandaan komt en steekt dan, soms niet eens wachtend op de wedervraag waar hij vandaan komt, van wal. Dat hij een baron uit Schotland is die woont in een kasteel. En dan volgen de anekdotes. Die waaieren uit van zijn tijd als zanger in een band, tot die keer dat hij van een olifant viel, of werd aanbeden als een God door een inheemse stam ergens in een van de uithoeken van de wereld waar hij geweest is. Want hij is overal geweest.

De documentaire, die eerder te zien was op het IDFA en nu een reguliere bioscooprelease krijgt, is ook een portret van het bijna absurdistische bestaan op zo’n cruiseschip. Waar de medewerkers (die allemaal uit landen als Honduras en Venezuela komen) zingend de koffie rondbrengen en zich uitsloven om de cruisegangers elke minuut van de dag te vermaken. Een bestaan dat heerlijk werd gevat in een voorstelling van Theatergroep Carver: ‘Je betaalt een godsvermogen, maar je zit in een drijvend flatgebouw en dan ga je toch gewoon weer zuipen, hè. En gokken.’

Binnen die omgeving is de baron eigenlijk gewoon de zoveelste vorm van entertainment. Het is een rol die hij zich eigen heeft gemaakt, maar die hem almaar moeilijker af lijkt te gaan. Met steeds meer moeite hijst hij zijn corpulente lichaam in en uit al die veel te comfortabele stoelen. Hij erkent dat hij een probleem heeft met zijn gewicht. Waarna we hem in de volgende scène room service zien bestellen. Een caesarsalade, spaghetti bolognese, chocoladecake, koekjes, een glas melk en twee diet coke.

De mensen luisteren naar hem met een mengeling van ongeloof en fascinatie. Tot ze het zat zijn en weer doorlopen en hem niet zelden achter zijn rug om uitmaken voor fantast. Het is de paradox van Ronald Reisinger, die continu probeert contact te maken, maar met elke anekdote over zijn kasteel met ontelbare kamers zijn toehoorders alleen maar verder van zich ziet verwijderen. Dros toont de baron tussen die gesprekken door vaak in shots waarin hij ergens alleen zit of staat. In zijn kilt, of hermelijnen mantel. Als om te benadrukken dat al die praatjes zijn eenzaamheid misschien wel meer verdiepen dan verlichten.