Naast de zeven shorts-blokken van de hoofdcompetitie, biedt Kaboom ook een aantal andere shorts-blokken met toegespitste thema’s, zoals documentaire, Nederlandse film en reclamefilms. Deze blokken zijn over de meet genomen iets minder sterk dan de hoofdcompetitie, maar ook hier vallen er genoeg hoogtepunten te bekennen. Een greep uit de selectie.

Er zijn twee blokken met animatiedocumentaires. Zoals Ari Folman, bekend van animatiedocumentaire Waltz With Bashir, aangaf in zijn masterclass op Kaboom, lijken de twee genres haaks op elkaar te staan: documentaire gaat over het echte leven en krijgt vaak vorm vanuit spontaniteit, terwijl animatie een grote mate van voorbereiding en uitwerking betreft die allesbehalve spontaan lijkt. Toch zijn er twee goede blokken te vullen met animatiedocumentaire, waarbij vaak gebruik wordt gemaakt van documentaire voice-overs, met daarbij geanimeerde beelden om de gesproken woorden tot leven te wekken. Soms levert dat een praatje bij een plaatje op, maar in de meer creatieve shorts versterken beeld en tekst elkaar.

In Short Docs blok 1 vinden we bijvoorbeeld Love, Dad van Diana Cam Van Nguyen, een Tsjechisch-Vietnamese filmmaker die de relatie met haar vader onderzoekt. Dit doet ze door hem een brief te schrijven, op dezelfde manier waarop ze als kind brieven naar hem schreef toen hij in de gevangenis zat. Toen was hun band goed, nu is die verzuurd. Ze onderzoekt waarom. De beelden bij haar voice-over zijn geïnspireerd door de esthetiek van ansichtkaarten. Er worden verscheidene collagetechnieken gebruikt, onder andere met foto’s uit Diana Cam Van Nguyen’s eigen archief. Love, Dad is pijnlijk intiem én een technisch hoogstandje.

Van eenzelfde intimiteit is Prosopagnosia, waarin Steven Fraser uitlegt hoe de gelijknamige neurodivergentie zijn leven beïnvloedt. Prosopagnosia staat beter bekend als gezichtsblindheid en Steven Fraser legt in voice-over, onder andere bestaande uit persoonlijke opgenomen audio-dagboeken, uit hoe verregaand de invloed van de gezichtsblindheid op zijn leven is. Ook legt hij uit welke handvatten hij allemaal voor zichzelf moet creëren om mee te kunnen komen in de maatschappij. Een van die handvatten is het maken van portretten. Deze worden via stopmotion en cut-out-technieken getoond: het zijn wonderlijke, karikaturale portretten met bonte kleuren, van vertekende gezichten met absurde grimassen. Steven Fraser is als illustrator sterk, en als verteller nog sterker.

Dat korte documentaires niet altijd over zware of intieme onderwerpen hoeven te gaan, bewijst Seen It (Adithi Krishnadas), in Short Docs blok 2. In deze Indiase short vertelt een man op leeftijd, Mr. Panicker, in zijn moedertaal, Malayalam, over een verscheidenheid van Indiase geesten, goden en monsters. Het zijn vaak erg grappige verhalen, met een goed gevoel voor liederlijke overdrijving. De animatiestijl, cartoonesk en volledig in grijstinten, geeft het geheel een nostalgische look: je kunt je zo voorstellen dat je aan het luisteren bent naar de sterke verhalen van je favoriete oom op een familiefeest, hoe je als kind aan zijn lippen hangt, terwijl het eigenlijk al voorbij je bedtijd is. Dát gevoel.

De Nederlandse competitie blijkt dit jaar erg sterk en gevarieerd. Was er vorig jaar veel ruimte voor verhalen over ecologische rampen en klimaatcrisissen, daar blijkt dat dit jaar ook weer een populair thema. De films zijn echter minder evident in hun boodschap, minder prekerig, en stilistisch diverser. De sterkste short met een ecologisch thema is Human Recipe (Michelle de Groot), dat vertrekt bij het uitgangspunt dat de mens het enige dier is dat zijn voedsel kookt. In een associatieve beeldenstroom komen er allerlei vormen van eten langs, sterk geanimeerd. Hoewel er een verkapte boodschap in lijkt te zitten om bewuster om te gaan met wát we eten, en de bruutheid die komt kijken bij vleesproductie, wordt deze niet expliciet uitgesproken, en dat maakt de short extra impactvol.

Ook Bewogen Woerde (Fynn van der Ziel) gaat over een maatschappelijk geëngageerd onderwerp, namelijk de aardgaswinning in Groningen en de aardbevingen die dat tot gevolg heeft gehad. De manier waarop de film dit aankaart is echter zó absurdistisch en stilistisch bijzonder dat de film puur engagement voorbij streeft en verandert in iets dat met geen enkele andere film te vergelijken valt. De beeldtaal is absurdistisch, met een aardbevingsmeetsysteem dat er uit ziet als een roboteend, een huis dat omhooggehouden wordt door een reusachtige man en ga zo maar door. De stijl is bewust knullig en vervreemdend, in grijstinten en met rudimentaire computeranimatie in geometrische vormen. En net als je denkt dat je de beeldtaal en vertelling wel doorhebt, verandert de film van stijl: rood-blauwe riso–animatie, hoekiger en ritmischer én nog abstracter qua vorm en vertelling. Bewogen Woerde is waanzinnig, in alle betekenissen van dat woord.

Rise (Nahuel Garcia) en Varken (Jorn Leeuwerink) in het tweede blok Dutch Shorts, zijn twee klimaatcrisis-shorts die een eervolle vermelding verdienen: beiden misschien íets te evident in hun boodschap, maar ook impactvol. Rise als de optimistische oppepper die we soms nodig hebben om de crisis onder ogen te kunnen blijven zien, en Varken als de doemdenkende keerzijde van dezelfde medaille, die laat zien wat er te verliezen valt als we op dezelfde voet doorgaan. De uitschieter in dit blok is echter Dooi van Arthur van Merwijk, en dan voornamelijk vanwege het technische hoogstandje wat hier wordt neergezet. Het verhaal is simpel, de personages ook, maar ze doen wat ze moeten doen: de personificatie van de winter, een stokoude man, ziet met lede ogen toe hoe de personificatie van de lente, een dreumes, al zijn werk teniet doet. De stijl is echter waanzinnig gelikt, met vloeiende animatie, prachtige inkleuring en ijzersterke belichting. De film ziet er duur uit, en dat bedoel ik in dit geval als een compliment. Dit is een visitekaartje voor Hollywood.

Kaboom besteed ook elk jaar aandacht aan opkomende animatie-industrieën in New Directions. Net als vorig jaar is dat een beetje een wisselvallige ratjetoe, maar is het blok tóch de moeite waard vanwege de ambitie die de makers tonen, zelfs als de middelen niet altijd toereikend zijn.

Let’s Go Home (Loyal Jooma), bijvoorbeeld, is qua animatie rudimentair. Maar de vertelling, waarin verschillende realiteiten door elkaar lopen en droom en werkelijkheid niet altijd van elkaar te onderscheiden zijn, is sterk. De stijlbreuk tegen het einde hakt er ook in, ondanks dat de film er op dat moment niet bepaald mooier op wordt. Dit is een schoolvoorbeeld van hoe je als kunstenaar van je zwakte je sterkte moet maken: de studenten die deze short hebben gemaakt hebben goed geluisterd naar wat zo’n beetje elke kunstacademiedocent tegen hun leerlingen zegt.

Offbeat Shorts is een programma dat gecureerd is door Anna Eijsbouts en Karolina Glusiec, en valt het beste te omschrijven als een compilatie van video-kunst-animaties. Vaak traag, erg experimenteel en de grenzen opzoekend van wat we verwachten van animatie. Dat klinkt misschien niet als een aanbeveling, maar voor wie er voor open staat is dit een van de sterkste blokken die op Kaboom te zien is. Abandoned Village (Mariam Kapanadze) is zelfs mijn favoriete short die ik op heel Kaboom zag. Vijftien minuten lang kijken we naar een landschap, dat slechts minimaal verandert. De film houdt het midden tussen de slow cinema van James Benning, die landschappen filmt door zijn camera lang bewegingsloos neer te zetten op dezelfde plek; én het langdurig kijken naar een bijzonder olieverfschilderij in een museum. De veranderingen zijn amper met het oog zichtbaar soms, maar ze zijn er, en je kunt je langzaam in de details verliezen. Een film die het getoonde geduld dubbel en dwars beloont. De schoonheid in de film lijkt eenvoudig, maar dit moet een monsterklus geweest zijn om te animeren. Liefhebbers van slow cinema moeten deze film opzoeken.

Ook lang, en voor de geduldige kijker is There Must Be Some Kind of Way Out of Here, waarin een compilatie van beelden uit rampenfilms door een mangel worden gehaald. De conventies van dit genre -‘daar gaat het vrijheidsbeeld, voor de zoveelste keer’- veranderen in de handen van filmmaker Rainer Kohlberger in een abstracte brij van rode, blauwe en gele stippen. Hier en daar is er een beeldelement herkenbaar, om dan weer te verdwijnen in de caleidoscopische kleurensoep. Langzaam verschuift de toon, van desastreus naar contemplatief; van aards naar hemels.

Het blok Commissioned Shorts bestaat uit films gemaakt in opdracht: van reclamefilms tot animatie-materiaal voor TED Talks. De meeste shorts in dit programma zijn to-the-point en hakken met een botte bijl. In reclamefilmpjes moet de boodschap immers duidelijk zijn, en het liefst eenduidig. Daarom is de reclame voor Breast Cancer Now, A Love/ Hate Relationship genaamd, van Anna Ginsburg, zo’n verademing. Dit is een filmpje over de persoonlijke relatie die vrouwen, of hen die als vrouw omschreven werden bij hun geboorte, kunnen hebben met hun borsten. De reclame schuwt niet de moeilijkheden te tonen die kunnen komen kijken bij het hebben van borsten, van ongewenste aandacht, borstkanker, (gender)dysforie en borstpijnen, maar toont ook andere kanten: borstvoeding, borsten als erogene zone, trots zijn op je borstgroei in de puberteit. Allerlei persoonlijke ervaringen komen langs, allerlei soorten borsten ook. De animatiestijl is grillig en dynamisch, en voelt even persoonlijk als het onderwerp. Nog een uitschieter in de competitie.

Elevator Alone (Anastasia Papadopoulou), tenslotte, in het blok Bonkers Shorts, voelt als een heerlijk luchtige uitsmijter. Bonkers Shorts staat elk jaar garant voor de kolder in de competitie, vaak met een rauw rafelrandje. Het mág smerig zijn, hier. Elevator Alone is dat soms ook, maar op een manier die ontwapenend voelt. We volgen een viertal personages terwijl ze alleen in de lift staan, geanimeerd in stop-motion, met koddige gebreide poppen. Sociale conventies verdwijnen zodra ze alleen zijn: de een peutert fanatiek in zijn neus, de ander danst er op lost en een derde knijpt haar puist zeer langzaam uit. Onsmakelijk, maar dankzij de animatiestijl eerder aandoenlijk dan afstotend.