Het Kaboom Animatie Festival vindt dit jaar weer grotendeels plaats op locatie, maar er is ook online genoeg te beleven. Zo is de shortscompetitie dit jaar ook weer online te bekijken, en dit valt van harte aan te raden als je nog niet naar de bioscoopzaal durft. Er zit namelijk weer een groot aantal pareltjes tussen. Hieronder vind je de hoogtepunten van de shortsblokken op een rij.

De beste short in Shorts Block 1, is Mr. Pete & The Iron Horse (Kilian Vilim, 2021), een unieke mix tussen cartoony slapstick en gruwelijke horror. De vormgeving van de short is eclectisch en speelt leentjebuur bij zowel steampunk als heavy metal-albumcovers als oude Fleischer Studio-cartoons. Wat de short echter zo goed maakt is de manier waarop het verhaal, waarin een jonge soldaat die werkt op een stoomtrein totaal uitgeput wordt door zijn meerderen, steeds meer escaleert. Het einde is even onverwacht als onvermijdelijk.

In het tweede Shorts Block vinden we twee uitschieters, beiden stop-motion. The Shaman’s Apprentice is een film van Zacharias Kunuk, een Inuk-filmmaker, die eerder hoge ogen gooide met de live-action-film Atanarjuat: The Fast Runner (2001). Net als Atanarjuat: The Fast Runner is The Shaman’s Apprentice volledig gesproken in Inuktitut. Het verhaal is een bekende Inuk-legende, waarin het hulpje van een sjamaan een reis moet ondergaan naar een mystieke onderwereld. The Shaman’s Apprentice is ingetogen en ingehouden, maar zet op de juiste momenten een tandje bij, qua animatie en verhaal. Meesterlijk.

 

Ook Bestia (Hugo Covarrubias, 2021) is meesterlijk, op een geheel andere manier. De film was genomineerd voor een Academy Award voor Best Animated Short, en nu ik hem gezien heb durf ik wel te zeggen dat Bestia geen schijn van kans maakte om te winnen. En dat heeft niets te maken met de kwaliteit maar alles met de inhoud. Bestia is extreem duister en abstract: een surrealistische kijk in het brein van een handlanger van een fascistisch regime, en haar relatie met haar hond. De film is ongemeen hard bij vlagen, zoekt in stijl en vormgeving ook expres de uncanny valley op en valt bij vlagen narratief moeilijk te duiden. Maar mijn god, wat is-ie goed.

 

The Awakening of the Insects (Stephanie Lansaque, Francois Leroy, 2021), in Shorts Block 3, duikt ook diep in de psyche van een getroebleerde hoofdpersoon, in dit geval een dementerende oude man. Is hij wel echt dement, of bezeten? En is de vrouw die voor hem zorgt wel echt zo vriendelijk? The Awakening of Insects speelt een gewiekst spel met wie van de twee hoofdpersonen nu te vertrouwen is, en weet een effectief horrorverhaal te vertellen in een beperkte setting.

Shorts Block 4 vervolgt de duistere toon van de sterkste shorts uit de vorige blokken, en doet er in sommige gevallen nog een schepje bovenop. The Boob Fairy (Léahn Vivier-Chapas, 2021), bijvoorbeeld, is dermate gestoord en verontrustend, dat je ergens je afvraagt of dit allemaal wel oké is. Maar dat maakt het in dit geval juist een aanbeveling, omdat The Boob Fairy werkelijk op niets anders lijkt dat ik dit jaar gezien heb. Gelukkig, ergens.

Ook Fury (Julia Siuda, 2021) is moeilijk kijkbaar: een staaltje verhaalloze body-horror, waarbij een gezicht op allerlei manieren gemangeld wordt. Een haast pijnlijke kijkervaring.

Love Is Just a Death Away (Bára Anna Stejskalová, 2021), tenslotte, zoekt ook taboos op, daar het filmpje gaat over een gemangeld hondenlijk dat tot leven wordt gewekt door een parasiet. Vreemd genoeg schuilt onder het gory horror-uiterlijk een opvallend lief liefdesverhaal. Duister of niet, dit is een van de sterkste blokken in het programma.

Liefde is pijn lijden, volgens Love Is Just a Death Away, en dat geldt ook voor Boxbalet (Anton Dyakov, 2020) in Shorts Block 5, die een romance verhaalt tussen een boxer en een balletdanseres. Met enorm veel gevoel voor humor, en vaak creatieve beeldrijm, ontvouwt zich een bitterzoete liefdesgeschiedenis. Een van de sterkste shorts in alle blokken.

In Nature (Marcel Barelli, 2021) vertelt ook over de liefde, in dit geval homoseksualiteit in het dierenrijk. De film is duidelijk bedoeld voor educatieve doeleinden en voor een jonger publiek, maar wist met de droogkomische humor in de stijl van Tex Avery mij een aantal keer goed aan het lachen te krijgen. En het statement is duidelijk, maar nooit prekerig: homoseksualiteit is niet onnatuurlijk, het komt in het dierenrijk vaak genoeg voor.

De meeste films in de shortblokken zijn kort maar krachtig, maar Terra Incognita (Adrian Dexter, Pernille Kjaer, 2021) is dat bewust niet. Een episch verhaal, in meer dan 20 minuten (lang voor een animatieshort), waarbij een alternatieve geschiedenis van de mensheid verteld wordt aan de hand van een eiland vol onsterfelijke wezens. De stijl van de film doet denken aan La Planete Sauvage van Rene Laloux, met een vergelijkbaar oog voor detail en een liefde voor arceringen. Ambitie kan de makers niet ontzegd worden, en hoewel Terra Incognita met zevenmijlslaarzen door de plot banjert en uiteindelijk niet volledig geslaagd is, zou ik graag meer van deze wereld zien. Het liefst speelfilmlengte.


Het laatste Shorts Block van de officiële competitie, Shorts Block 7, kent een drietal uitschieters.
Impossible Figures and Other Stories 1 (Marta Pajek, 2021) is een abstracte vertelling over een oude vrouw in een desolaat landschap. In strakke witte lijnen ontstaat er een strak architecturaal universum, in blokken beton, dat sterk contrasteert met de fragiele oude vrouw in meer organische lijnen. Waar het verhaal precies over gaat durf ik niet te zeggen, maar het raakte me diep.

Night of the Living Dread (Ida Melum, 2021) is een van de luchtiger shorts in het programma, een uiterst herkenbare stop-motion-short over de nachtelijke overdenkingen aan vroegere sociale misstappen. Die keer dat je als kind je spreekbeurt vernaggelde, bijvoorbeeld. Nachtelijke angsten maken langzaam plaats voor bezinning en berusting. Night of the Living Dread is gemaakt met veel vaart en panache, en een sterk gevoel voor komische timing.

Stilistisch bevindt ook The Seine’s Tears (Yanis Belaid, Eliott Benard, Nicolas Mayeur, Étienne Moulin, Hadrien Pinot, Lisa Vicente, Philippine Singer, Alice Letailleur, 2021) zich in hetzelfde vaarwater, stop-motion met een zeer karikaturale vormgeving. De toon en inhoud kan niet meer verschillen, echter. The Seine’s Tears gaat namelijk over de protesten van Algerijnse arbeiders in Frankrijk in 1961, en het daaropvolgende politiegeweld dat vele Algerijnen het leven kostte. The Seine’s Tears is ontluisterend, mede door het contrast in vormgeving en inhoud. Waar veel filmmakers van politiek activistische animatie-cinema kiezen voor een meer realistische stijl (zie o.a. het succes van films als Waltz with Bashir, Tower en Flee), laat The Seine’s Tears zien dat je ook met andere animatiestijlen veel effect kunt bereiken. Misschien juist, want de schok is hier groter.