Het Kaboom Animation Festival heeft naast een groot aantal speelfilms als hoofdmoot een grote verzameling kortefilmprogramma’s. Een van de belangrijkste blokken daarin bestaat uit de Competitieshorts, die grofweg opgedeeld kunnen worden in de reguliere competitieblokken (zeven verschillende blokken) en blokken met thema’s (de Nederlandse competitie, New Directions, een aantal blokken over vreemde eenden in de bijt). Zoals altijd een verscheidenheid aan stijlen, hier en daar een mislukte film, een aantal pareltjes. Om het de bezoeker makkelijk te maken,wijs ik vandaag op hoogtepunten van de reguliere competitieblokken en morgen uit de gethematiseerde competitieblokken. 

First things first, als trouwe bezoeker van het Holland Animation Film Festival, naast KLIK een van de voorlopers van het Kaboom Animation Festival, weet ik dat traditioneel in elk shortblok tenminste één pareltje zit en een gigantische mislukking. De mislukkingen blijven dit jaar grotendeels uit, maar pareltjes zijn er des te meer. In competitieblok 1 is het meteen al raak: Ties van Dina Velikovskaya is een van de beste films op het festival. De metafoor is simpel maar doeltreffend: in een wereld opgebouwd uit draden verlaat een kind dat door middel van een draad verbonden is met die wereld haar ouderlijk huis. Hoe verder ze weggaat, hoe meer het huishouden van de ouders ontrafelt. Een prachtige metafoor voor het lege-nestsyndroom en het vinden van een eigen pad als kind, sterk geanimeerd in ijzerdraad.

De knaller in competitieblok 2 is Genius Loci, van Adrien Merigeau. Een prachtig verhaal over een nachtelijke zwerftocht, waarbij toevallige ontmoetingen een magisch-realistische touch krijgen. Merigeau wordt geholpen door de mooie ontwerpen van de beroemde graphic novelist Brecht Evens, die eerder werkte aan het prachtige L’Extraordinaire Voyage de Marona. Brecht Evens en animatie lijken voor elkaar gemaakt te zijn en ik kan niet wachten op meer van zijn werk. 

Competitieblok 3 is een van de minder sterke blokken: de short hebben veel potentie, maar zijn vaak net niet scherp genoeg. De sterkste short is Strange Occurrences: Bukit Balabu, van de jonge animatoren Shi Teng Wong, Gloria Yeo en Hana Lee. Een stopmotionmockumentary over een spooktoilet. De balans tussen verschillende tonen en vorm en inhoud wordt hier wél gevonden. 

Het vierde blok is een van de sterkste blokken en kent wel drie films die het vernoemen waard zijn. De stopmotionshort Naked van Kirill Khachaturov heeft een uitgangspunt dat niet zou misstaan in een gemiddelde superheldenfilm: een man ontdekt de kracht om door muren en objecten heen te kunnen lopen. De film onderscheidt zich door de actie links te laten liggen ten faveure van een bitterzoete, filosofische toon met een melancholische en suggestieve finale. Ook Wade van Kalp Sanghvi en Upamanyua Bhattacharyya begint met een krachtig uitgangspunt: tijgers belagen een door de klimaatcrisis ondergelopen wijk. Maar ook hier zijn er suggestieve en symbolische elementen die het verhaal meer maken dan de logline. De stijl is waanzinnig: in strakke klare lijnen, dynamische animatie en een warm kleurenpalet komt de actie tot leven. Tot slot is in dit blok Affairs of the Art van Joanna Quinn en Les Mills nog het vermelden waard. Joanna Quinn en Les Mills zijn ook het middelpunt van een masterclass en een shortsblok elders in het Kaboom-programma, want ze gelden als grootheden in de animatiewereld. Met Affairs of the Art bewijzen ze weer waarom. De soms morbide humor en de zwierige animatiestijl met sterk aanwezige potloodlijnen zal niet voor iedereen weggelegd zijn, maar ik heb bij geen enkele short harder moeten lachen. 

Blok 5 heeft een mooie thematische rode draad: zo volgt op de alleraardigste trippy short Überfrog van Tuomas Kurtakko een heel sterke short, Freeze Frame van Soetkin Verstegen, waarin óók een vergelijking wordt getrokken tussen kikkers en evolutie. Freeze Frame is experimentele stopmotion waarbij deels gebruik wordt gemaakt van ijssculpturen. Dat ijsbeelden van bevroren dieren tot beweging worden gebracht door animatie laat zien hoe krachtig het middel eigenlijk is: er wordt leven geblazen in iets doods, stilstand wordt beweging. Dat de volgende short daar weer mooi op inhaakt is treffend. Something to Remember van Niki Lindroth von Bahr laat diermensen, die eruitzien als opgezette dieren, een requiem zingen voor verloren tijden. Met de beklijvende melancholische toon voelt de short als de missing link tussen het werk van Roy Andersson en Wes Anderson. Dat de drie genoemde shorts elkaar thematisch versterken maakt dit een van de beste blokken. 

Ook competitieblok 6 is erg sterk. The Great Malaise van Catherine Lepage laat sterk zien hoe beeld en tekst elkaar kunnen versterken door het contrast op te zoeken. Lepage laat de verteller zichzelf de moed inpraten, maar de steeds chaotisch wordende scenario’s in de tekeningen onderstrepen vaak op ironische wijze hoe hetgeen wat gezegd wordt eigenlijk niet waar is. Een groot deel van het plezier voor de kijker schuilt in het doordenken bij de combinatie van woord en beeld. Een van de grappiger shorts. Ook buikpijn-van-het-lachen-leuk is My Exercise van Atsushi Wada, waarin een jongen en zijn hond samen rek-en-strek-oefeningen doen, die steeds absurder worden. Erg grappig én doeltreffend is Hot Flash van Thea Hollatz, waarin een weervrouw last krijgt van opvliegers op de koudste dag van het jaar. De situatie escaleert steeds meer terwijl zij haar hoofd koel probeert te houden. Het scenario wordt steeds kluchtiger, maar vindt tevens een sterke balans tussen uitdieping van en sympathie voor het hoofdpersonage en de steeds gênantere situaties waarin ze terecht komt. Cringe comedy, jawel, maar met een groot hart. En dat is zeldzaam.

Het laatste competitieblok, nummer 7, heeft als middelpunt het vrij lange The Physics of Sorrow van Theodore Ushev. Deze ambitieuze vertelling waarin het leven van een man uit de doeken wordt gedaan, van de jeugd in Bulgarije tot zijn onvermijdelijke dood, blijft lang na het kijken nog door het hoofd spoken. De tekst is gebaseerd op het gelijknamige boek van Georgi Gospodinov en heeft een vaak epische schaal, waarbij decennia en continenten overbrugd worden. We duiken echter ook diep in het hoofd van de verteller, vertolkt door Rossif Sutherland (zoon van Donald), die ook enkele andere stemmen voor zijn rekening neemt. Het meest opvallende aspect is het materiaal: de film is geschilderd met bijenwas. Het levert een aanwezige, haptische textuur op, die grillig en dynamisch voelt. Een van de mooist vertelde én geanimeerde shorts. Als je slechts een enkele short zou moeten kiezen om te bekijken, laat het deze zijn.