Just 6.5 kent weinig actiescènes – afgezien van één achtervolging in de eerste tien minuten – maar blijft toch bloedstollend spannend. Dat ligt aan hoe de morele afwegingen van de personages zowel betwistbaar als begrijpelijk zijn en je maar niet kan beslissen wie nou de slechterik is in deze film.

Saeed Roustayi’s productie kan tippen aan klassiekers als Heat, Sicario of de serie The Wire. In die verhalen volgen we drugsbazen voor wie onze empathie langzaam groeit. Of we verplaatsen ons in politieagenten en komen erachter hoe ingewikkeld het is om het drugsprobleem uit te roeien met de beperkte macht die je als wetsdienaar hebt.

Just 6.5 draagt beide perspectieven in zich met personages Samad en Nasser, waar
respectievelijk Payman Maadi en Navid Mohammedzade indrukwekkende acteerprestaties voor leveren. Samad is een politieagent die bereid is regels losjes te interpreteren om drugshandelaars in de boeien te slaan. Hij zit achter Nasser aan, die zijn rijkdom heeft vergaard door in drugs te handelen en zo waarschijnlijk enige verantwoordelijkheid draagt voor miljoenen drugsverslaafden.

Deze beschrijving van de hoofdpersonages lijkt te hinten naar een kat- en muisspel tussen hen, maar op voorspelbaarheid zal je Roustayi niet betrappen; al op een derde van de film wordt Nasser opgepakt, zonder dat daar schietende agenten of een vluchtpoging aan te pas zijn gekomen. Samads genoegen dat hij eindelijk deze boef te pakken heeft is aanstekelijk.

Met enig plezier zie je hoe Nasser de cel in wordt gegooid, samen met talloze
drugsverslaafden die op straat zijn opgepakt, want in Iran krijg je een hoge straf voor drugsbezit, ook al is het maar één gram. De volgepakte cel suggereert dat het antidrugsbeleid weinig effectief is. Mensen meteen veroordelen in plaats van hen hulp te bieden voor hun verslaving heeft er wellicht toe geleid dat er zo’n 6,5 miljoen verslaafden zijn in Iran (op een populatie van 85 miljoen). Nasser vindt dat niet aan hemzelf te wijten; hij dealt weliswaar, maar hij heeft vele anderen kunnen helpen met zijn welvaart. Door hem wonen zijn ouders niet meer in een arme wijk, door hem studeren twee nichtjes in Amerika.

De verdienste van Roustayi is dat je Nassers perspectief begrijpt door hoe empathisch hij geportretteerd is. Meer dan Samad bekommert hij zich om een twaalfjarig jongetje (dat de twee hoofdrolspelers evenaart in zijn acteerspel), terwijl de agent degene zou moeten zijn die de meest kwetsbaren beschermt. De mooie shots die soms vol betekenis zitten, zijn eveneens de verdienste van Roustayi. De meest intrigerende is die waarin de hitte in de cel ondraaglijk wordt door de grote hoeveelheid mensen. Nasser pakt de waterslang uit de wc om wat koelte over iedereen heen te spuiten. Als een verlosser staat hij in de mensenmassa terwijl behoeftige handen zich naar hem uitstrekken. Maar hun verlosser is hij eigenlijk al veel langer, al was dat in de meer discutabele vorm van iemand die hen een high bood, een manier om hun zorgen even te vergeten.

Het enige kritiekpunt op deze film: alle vrouwen met wat tekst in de film – en die zijn nauwelijks op één hand te tellen – gaan huilen. Ze maken nauwelijks deel uit van het narratief en als ze dat doen, zijn ze kennelijk zo erg bevangen door emoties dat ze jankend over hun woorden struikelen. Jammer, want een meer complex vrouwelijk personage had Just 6.5 naar een nóg hoger niveau kunnen tillen.