Now Reading:

Joker

Joker

Joker is een gevaarlijke film, wordt gezegd. Todd Phillips’ realistische origineverhaal van Batmans giechelende aartsvijand zou incels en alt-right-figuren aan kunnen zetten tot geweld. Nou, een vlammend betoog is Joker bepaald niet, maar dat Phillips een controversiële film wilde maken is duidelijk.

‘We wilden dit gedrag niet glorificeren,’ zei Phillips in een interview met The Wrap over de controverse. Dat is duidelijk. Arthur Fleck (Joaquin Phoenix), zoals de man die uiteindelijk de Joker wordt hier nog heet, is een meelijwekkend figuur. Waar Heath Ledger in The Dark Knight een soort koud, chaotisch charisma had, is Phoenix’ Joker minder geschikt voor posters op jongenskamers. Hij woont bij zijn moeder, heeft geen echte vrienden, werkt bij een uitzendbureau als clown en slikt allerlei pillen tegen psychiatrische klachten. De film is een tragisch portret van iemand die door de maatschappij vergeten is, en uiteindelijk een gewelddadige manier vindt om gezien te worden. Vergeet superhelden; Joker past thematisch meer in het rijtje Phoenix-films naast The Master en You Were Never Really Here.

Wat Phillips ook nog zei in dat interview: ‘We didn’t make the movie to push buttons.’ Dat geloof ik dan weer niet. Allerlei controversiële onderwerpen worden aangesneden en zowel links- als rechtsgeoriënteerden kunnen zich kwaad maken. De cathartische geweldsfantasie stuit sommige progressieve kijkers tegen de borst, terwijl conservatief publiek aanstoot kan nemen aan kritische opmerkingen over de reden dat Arthur doordraait. Zelfs de muziek lijkt gekozen voor de ophef wanneer het nummer ‘Rock and Roll Part 2’ klinkt: de grootste hit van Gary Glitter, zelden gedraaid sinds diens veroordeling wegens het bezit van kinderporno in 1999.

Arthur wordt in de film twee keer in elkaar geslagen. De eerste keer door latino-jongeren. Een collega beschrijft ze als savages en geeft Arthur een pistool, voor het geval dat hij nog eens zoiets meemaakt. De tweede keer door dronken witte Wall Street-types. De aanval is op dezelfde wijze gefilmd, maar loopt anders af: Arthur schiet ze dood. Het eerste schot is nog zelfverdediging, het tweede twijfelachtig, het derde een koelbloedige moord op iemand die probeert te vluchten. Toch voelt deze scène ergens lekker: we hebben die bezopen ballen net een vrouw lastig zien vallen en daarna een duidelijk mentaal getroebleerde man in elkaar zien slaan – maak ze maar dood, film. De drievoudige moord wordt door media als een politieke misdaad gezien en heeft een kleine revolutie tot gevolg. Minderbedeelden gaan met clownsmaskers de straat op om te demonstreren en te rellen. ‘Kill the rich!’ staat op hun protestborden. De rijken geven niets om kanslozen, dus moeten ze boeten.

Wat als Arthur die latino’s had doodgeschoten? Wat als hij daarmee de inspirator was geweest van een racistische revolutie? Dan zou de film waarschijnlijk dichterbij de werkelijkheid staan. We weten immers dat gewelddadige mannen als Arthur hun woede doorgaans niet op zakenlieden richten, maar op gemarginaliseerde groepen. In Charlottesville schreeuwden ze ‘Jews will not replace us,’ niet ‘Trump will not replace us.’ Phillips snijdt provocatieve thema’s aan, maar wil (durft?) daarin toch niet zo ver te gaan dat het écht schuurt; dat het écht iets betekent.

Niet dat ik hem dat had willen zien doen. De regisseur van Road Trip en de Hangover-trilogie heeft nog altijd de subtiliteit van een drilboor. Hij zag Joker als ‘a way to sneak a real movie in the studio system under the guise of a comic book film.’ Phillips’ idee van ‘a real movie’ is een imitatie van het New Hollywood van de jaren 70, maar dan zonder de humor, speelsheid en creativiteit van die films. Het beoogde emotionele effect behaalt Phillips met zijn vette aanpak: drukkende violen, eentonig kleurgebruik, shots volgepropt met sfeerdetails. Het is onmogelijk te ontkomen aan de treurigheid van Arthur, een kruising tussen Rupert Pupkin en Travis Bickle, en zijn wereld. Joker is op alle vlakken een dwingende film. Maar ook een film die denkt dat een intense rol automatisch een interessant personage oplevert, die duisternis verwart met diepgang en het aanstippen van politieke thema’s met relevantie. Als Joker ergens iets te melden heeft, is het met Arthurs bewering dat zijn daden een natuurlijk verschijnsel zijn in een maatschappij die ‘mentally ill loners’ aan hun lot overlaat. Wat dat betreft is het eerder die groep, psychiatrische patiënten, in werkelijkheid ondervertegenwoordigd in de gewelddadige misdaad, die zich oprecht kwaad zou kunnen maken om Joker. Alle andere ophef is de film niet waard.

Written by

Redacteur bij Cine, Schokkend Nieuws en The Cult Corner. Schrijft ook voor Hard//hoofd. Daarnaast editor en scenarist. Houdt van lange openingstitels.

Input your search keywords and press Enter.