Now Reading:

Jojo Rabbit

Jojo Rabbit

Jojo Rabbit melkt het leed van de Tweede Wereldoorlog uit voor valse tranen. De film is tevens zo moraliserend dat het de vraag is of regisseur Taika Waititi het oprukkende hedendaags fascisme effectief weet te duiden.

Met Thierry Baudets wit nationalisme en de intimidatiepraktijken van de Farmers Defense Force is het fascisme in Nederland in opkomst. Hoe daar tegen op te treden is een prangende vraag zonder definitief antwoord. De dialoog aangaan zoals veel media doen normaliseert het gedachtegoed. Jojo Rabbit gaat daarentegen voor moraliseren. Dat doet de film met een verwarde mengelmoes van komedie en melodrama, waarin de tienjarige Jojo zich aan het einde van de oorlog staande probeert te houden in nazi-Duitsland. Adolf Hitler (Taika Waititi) is zijn ingebeelde vriend en grote held, totdat de ontdekking van een ondergedoken Joods meisje in zijn huis Jojo’s leefwereld op stelten zet. Zijn moeder (Scarlett Johansson) blijkt namelijk in het verzet te zitten.

Komedie lijkt zich met zijn didactische kracht uitstekend te lenen om het fascisme aan de kaak te stellen. Dat modern fascisme zich vaak verbergt achter een grote laag ironie bemoeilijkt de zaak: hoe maak je iets belachelijk wat al voorbij de satire leeft? Problematischer is echter dat Jojo Rabbit op een enkele grap na (zoals het eindeloos elkaar Heil Hitleren) weinig humor bevat. Enkel Hitler maf spelen is niet voldoende. Waititi als Hitler duikt vooral op om te zeuren met mislukte running gags. Rebel Wilson als Hitlerjeugd-begeleidster krijgt pover materiaal, de mislukte SS-er Sam Rockwell een te lukraak samenraapsel kwinkslagen. 

Jojo Rabbit maakt halverwege een draai naar gekunsteld melodrama, waarbij Waititi’s scenario uit de hoogte de menigte lijkt toe te spreken. Er valt echter weinig te leren van deze geforceerde moraal, daarvoor is de film te belerend. Nazi’s zijn slecht dus krijgt Hitler na het vallen van zijn voetstuk een dikke trap na van Jojo. En de ander respecteren is gezond verstand dus dat zegeviert. Maar dat weet iedereen al, daar is geen film voor nodig. Jojo Rabbit laat in het preken na te reflecteren op de vraag hoe het fascisme desalniettemin oprukt. Nu preekt Charlie Chaplin ook in de klassieker The Great Dictator, maar die toespraak komt voort uit een welgemeend populisme van een universeel geliefde komiek. Waititi is geen Chaplin en preekt voor eigen parochie.

In het nazi-Duitsland van Jojo Rabbit spreekt iedereen Engels met een geveinsd Duits accent. De wereld ademt een licht zonderlinge sfeer die doet denken aan Wes Anderson of Jared Hess, inclusief de tikkeltje vreemde personages. De strakke montage van Tom Eagles maakt alle valse emotie wel enerverend, maar Waititi’s regie boort geen spirituele diepte aan, zoals Anderson en Hess dat doen. Het blijft meer een versimpelde zakelijkheid. Dat uit zich in details over het leven in het Duitsland van 1945 waaruit weinig historisch besef spreekt. 

Het komt curieus over als Duitsers grappen maken over Picasso of jazzplaten draaien, dat trivialiseert het leed van de Tweede Wereldoorlog. Het theatrale doordrukken van pathos is daarmee opmerkelijk. Het lot van Jojo’s moeder en alle oorlogsscènes voelen onoprecht aan, doordat ze gepaard gaan met een opzichtige draai in sfeer. Waar Louis Malles Au revoir les enfants (1987) een vriendschap tussen twee jongens en een onderduiker hartverscheurend toont, is de band tussen Jojo en onderduikster Elsa er vooral een voor de moraal van het verhaal. Zo is Jojo Rabbit emotioneel exploitatief bezig. De gratuite inzet van David Bowies Heroes maakt de valsheid compleet.

Het is stuitend hoe hard Waititi de tranen tracht te trekken met zijn verdraaiing naar schmaltz. Het sentimentalisme krijgt in Jojo Rabbit de overhand, waar het in zijn vorige film Hunt for the Wilderpeople nog binnen de perken bleef. Het falen op zowel komisch als dramatisch gebied maakt Jojo Rabbit een zware teleurstelling, des te meer omdat de film door het moraliseren het fascisme ineffectief behandelt. 

Input your search keywords and press Enter.